De lezing: 'De onschuldigste foto's zijn het ergst'
Kunsthistorica Petra Bopp over foto-albums van Duitse soldaten

Achtergrond - 8 december 2010

Duitse soldaten maakten, gestimuleerd door Goebbels’ ministerie van Propaganda, massa’s foto’s tijdens de Tweede Wereldoorlog en bewaarden die in speciale albums. Kunsthistorica Petra Bopp verzamelde die foto’s en maakte er de tentoonstelling ‘Fremde im Visier’ van. Die laat zien hoe Duitse soldaten de oorlog zagen. Maandag vertelt ze daarover in Amsterdam.

De lezing: 'De onschuldigste foto's zijn het ergst' © Privebezit Klaus Peter Wäsch, Grefrath
Uit het album van Kurt Georg Wäsch, Sowjet-Unie 1942

Hoe ziet zo’n fotoalbum uit de oorlog eruit?

Bopp: "De albums waren voorgedrukt door Goebbels’ Propagandaministerie. Er stonden al foto’s van Hitler en Goebbels zelf in en allerlei nazisymbolen. Dus de sfeer, het kader van het album was al bepaald.

Meestal begint het met foto’s van de eedaflegging op de vlag en op Hitler en de eerste officiële foto in uniform. Dan komen foto’s van de veldtocht naar Frankrijk. Vervolgens komen ze in Rusland of op de Balkan terecht. De soldaten fotografeerden alles: gebombardeerde steden, waar ze dan als overwinnaars voor de ruïnes gingen staan."

Maakten ze ook toeristische plaatjes? Veel soldaten kwamen toch voor het eerst in die landen die ze bezetten.

"Dat lijkt zo op het eerste gezicht. In Parijs zie je ze voor de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe staan. Maar in werkelijkheid zijn dat ook veroveringsfoto’s, dat zie je als je iets beter kijkt.

De soldaten hadden speciaal voor hen geschreven gidsen, waarin ze lazen wat de betekenis van de Arc de Triomphe was bijvoorbeeld. Dat daar de Franse onbekende soldaat uit de Eerste Wereldoorlog lag. Daar lieten ze zich graag als overwinnaars voor fotograferen."

Welke foto heeft de meeste indruk op u gemaakt?

"Het ergst zijn juist de foto’s die er zo onschuldig uitzien. Dat hoor ik ook van bezoekers. Als je beter kijkt, zie je vreselijke dingen.

Op de foto die mij het meest aangrijpt zie je een vrouw door het water waden, alsof ze verkoeling zoekt op een warme dag. Maar achterop staat: ‘de mijntest’. In werkelijkheid werd ze gedwongen door het water te lopen om te kijken of er mijnen lagen - als levende detector."

'De mijntest'. Archiv Moneth

Het propagandaministerie van Goebbels had nogal wat invloed op de foto’s die de soldaten maakten. Kun je dat ook aan de beelden zien?

"Ja, je ziet het bijvoorbeeld aan de motieven. Er werden zeker in de eerste oorlogsjaren ook officiële fotografen meegestuurd naar het front. Soldaten konden die officiële foto’s bestellen voor hun eigen albums en andersom gebruikten de fotografen afbeeldingen van soldaten.

De officiële fotografen hadden onder meer de aanwijzing van het ministerie om van linksonder naar rechtsboven te fotograferen, de zogeheten dynamische diagonaal. Dat namen veel soldaten over. Ook moesten de fotografen close-ups maken van krijgsgevangenen uit het Franse koloniale leger met een donkere huidskleur en van Russische gevangenen. Die foto’s werden dan afgedrukt om een beeld te creëren van ‘het Negertype’ of ‘de Rus’. Dat deden de soldaten ook.

Je ziet ook dat Duitse soldaten in Frankrijk vaak foto’s van zittende krijgsgevangenen maakten, vooral als ze een donkere huidskleur hadden. Zelf stonden ze altijd, ze keken letterlijk op de gevangenen neer. Dat deden ze ook met Russische gevangenen. Volgens de nazi-propganda waren dat ‘Untermenschen’ en zo werden ze gefotografeerd."

Waren er ook foto’s van Nederland bij?

"Ja, en dan zie je dat ze mensen in Nederland en ook in Noorwegen en Denemarken anders fotografeerden dan in Frankrijk of Rusland. De Nederlanders en de Noren waren net als zij zelf vaak blond, dat paste in hun rassenbeeld. Je zou bijna zeggen: die waren voor hen acceptabel als mens."

Hoe bent u aan de foto’s gekomen?

"Ja, dat verbaast me zelf nog steeds. Ik begon in 2004 met verzamelen. Regionale kranten rond Oldenburg, waar ik toen woonde, plaatsten een oproep en daarna stroomden de reacties binnen.

Ruim 100 mensen kwamen met hun albums naar me toe. Ze hadden zo’n album gevonden na de dood van hun ouders en wilden graag dat ik naar de foto’s keek en uitlegde wat erop stond, wat ze betekenden.

Toen ik in 2009 het geld voor de tentoonstelling bij elkaar had, heb ik ze nog een keer gevraagd of ik de foto’s mocht gebruiken. Dat vonden ze eigenlijk allemaal goed en ik hoefde in de meeste gevallen de foto’s ook niet te anonimiseren."

Hoe verklaart u dat? Toen in de jaren negentig een tentoonstelling over de misdaden van het Duitse leger werd georganiseerd, waren veel mensen juist bang hun (voor)ouders op foto’s te herkennen.

"In de meeste gevallen was de reactie: ‘Hier heb ik een album en brieven. Er staan vreselijke dingen in maar ik wil dat het nu een keer duidelijk wordt. Ik wil het niet meer onderin de kast terugleggen en doen alsof het er nooit geweest is.’ Het maakt ook uit dat de (groot)ouders om wie het gaat inmiddels zijn gestorven."

Zijn er ook mensen geschokt als ze horen wat er op hun eigen foto’s staat?

"Ik heb één keer een man meegemaakt die dacht dat zijn vader tegen de nazi’s was. Maar uit de foto’s bleek het tegenovergestelde. Zijn vader was bij een van de ergste jodenvervolgingen in de Oekraïne gefotografeerd. Dat was voor die man heel erg.

Overigens hebben de musea Frankfurt en München waar de tentoonstelling te zien was, het publiek één keer per week de mogelijkheid gegeven met hun oorlogsfoto’s langs te komen. Die konden ze door historici daar laten verklaren. Daar zijn heel veel mensen op af gekomen. Sommigen gaven na afloop het album aan het museum omdat ze belangrijk vinden dat het bewaard blijft. Dus in die musea zijn ze nu ook bezig met onderzoek naar dit beeldmateriaal."

Petra Bopp (Hamburg) is kunsthistorica en coördineerde onder meer de baanbrekende Wehrmachtsausstellung in de jaren negentig. Naar aanleiding van haar huidige onderzoek publiceerde zij het boek 'Fremde im Visier. Fotoalben aus dem Zweiten Weltkrieg (Bielefeld, 2009). Op maandag 13 december om 17.00 uur spreekt zij in de lezingenreeks 'Zeithistorische Perspektiven' in Amsterdam.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger