Economie:

Pensioenen
Sociaal stelsel

Duitsland vergrijst, in nog sterkere mate dan de meeste andere Europese landen. In 2015 was meer dan een kwart van de Duitse bevolking gepensioneerd. De kunst is om de kosten van het pensioenstelsel in toom te houden.

Pensioenen © Bundesarchiv/B 145 Bild-F081098-0022 /Ulrich Wienke /CC-BY-SA
Duitse gepensioneerden

Het Duitse pensioenstelsel kent drie pijlers: het staatspensioen, aanvullende collectieve verzekeringen zoals bedrijfspensioenen en particuliere polissen. Dit ‘3-zuilen-systeem’ bestaat ook in Nederland, alleen leunt het Duitse stelsel veel sterker op het staatspensioen.

Generationenvertrag

Het Duitse staatspensioen vormt ongeveer 80 procent van de totale pensioensom. Het staatspensioen is, net als de AOW in Nederland, ingericht als een omslagstelsel. Dat betekent dat het werkzame deel van de bevolking de huidige generatie gepensioneerden direct financiert. Deze solidariteit tussen generaties wordt Generationenvertrag (verdrag tussen generaties) genoemd.

De premie voor het staatspensioen, de Rentenbeitrag, bedroeg in 2015 18,7 procent van het bruto maandloon. De hoogte van het Duitse staatspensioen is onder meer afhankelijk van het salaris. Duitse werkenden bouwen Entgeltpunkte (pensioenpunten) op. Lange tijd was de pensioenleeftijd in Duitsland 65 jaar, maar sinds 2012 wordt deze ieder jaar verhoogd zodat de pensioenleeftijd in 2030 67 jaar is. In 2014 werd een uitzondering gemaakt voor werknemers die op 63-jarige leeftijd al meer dan 45 jaar hebben gewerkt. Zij mogen met vervroegd pensioen.

Bedrijfs- en aanvullende pensioenen

Van bedrijfspensioenen en aanvullende pensioenen voor ambtenaren wordt in Duitsland minder gebruik gemaakt dan in Nederland. In deze tweede pijler sparen mensen voor zichzelf, al dan niet met een bijdrage van hun werkgever. Deze betriebliche Altersvorsorge is dus minder afhankelijk van demografische ontwikkelingen dan het staatspensioen. Sinds 2002 zijn werkgevers verplicht aan te bieden een deel van het brutoloon te gebruiken voor oudedagsvoorziening. Ze zijn niet verplicht om een deel van de premie te betalen.

De derde pijler van het pensioenstelsel is de particuliere pensioenvoorziening, de private Altersvorsorge. Hieronder vallen allerlei aanvullende verzekeringen, zoals lijfrentepolissen.

De vergrijzing is een belangrijk probleem voor het huidige pensioenstelsel. Er zijn op lange termijn steeds minder werkenden die premie betalen voor steeds meer gepensioneerden. Het staatspensioen zou dus steeds minder inkomen opleveren voor gepensioneerden.

Riester-Rente

De voormalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Walter Riester heeft als reactie op de vergrijzing de aanvullende pensioenvoorzieningen aantrekkelijker gemaakt door in 2002 de ‘Riester-Rente’ in te voeren. Premies voor aanvullende bedrijfs- of particuliere pensioenen zijn via deze regeling aftrekbaar. In 2015 kon ongeveer de helft van de Duitse gepensioneerden aanspraak maken op aanvullende voorzieningen.


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger