Kosmopolitisme is een illusie
In gesprek met Peter Sloterdijk over globalisering

Achtergrond - 22 juni 2005 - Auteur: Pim Huijnen

(22 juni 2005) “De mensen zijn niet meer in hun landen, ze zijn niet meer in hun huizen. Deze huizen zijn zelf deel van een systeem, dat ik de Weltinnenraum des Kapitals noem.” In zijn jongste publicatie brengt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk de westerse wereld onder in een geglobaliseerd wereldsysteem. Telkens als we het hebben over globalisering, zo zegt hij daarmee, heeft dat paradoxalerwijze slechts betrekking op een deel van de wereld. Deze boodschap moet vooral worden begrepen als een waarschuwing: de Weltinnenraum parasiteert op de aarde, met alle fatale consequenties van dien.

Wanneer de Franse afwijzing van de Europese grondwet – het begin van de meest recente Europese crisis – ter sprake komt, laat Sloterdijk zich van zijn meest cynische kant zien: “De Fransen hebben zichzelf en alle andere Europeanen een goede grap verteld en wij proberen te lachen. Maar we lachen niet echt, want de grap was slecht. Het is een slechte grap als politieke meningsuiting.”

Die Franse houding past goed in één van Sloterdijks centrale stellingen, dat mensen zich altijd op lokale schaal thuis voelen en dat dit zich-thuis-voelen maar moeilijk gepaard gaat met abstracties als de Europese Unie, of groter nog: een geglobaliseerde wereld. In zijn meest recente publicatie ‘Weltinnenraum des Kapitals’ keert deze gedachte terug als provincialisme of lokalisme. In die termen ligt besloten dat menselijke emotionele verbondenheid – met andere mensen, maar ook met de woonplaats of de natuur – en dus ook de zorg voor cultivering, plaatsvindt op lokaal of provinciaal niveau.

Sloterdijk beschouwt dit provincialisme als een essentieel tegenwicht tegen de globalisering. Niettemin moet hij toegeven dat die houding ook een keerzijde heeft, zoals de Fransen – en vervolgens de Nederlanders – in zijn ogen op genante wijze hebben duidelijk gemaakt. “Het is de negatieve kant van datgene wat ik eerder zei over provincialisme. In mijn ogen is het een duidelijk symptoom van een totale verwendheid en een totaal verlies van realiteit – ofschoon in de Weltinnenraum des Kapitals dit verlies van realiteit juist de realiteit vormt. Wat dat betreft is het geen wonder, dat onze welvaart zich op die manier uit, dat makkelijk een meerderheid kan worden gevonden om de fundamenten van een heel systeem te verwerpen.”

Filosofische basis

Het totale verlies van realiteit dat de realiteit vormt: dit is de Weltinnenraum des Kapitals – Sloterdijks poging, zoals de ondertitel van het boek aangeeft, de globalisering van een filosofische basis te voorzien. Zoals van hem te verwachten was bouwt hij zijn theorie op in zijn eigen stijl en met zijn eigen beelden, die een voortzetting vormen van de ruimtelijke metaforiek van zijn volumineuze ‘Sphären’-trilogie, die hij tussen 1998 en 2004 uitbracht. Uit weer een ander boekje van Sloterdijk, het eveneens onlangs verschenen ‘De hartslag van de wereld’, blijkt duidelijk hoe die gestalte heeft gekregen.

Dat boekje, bestaande uit een lange dialoog tussen Sloterdijk en de Franse filosoof Alain Finkielkraut, doet eigenlijk vooral aan als een uitgebreide, tweevoudige Cruijffiaanse nabeschouwing van een wedstrijd – in dit geval tussen het Westen en de islamitische wereld. Sloterdijk maakt er niettemin terloops een opmerking in, die kan worden beschouwd als zijn voornaamste kritiek op de moderniteit en het startpunt van zijn denkwereld: “Wat was eigenlijk de ontologische kern van de moderniteit? De keuze voor de tijd ten koste van de ruimte.” Wie de wereld écht wil begrijpen – en wil begrijpen hoe wij ons tot die wereld verhouden – moet zich volgens Sloterdijk niet blind staren op een roemrucht of traumatisch verleden, of op een hoopvolle toekomst, maar zou er goed aan doen eens om zich heen te kijken.

In de wijze waarop mensen in de wereld staan speelt namelijk niets een centralere rol dan de begrippen ruimte en immuniteit. “Mensen zijn gedoemd tot het bouwen van interieurs” schrijft Sloterdijk in ‘Sphären III’ en bedoelt daarmee dat het leven van mensen zich altijd afspeelt binnen bepaalde levenssferen. Die maken de wereld leefbaar, niet alleen door haar in te richten, maar ook door bescherming – immuniteit – te bieden tegen de buitenwereld.

Globalisering

In ‘Weltinnenraum des Kapitals’ krijgt deze idee een geëngageerd karakter, wanneer Sloterdijk de globaliseringsproblematiek in zijn sferen trekt. Daarbij neemt hij een eigen perspectief in. Sloterdijks wereld is niet aan het globaliseren, maar heeft dat proces feitelijk reeds sinds decennia afgesloten. “Mijn these luidt”, zo licht hij in het gesprek toe, “dat de revolutie voorbij is en globalisering inhoud is geworden van de moderne geschiedenis”. Daarbij moet worden aangetekend, dat dit slechts voor dat deel van de wereld geldt, dat zich dankzij de overwinning van het kapitalisme en neoliberalisme tot de – voorlopige – winnaar van de geschiedenis mag uitroepen.

Dit deel, het Westen, heeft zich vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog in rap tempo steeds verder ingekapseld tot een reusachtig interieur – de Weltinnenraum uit de titel. Sloterdijk grijpt terug op Dostojevski om dit interieur aanschouwelijk te maken. In diens verhaal ‘Memoires uit het souterrain’ waarschuwt de Russische schrijver voor het Crystal Palace in Londen, dat destijds pas net bestond, maar waarin Dostojevski volgens Sloterdijk al de glazen kooi herkende “waarin de mensen de demonen van het Westen huldigden: de macht van het geld, de pure beweging en de ophitsend-verdovende genotten”.

Dit kristallen paleis is voor Sloterdijk de ultieme metafoor voor de Weltinnenraum des Kapitals, omdat ze duidelijk maakt dat de neoliberale westerse wereld “geen agora [is] en geen marktplaats onder de open hemel, maar een broeikas, dat alles wat voorheen buiten was naar binnen heeft getrokken”, zoals hij in het boek duidelijk maakt. Dit “rijk van de koopkracht” is daarmee bovenal een comfortsysteem, waarbinnen de rijke westerling van alle gemakken is voorzien – vaak ten koste van degenen die er geen deel aan hebben.

Niet voor niets is een andere geliefde metafoor die in ‘Weltinnenraum’ langskomt, die van het ultraluxe cruiseschip Queen Mary II. In het gesprek refereert Sloterdijk hier nogmaals aan: “Het is een van de perfecte symbolen voor de westelijke houding ten opzichte van de rest van de wereld. Aan boord van de Queen Mary II kom je niet als je in een roeibootje op de oceaan ronddobbert en zegt ‘wij hebben honger’. Het is de meest volledige, expressieve wijze om de morele situatie in de wereld aanschouwelijk te maken.”

Provincialisme

Binnen – en dankzij – dit kristallen paleis is toerisme de meest karakteristieke uiting van de way of life van de westerse mens. Sloterdijk waarschuwt er expliciet voor dit toerisme te verwarren met kosmopolitisme. Vanwege de immense dimensies van de Weltinnenraum heerst daarbinnen een zekere “kosmopolitismeromantiek”, die mensen de overtuiging geeft wereldburger te zijn. Deze overtuiging, zo spot Sloterdijk, “geeft de kapitalistische Weltinnenraum zijn flair open te staan voor alles, wat met geld te krijgen is.”

Feitelijk is het kosmopolitisme echter een illusie, want “wij zijn tot provincialisme gedoemd”, zoals hij zichzelf parafraseert. In de lokale cultivering – een begrip dat hij als synoniem gebruikt voor ‘identificatie’, ‘verbondenheid’ of ‘engagement’ – schuilt ten slotte de redding van de anonieme globalisering. Het zich verbonden voelen met de omgeving, en deze verbondenheid actief uitdragen door zich voor zijn omgeving te engageren, veronderstelt uitgebreidheid. Als je je verbonden voelt met je woonplaats, identificeer je je immers met haar, wat bijna letterlijk betekent dat je ‘ik’ zich uitbreidt over je woonplaats. Die uitgebreidheid kan een tegenwicht bieden tegen bijvoorbeeld de media, het toerisme en de massacultuur, die de geglobaliseerde (binnen)wereld doen inkrimpen.

Barbarij

Het is voor Sloterdijk evident dat de Weltinnenraum zichzelf cultureel – als niet ook op andere wijze – uiteindelijk te gronde richt, als mensen niet meer tot deze cultiveringen bereid zijn. “Het werkelijke probleem van de globalisering is immers de barbarij”, zo legt hij uit. Dat doemt op, zodra mensen, die alleen nog maar onderweg lijken te zijn, de verbondenheid met hun thuisplek verwaarlozen. Ze worden dan als het ware zelfs thuis passanten.

Dit niet-cultiveren van de eigen plek noemt Sloterdijk barbarij: “De barbaar is iemand die zijn afval voor de eigen deur neergooit, die geen orde kan scheppen, die geen bepaald idee van het goede leven op zijn eigen plek cultiveert.” Het verschil met vroeger is dat de ‘kosmopolitische’ westerling die barbarij tegenwoordig mee op reis neemt en bijgevolg overal importeert. “Ik geloof dat het een oud probleem is van de globalisering, dat zij een ongebondenheid aan plaatsen, een Ortslosigkeit generaliseert. Daarom is de toerist tegenwoordig ook zo’n gevaarlijk figuur, omdat hij de barbaarse habitus overal mee naartoe neemt.”

Er bestaan weliswaar tendensen in tegengestelde richting. Die ziet Sloterdijk vooral in steden in West-Europa, waar achter het stedelijk beleid vaak een uitgewerkte en actieve cultiveringsgedachte schuilt – al is het maar omdat zij over vuilnisophaaldiensten beschikken. Die ontwikkeling staat evenwel nog haaks op de barbaarse mentaliteit van veel West-Europeanen en de andere bewoners van de Weltinnenraum.

Door de dodelijke combinatie van die mentaliteit en het wereldwijde toerisme dreigt de wereld zich meer en meer in de richting te begeven van wat in Sloterdijks ogen synoniem staat voor de barbarij: een mondiale camping. “Je ziet de mensen op hun permanente campings – zogenaamde steden – alleen nog maar datgene doen, wat op campings nu eenmaal gebeurt: tv-kijken, barbecuen en seks hebben. Dat is allemaal prachtig, maar levert uiteindelijk geen leefbare situatie op, geen cultiveerbare, duurzame uiting van de wijze waarop we in de wereld staan.”

Basisparadox

De westerse campingbewoners in Sloterdijks Weltinnenraum des Kapitals zijn rijk, verwend, maar ook lui en tot op het bot verveeld. Ze leven in een kristallen paleis waarbinnen comfort en overvloed heerst en die zijn deuren bovendien op cynische wijze gesloten houdt voor degenen erbuiten. De rijkdom van het Westen laat zich uit principe niet delen met teveel anderen, omdat zij, aldus Sloterdijk, gebaseerd is op materiële goederen. Als je die met teveel mensen zou delen, kun je uiteindelijk niet meer van rijkdom spreken.

Zo lang het Westen niet bereid is een deel van zijn welvaart in te leveren, blijven alle goede bedoelingen voor hem daarom een vorm van huichelarij. “De goede wil adopteert de complete mensheid. Het goede leven, het comfortabele leven, sluit de anderen uit; ik geloof dat dit de morele basisparadox is van de Weltinnenraum des Kapitals. Symbolisch doen we onze deuren zo ver mogelijk open, materieel houden we ze behoorlijk strak dicht.”

Kloof

Cultivering van de eigen woonplaats lijkt daarom een mooi ideaal, maar kan op zichzelf niet voldoende tegenwicht bieden tegen de groeiende kloof tussen rijk en arm in de wereld – “zoals we de afgelopen 25 jaren hebben kunnen zien” – en die het gevolg is van deze huichelarij. Het slechten van die kloof vraagt om een actievere rol van de westerling. Die, aldus Sloterdijk, zal zich evenwel pas werkelijk uit zijn luie stoel oprichten, wanneer hij met eigen ogen ziet dat de wereld anders vergaat.

Als met andere woorden ergens redding te verwachten is, dan enkel uit het besef van de westerling dat hij op een vulkaan danst. “Anders ontstaat uit de innerlijke dynamiek van de Weltinnenraum des Kapitals één groot suïcidaal feest.” Pas als het Westen zich realiseert dat het zich als een zelfmoordenaar gedraagt, zoals Sloterdijk het noemt, zal een tegengestelde dynamiek kunnen inzetten. Wat dat concreet inhoudt, kunnen de hulporganisaties vertellen, die na de tsunami van kerst 2004 om geld vroegen. Toen de beelden van de verwoestende stormvloed eenmaal de westerse televisiekijkers bereikten, werd zonder veel moeite miljarden opgehaald. “Toen hebben we kunnen zien, dat de mensen zich er op termijn niet mee tevreden stellen, enkel als op irrealiteit gefixeerde huichelaars in een comfortsysteem gevangen te zitten.”

Aan de andere kant hield de huichelarij met de binnenstromende miljarden natuurlijk niet op, in tegendeel, want dat geld was tenslotte vooral bedoeld om de stranden van de westerse toeristen weer op te knappen.

Zonne-energie

Om effectief te kunnen worden ingezet, moet die morele omschakeling hoe dan ook worden gevolgd door een omschakeling van de westerse politiek. Daar zal evenwel meer voor moeten gebeuren dan het uitzenden van emotionele tv-beelden. Een politieke omschakeling, zo voorspelt Sloterdijk, is pas serieus te verwachten als de fundamenten van de rijkdom van het Westen zich veranderen. Daar bedoelt hij mee dat de bestaande scheiding door het kristallen paleis een feit blijft, zo lang de welvaart van het Westen is gefundeerd in fossiele brandstoffen: “energie is de basis van onze rijkdom.” Voor landen die niet in het toevallige bezit zijn van olievelden of gasbellen betekent dit, dat de Weltinnenraum altijd gesloten zal blijven.

Een eerlijke mondiale verdeling van de welvaart zal daarom het gevolg zijn van een mondiale verspreiding van de energievoorziening. De enige energiebron die daar realistisch gezien voor kan zorgen, is de zon. Met zijn buitenaardse perspectief kan alleen hij een werkelijke – en definitieve – global age inluiden. Dat betekent: geen energie-monopolie meer in handen van een kleine groep staten, geen centralisme, maar een terugkeer naar een wereld van gelijkwaardige regio’s. “Als een massieve decentralisatie van de energievoorziening inzet en de hele wereld gaat bestaan uit een netwerk van regionale zonne-energieën, dan kan zoiets ontstaan als een solaire democratie, een solaire, compleet geregionaliseerde sociale welvaartsstaat.” Met andere woorden: wat we nodig hebben is een ecologische revolutie.

Geluksepidemie

Om die te bewerkstelligen is het essentieel dat de eerste goede voorbeelden gepresenteerd kunnen worden. Die moeten aantonen dat zonne-energie een succesvol alternatief kan zijn voor fossiele brandstoffen. “Zodra we de eerste goede voorbeelden zien, zal een soort succesepidemie ontstaan, een geluksepidemie. De middelen om goede voorbeelden te volgen zijn door de globalisering enorm uitgebreid – maar we missen het goede voorbeeld nog.”

Sloterdijks eigen thuisland was wat dat betreft op de goede weg. De rood-groene regering van Gerhard Schröder trachtte in Duitsland van duurzame energiebronnen een serieus alternatief te maken voor fossiele brandstoffen en kernenergie. De kans lijkt echter groot dat die ontwikkeling niet zal doorzetten. In september vinden vervroegde verkiezingen plaats, die zoals de peilingen momenteel uitwijzen gewonnen zullen worden door de christen-democratische CDU. Die partij maakt er geen geheim van dat ze de geleidelijke afschaffing van kernenergie in Duitsland wil stopzetten.

Het zou de voorlopige doodsteek betekenen voor Sloterdijks ideaal. “Daarmee krijgen we opnieuw een periode van excessief centralisme. De Weltinnenraum des Kapitals blijft weliswaar verzekerd van zijn welvaart, maar degenen erbuiten niet. Dat is het probleem. Daarom krijgen we erbuiten waarschijnlijk eerst nog een verdere spiraal van ellende.”

Pim Huijnen is redacteur van het Duitslandweb

  • Alain Finkielkraut en Peter Sloterdijk, ‘De hartslag van de wereld’ (Sun, Amsterdam 2005) 191 blz. ISBN 90 8506 050 8, € 19,95
  • Peter Sloterdijk, ‘Im Weltinnenraum des Kapitals. Für eine philosophische Theorie der Globalisierung’ (Suhrkamp, Frankfurt am Main 2005) 415 blz. ISBN 3 518 41676 6, € 24,80
Tags: filosofie

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger