Lestips: Duitsland 1871-1914
CSE Geschiedenis

Lestips: Duitsland 1871-1914 © wikipedia.com/cc

Duitsland was tijdens de regeerperiode van keizer Wilhem II een land vol tegenstellingen en spanningen. Daar kun je in de les mooi gebruik van maken. Het DIA zet een aantal lestips op een rij van historicus Frits Boterman, die hij tijdens een nascholingscurus in Huis Doorn gaf. 

Duitsland maakte tussen 1871 en 1914 vooral veel worstelingen door, aldus Frits Boterman. Het land zocht naar nationale eenheid - “dat is in Duitsland altíjd een thema” - en worstelde met de eigen politieke macht, met de snelle industrialisatie, de opkomst van de arbeidersbeweging, de weerstand tegen het verlichtingsdenken, de binnenlandse en de buitenlandse politiek, met de positie midden in Europa. “En voeg daar aan toe de wisselwerking tussen het zich superieur en het zich achtergesteld voelen.” Een beetje zoals Poetin zich tijdens de Oekraïne-crisis begin 2014 gedroeg, aldus de emeritus-hoogleraar.

In Huis Doorn, waar keizer Wilhelm II in 1918 heen vluchtte en in 1941 stierf in ballingschap, gaf Boterman verschillende voorbeelden van de manier waarop je de politieke ontwikkelingen en de hoofdpersonen van het Duitse keizerrijk in de les kunt gebruiken. Frits Boterman is emeritus-hoogleraar moderne Duitse geschiedenis van de UvA en voormalig docent geschiedenis. Het Duitse keizerrijk (1871-1918) maakt vanaf komend schooljaar onderdeel uit van het eindexamen geschiedenis. Meer informatie over de onderwerpen van de lestips is te vinden in het Naslagwerk Geschiedenis

1. Keizer Wilhelm II

Keizer Wilhelm II leent zich goed om de tegenstellingen duidelijk te maken die in die vooroorlogse jaren in zijn land speelden. De keizer is de belichaming van die tegenstellingen: hij was modern - hij had grote interesse in vlootbouw en techniek, wetenschap en kunst. Maar hij leefde tegelijkertijd in een soort romantische droomwereld, verkleedde zich als Frederik de Grote en was tegen het Franse verlichtingsdenken. “Hij was impulsief, onevenwichtig en narcistisch”, aldus Boterman.

Wilhelm II volgde in 1888 zijn vader op, die na 99 dagen koningschap stierf. Hij was niet goed op zijn taak voorbereid. Hij hechtte veel waarde aan internationale prestige en begon een nieuwe, agressieve buitenlandse politiek. Met zijn tactloze optreden veroorzaakte hij internationale crises. Zo joeg de keizer, zoon van een Engelse prinses, bondgenoten als Engeland en Rusland tegen zich in het harnas. 

2. Tegenstellingen Wilhelm II en Von Bismarck

 Bismarck. Afb.: Bundesbildstelle, nr. 47673Een andere manier om de spanningen in het Duitse keizerrijk uit te leggen is door gebruik te maken van de contrasten tussen de keizer en Rijkskanselier Otto von Bismarck. Von Bismarck had in 1871 voor de eenheidsstaat Duitsland gezorgd. Deze Realpolitiker zorgde ervoor dat het verenigde Duitsland niet in oorlog raakte en wist met zijn coalitiepolitiek vijanden buiten de deur te houden. Maar de conservatieve Bismarck hield ook de democratisering van de samenleving tegen. Boterman: “Duitsland kende weliswaar mannenkiesrecht en een parlement, maar Bismarck wilde dat de macht voorbehouden bleef aan de Pruisische protestantse elite. Hij voerde een strijd tegen de katholieken, de Kulturkampf, en tegen de socialisten.”

Toen Wilhelm II Bismarck in 1890 ontsloeg, veranderde hij diens alliantiepolitiek in een Weltpolitik: Duitsland moest worden voortgestuwd in de vaart der volkeren. Wilhelm II wilde koloniën vergaren en er kwam een vlootbouwprogramma. Daarmee isoleerde Duitsland zichzelf. 

3. Industrialisatie van de samenleving

Fabriek in Berlijn. Afb.: wiki/EduardBiermann/ccDe veranderingen in de Duitse samenleving vormen een derde manier om de lesstof te benaderen, aldus Boterman. Het aantal inwoners groeide in de Wilhelminische periode van 41 naar 67 miljoen. Er kwamen in snel tempo nieuwe industrieën op, nieuwe producten en nieuwe bedrijven. Duitsland werd een exportland van formaat en er ontstond een nieuwe arbeidersklasse. Boterman: “De sociaal-democraten vormden al voor de Eerste Wereldoorlog de grootste partij.” Die stond lijnrecht tegenover de politieke Pruisische elite, die niet modern was.

Duitsland deed het goed in de natuurwetenschappen. In het eerste decennium van de 20e eeuw wonnen Duitse natuurwetenschappers meerdere Nobelprijzen. Voorbeelden zijn Wilhelm Röntgen voor de naar hem genoemde stralen in 1901, Karl Ferdinand Braun voor de draadloze telegrafie in 1909 en Wilhelm Wien voor de wet waarmee stralingsemissie kan worden bepaald in 1911. Ook waren er in die jaren veel nieuwe ontwikkelingen in de architectuur en de kunst, en kwam de film op. De oude elite, het Bildungsbürgertum, voelde zich door die moderniteit bedreigd. Deze voorhoede van de Duitse burgerij, bestaande uit ambtenaren, professoren, leraren en vrije beroepen, verloor in deze periode aan invloed. 

4. Romantiek, jeugdbeweging Wandervogel

 Wandervogelgroep in Berlijn. Afb.: Bundesarchiv Bild 183-R24553De moderniteit in het keizerrijk stond naast de andere, romantische traditie. Een voorbeeld daarvan zijn de jeugdbewegingen zoals ‘der Wandervogel’. Daar ging het om natuurbeleving en mystiek. De Wandervogel en soortgelijke jeugdbewegingen waren anti-burgerlijk en hadden een afkeer van moderne techniek en de consumptiemaatschappij. Ze organiseerden wandeltochten en jeugdkampen en droegen vaak net als padvinders halsdoeken, vlaggen en wimpels. Boterman: “Erlebnis, innerlijke beleving, was het centrale begrip.”

Ook in de kunst en de cultuur is de romantiek te zien. De mens in het conservatieve wereldbeeld, mede bepaald door de ideeën van Nietzsche, Darwin en Freud, is geen rationeel wezen met een eigen wil. Hij vlucht voor de moderne wereld in poëzie en muziek waarin mythologisering, anti-rationaliteit en de zoektocht naar de Duitse wortels de boventoon voeren. Je ziet dat bijvoorbeeld terug in de muziek van componist Richard Wagner, aldus Boterman. En in het werk van Thomas Mann uit die periode, zoals in ‘Buddenbrooks’ (het verval van de familie) uit 1901 en in ‘Der Tod in Venedig’ uit 1911. 

5. Sonderwegthese/eenheidsobsessie

 WOI werd een loopgravenoorlog. Afb.: Bundesarchiv, Bild 146-1978-049-36AEen andere benadering is om het keizerrijk in een bredere historische of historiografische context te plaatsen. In de jaren zestig van de 20e eeuw ontstond in Duitsland de Sonderwegthese, opgesteld door onder meer de Duitse historicus Hans-Ulrich Wehler. Die these houdt in dat Duitsland in de negentiende eeuw een speciale historische ontwikkeling doormaakte, waarbij democratisering op grote schaal niet van de grond kwam. In deze Sonderwegthese vormt 1871 het beginpunt van een ontwikkeling die uiteindelijk tot het Derde Rijk heeft geleid. In later jaren is er veel kritiek op de these gekomen. Ook Boterman is er geen aanhanger van. Volgens de kritiek waren er bijvoorbeeld genoeg ontwikkelingen in de Wilhelminische periode die tot een andere uitkomst hadden kunnen leiden.

Het verlangen naar nationale eenheid noemt Boterman een belangrijke rode draad in de Duitse geschiedenis. Die is ook is terug te zien in het keizerrijk en speelde een rol bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Tot het keizerrijk in 1871 ontstond, was Duitsland geen eenheidsstaat, maar een cultuurnatie, gebaseerd op op taal en cultuur. “Daaruit vloeit een eenheidsobsessie voort”, aldus Boterman. De oorlog was onder meer een middel om tot eenheid te komen. De keizer, veel politici en de legerleiding wisten in 1914 dat ze in een avontuur stapten dat niet goed kon aflopen en dat het geen korte snelle oorlog zou worden. “Alleen dat zeg je natuurlijk niet tegen soldaten die je de oorlog in stuurt.” De oorlog was voor de leiders in het keizerrijk een manier om uit een hopeloze situatie te komen. Boterman: “De oorlog moest een einde maken aan het gevoel achtergesteld te zijn en Duitsland moest er heroisch weer uit komen.”

Frits Boterman, emeritus hoogleraar Moderne Duitse Geschiedenis na 1750 aan de Universiteit van Amsterdam, gaf een lezing over die periode waarop bovenstaande lestips zijn gebaseerd.

Huis Doorn geldt als dé herinneringsplaats van de Eerste Wereldoorlog in Nederland. Op het landgoed waar de Duitse keizer Wilhelm II toevlucht vond toen hij in 1918 uit Duitsland weg moest, vinden verschillende bijeenkomsten en tentoonstellingen plaats. Huis Doorn maakt ook onderdeel uit van de digitale platform 'Herdenking Eerste Wereldoorlog Nederland 2014-2018'. Huis Doorn >>


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger