Bericht vanuit een ondergelopen kelder

Boeken - 25 januari 2007 - Auteur: Jonathan Witteman

(25 januari 2007) Duitsers worden allang niet meer alleen als daders van de Tweede Wereldoorlog gezien, maar ook als slachtoffers. Weinig boeken schilderen het lot van deze slachtoffers zo indringend als Stig Dagermans vergeten meesterwerkje 'Duitse Herfst' uit 1947.

In opdracht van het Zweedse dagblad Expressen maakte Dagerman (1923-1954) in de herfst van 1946 een reportagereis door het naoorlogse Duitsland. De ellende waar Dagerman die herfst getuige van was, maakte een diepe indruk op de jonge, maar toen al gelauwerde Zweedse schrijver. Zijn het jaar daarop verschenen 'Duitse Herfst' vormt de neerslag van die indrukken en geldt met zijn indringende beschrijving van het leed van de Duitse bevolking als een vroege voorloper in het huidige debat over Duitsers als slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

'Duitse Herfst' raakt aan vele van de thema's die in dit debat een rol spelen, zoals de verdrijvingen van Duitsers uit Oost-Europa en de bombardementen van de geallieerden op Duitse steden, die tussen de 450 tot 570 duizend burgers het leven kostten en miljoenen ontheemden. Het bijzondere aan 'Duitse Herfst' is vooral dat het een ooggetuigenverslag is, geschreven door een buitenstaander die de lezer letterlijk over de ruïnes voert.

Tot de enkels in het water

‘Duitse Herfst’ begint in een ondergelopen kelder, vaak de enige vertrekken die de oorlog overleefd hadden en dus, zoals Dagerman schrijft, een dak boven het hoofd betekenen voor honderden uit hun huizen gebombardeerde gezinnen:  

“Je wordt wakker, als je al geslapen hebt, ijskoud, in een bed zonder dekens, en loopt tot je enkels in het koude water naar de kachel en probeert vuur te maken met een paar natte takken van een kapot gebombardeerde boom. Ergens in het water achter je hoest een kind volwassen en tuberculeus. Krijg je tenslotte vuur in die kachel, die je met gevaar voor eigen leven gered hebt uit een instortende ruïne waarvan de eigenaar al enkele jaren een paar meter diep onder het puin ligt, vult de kelder zich met rook en hoest degene die al hoestte nog meer.”

‘Duitse Herfst’ gaat niet over politiek, maar over het lijden van de Duitse bevolking. Over de treinen met vluchtelingen uit het Oosten die Beieren niet in mogen terwijl de passagiers verhongeren op een rangeerterrein. Over de Duitse jeugd, die zoals Dagerman schrijft op haar achttiende de wereld veroverde en op haar tweeëntwintigste alles verloor. Over de mensen die verwoed naar kolen zoeken in de “ingewanden van de ruïne”, omdat de ruïnes, zoals de Duitsers bitter spotten, “Duitslands enige kolenmijnen” zijn nu het grondstofrijke Silezië verloren is en de Duitse toekomst van het Saarland en het Ruhrgebied onzeker.

Microscoop

Het mededogen waarmee Dagerman in 'Duitse Herfst' het slachtofferschap van de Duitse bevolking beschrijft, is opvallend. Want ondanks dat Dagerman de oorlog beleefd had in het neutrale Zweden, was hij zich goed bewust van de keerzijde van de medaille. Dagerman was in '43 getrouwd met een Duitse vluchtelinge, Anne Marie Götzes, dochter van een veteraan van de Spaanse Burgeroorlog. Hij kende de gruwelen van het Derde Rijk uit de eerste hand. Dagermans werk wordt des te opmerkelijker als men bedenkt hoe ongebruikelijk het was om juist als schrijver zo kort na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog het Duitse leed te vertolken. De meeste Duitse - en ook internationale - schrijvers konden óf wilden het Duitse leed zo vroeg na de oorlog nog geen plaats geven en de weinige schrijvers die daar wel in slaagden, zoals Hans Erich Nossack en Gerd Ledig, bereikten niet het grote publiek dat ze misschien verdiend hadden. 

In sommige passages in 'Duitse Herfst' lijkt Dagerman bijna één te zijn met het lot van de berooide bevolking. Dit is tegelijkertijd de grootste kracht en de grootste zwakte van het boek. Dagerman gaat grotendeels voorbij aan de steun die Hitler tot aan het bittere einde kreeg van miljoenen gewone Duitsers. De politieke en historische achtergrond van het lot van de Duitse bevolking blijft onvermeld, de Zweedse auteur bekijkt het leven tussen de ruïnes als het ware door een microscoop. 'Duitse herfst' had zich evengoed in Baghdad anno 2007 kunnen afspelen. Het is vooral Dagermans linkse en betrokken politieke inborst die het overzicht vertroebelt. De loyaliteit van de auteur ligt eenzijdig bij het lot van de allerarmsten.

Klasseloosheid

‘Duitse Herfst’ gaat ook over de oppervlakkigheid van de buitenlandse journalisten, die verkleumde Duitse gezinnen vragen of ze het beter hadden onder Hitler: “Het antwoord dat de bezoeker dan krijgt, maakt dat hij met een buiginkje van woede, walging en verachting zich haastig terugtrekt uit de stinkende ruimte, plaatsneemt in zijn gehuurde Engelse automobiel of Amerikaanse jeep om een halfuur later bij een ‘drink’ of een goed glas echt Duits bier in de bar van het pershotel een beschouwing te schrijven over het onderwerp ‘Het nazisme leeft in Duitsland’."

Over de Duitse 'heropvoeding tot democratie' toont Dagerman zich pessimistisch, want wat is een verkiezingsoverwinning waard in een hongerig land? Dagerman verwoordt dit democratische zelfbedrog op indringende wijze in zijn beschrijving van een verkiezingstoespraak van Kurt Schumacher, de leider van de Duitse sociaaldemocraten, te München: "Het zou naïef zijn om aan te nemen dat het sociaal-democraten zijn, die tienduizend mensen op de Königsplatz, die juichen als doctor Schumacher het heeft over 'onze zeven miljoen afwezige kameraden' (de krijgsgevangenen), als hij stilstaat bij het schandelijke verdrag van München (wat bijzonder veel effect heeft als je tienduizend toehoorders hebt die met hun ruggen naar het gebouw staan waarin het werd ondertekend), als hij het Saarland terugverlangt, het Ruhrgebied, Oost-Pruisen en Silezië." Het is dan ook een illusie, zo vervolgt Dagerman, om te denken dat het merendeel van de berooide toehoorders zich ook maar iets interesseert voor de democratische idealen van de sociaaldemocraten.

Dagerman bleef na zijn 'Duitse Herfst' met de voor hem kenmerkende productiviteit romans en theaterstukken publiceren, tot alles in 1949, op 26-jarige leeftijd, plotseling voorbij was. Dagerman kreeg nauwelijks nog een gedachte op papier en viel hoe langer hoe meer ten prooi aan depressies. In 1954 maakte de schrijver een einde aan zijn leven.

In de jaren na zijn dood raakte Dagermans werk langzaam maar zeker in de vergetelheid. De meeste van zijn boeken, waaronder ook 'Duitse Herfst', zijn tegenwoordig alleen nog maar verkrijgbaar in antiquariaten en bibliotheken. Sinds een paar jaar echter lijkt er hernieuwde belangstelling voor de schrijver. Onlangs nog gaf uitgeverij Meulenhoff Dagermans misschien wel beste werk, 'Het Verbrande Kind' uit 1948, opnieuw uit, met een nawoord van de Nederlandse schrijver Bernlef.

Jonathan Witteman is medewerker van het Duitslandweb.
  • Stig Dagerman, 'Duitse Herfst. Een naoorlogse reportage'
    Meulenhoff, Amsterdam 1989
    ISBN 90-290-3857-8

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger