Politiek en Staatsinrichting:

Bondsregering en bondskanselier
Centrale regering

De Bondsregering is de centrale regering van de Duitse republiek. Aan het hoofd van deze regering staat de bondskanselier. De kanselier benoemt de ministers en is het enige gekozen lid van het kabinet.

Bondsregering en bondskanselier
© Flickr.com/handshake/cc

Bondsregering

De Bondsregering bestaat uit de bondskanselier en de bondsministers en wordt benoemd voor een periode van maximaal 4 jaar. De ministers worden bijgestaan door twee soorten staatssecretarissen, namelijk parlementaire staatssecretarissen en ambtenaren-staatssecretarissen. Parlementaire staatssecretarissen (parlementarische Staatssekretäre) ondersteunen de minister in hun dagelijks werk en treden bovendien plaatsvervangend op. Ambtenaren-staatssecretarissen (beamtete of politische Staatssekretäre) zijn niet direct aan een ambtstermijn verbonden en voeren het door de minister bepaalde beleid uit.

Bondskanselier versus minister-president

Waar in Nederland het hoogst mogelijke politieke ambt dat van minister-president is, is die rol in Duitsland weggelegd voor de bondskanselier. Hoewel deze posities vergelijkbaar zijn, bestaan er ook belangrijke verschillen.

Allereerst wordt de bondskanselier direct gekozen door het parlement op voordracht van de bondspresident. In Nederland wordt de minister-president benoemd door de koning. De Duitse kanselier staat aan het hoofd van de regering, terwijl in Nederland de minister-president meer een 'primus inter pares' is, een 'eerste onder gelijken'. De kanselier stippelt de richtlijnen voor het regeringsbeleid uit, de Richtlinienkompetenz. In Nederland is de ministerraad in zijn geheel verantwoordelijk voor de politieke koers van het land.

De kanselier draagt ook meer verantwoordelijkheid. Hoewel iedere minister verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen ministerie, kan alleen de kanselier door de Bondsdag worden afgezet door een zogenoemde 'constructieve motie van wantrouwen'. In Nederland zijn ministers individueel aansprakelijk tegenover de Tweede Kamer en deze kan een motie van wantrouwen indienen tegen iedere minister. De bondskanselier kan ministers ontslaan; de Nederlandse premier heeft deze mogelijkheid niet. De Duitse bondskanselier staat dus duidelijk bovenaan in de hiërarchie en heeft het laatste woord in ieder dispuut. De minister-president van Nederland vervult in die zin meer een coördinerende rol binnen de regering.

Het Duitse systeem moet een hoge mate van stabiliteit garanderen. Dat dit ook inderdaad het geval is, blijkt uit de relatief lange zittingsduur van de verschillende bondskanseliers. De gemiddelde zittingsduur van de naoorlogse kanseliers is acht jaar. De bondskanseliers Konrad Adenauer (1949-1963) en Helmut Kohl (1982-1998) zijn de langstzittende naoorlogse kanseliers. Het is in de Duitse naoorlogse geschiedenis tot nu toe slechts één keer voorgekomen dat een kanselier door een constructieve motie van wantrouwen naar huis werd gestuurd (Helmut Schmidt, 1982).

Overzicht naoorlogse bondskanseliers:

1949-1963 Konrad Adenauer (CDU)
1963-1966 Ludwig Erhard (CDU)
1966-1969 Kurt Georg Kiesinger (CDU)
1969-1974 Willy Brandt (SPD)
1974-1982 Helmut Schmidt (SPD)
1982-1998 Helmut Kohl (CDU)
1998-2005 Gerhard Schröder (SPD)
2005-          Angela Merkel (CDU)


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger