Duitse soldaten: ‘We leven hier als God in Holland’
Workshop over de ervaringen van Duitse soldaten in West-Europa
Achtergrond - 25 juni 2013
Voor veel Duitse soldaten was Nederland tijdens de eerste bezettingsjaren een luilekkerland. Individuele ervaringen vertellen vaak een heel ander verhaal dan de geschiedenisboeken. Hoe kun je als historicus de alledaagse ervaringen van soldaten in West-Europa beschrijven? Deze vraag stond centraal tijdens de workshop ‘Alltag am Atlantikwall’ in Amsterdam vorige week.
“Papa is soldaat!”, schrijft Karl Hartmann triomfantelijk in zijn eerste brief aan zijn gezin in 1940. Hartmann was 3,5 jaar in Haarlem gelegerd en is onderwerp van studie voor historicus Krijn Thijs, wetenschapper van het Duitsland Instituut Amsterdam en organisator van de workshop. De brieven die Hartmann aan zijn familie schreef staan bol van lofzangen op Nederland. “Een fabelachtig beeld van orde en vrede” en “we leven hier als God in Holland”, citeert Thijs uit de brieven. Als historicus is hij geboeid door het idyllische beeld dat in de brieven wordt geschetst. Het staat in scherp contrast met het hedendaagse beeld van de Tweede Wereldoorlog als een donkere periode van menselijk lijden.
Ook op foto’s is dat eenzijdige beeld te herkennen. Veel soldaten droegen tijdens hun veldtochten niet alleen een geweer bij zich, maar ook een fotocamera. Dat werd aangemoedigd door het ministerie van Propaganda. ‘Meine Dienstzeit’, staat op het album dat beeldonderzoeker René Kok van het NIOD laat zien. In het album zijn onschuldige groepsfoto’s en landschappen te vinden. Het ontbreken van foto’s van de gewelddadige kant van de oorlog is kenmerkend voor de eerste bezettingsjaren in West-Europa, zegt ook kunsthistorica Petra Bopp. “De foto’s vertellen hoe de oorlog gezien werd, niet hoe het was.”
Microgeschiedenis
Het onderzoek naar de ervaringen van soldaten wordt ook wel omschreven als ‘microgeschiedenis’. Het richt zich niet op de grote beslissingen door generaals of regeringsleiders, maar onderzoekt hoe gewone mensen de oorlog beleefden. Daarvoor werden in de jaren zeventig vaak interviews met ooggetuigen gebruikt, ook wel ‘oral history’ genoemd.
In het begin had deze methode een expliciet politieke bedoeling, legde historicus Klaus Latzel uit Bielefeld uit in zijn lezing. “Het was een manier om ‘de kleine man’ zijn geschiedenis terug te geven. Geschiedschrijving was niet langer voor academici, maar ook voor degenen die het meegemaakt hadden.” In de jaren tachtig kwam daar de analyse van brieven van soldaten bij.
Sinds kort hebben historici een nieuwe bron voor de ervaringen van Duitse soldaten. Historicus Sönke Neitzel ontdekte duizenden pagina’s met door de Britten afgeluisterde gesprekken tussen Duitse krijgsgevangenen. “Een nieuwe ster aan het firmament, een sensatie”, noemt Latzel het. De verslagen helpen om het handelen van de soldaten opnieuw te beoordelen, omdat ze hier vrijuit spreken en nog niet weten hoe de oorlog eindigt.
Latzel heeft ook kritiek: “De soldaten doen soms adembenemende uitspraken, maar in de omgang met de bronnen heeft Neitzel erg veel fout gedaan.” Neitzel schetst een beeld van soldaten die weinig spraken over het nationaal-socialisme en vechten als hun werk zagen. Volgens Latzel draagt dat bij aan een onterechte normalisering van het Duitse leger en veronachtzaamt het de rol van het nationaal-socialisme.
Fascinerend scala aan bronnen
Een goede historicus laat bronnen in al hun tegenstrijdigheid tot hun recht komen, stelt Latzel. “Je moet oog houden voor bijzonderheden als tijd, plaats en persoon en een breed spectrum aan bronnen gebruiken.” Dat de historicus op dit gebied heel veel instrumenten heeft staat tijdens deze workshop als een paal boven water. Onderzoekers uit verschillende landen presenteren hun werk gebaseerd op een fascinerend scala aan bronnen: van speciale reisgidsen en paperbacks voor Duitse soldaten, waarin hen verteld werd hoe zij vanuit nationaal-socialistisch oogpunt naar een stad als Parijs of de Nederlandse vrouw moesten kijken, tot gesprekken van de Britse geheime dienst met Engelandvaarders over de Duitse troepen.
Het blijft een uitdaging voor goed, historisch onderzoek om deze verschillende bronnen met elkaar te combineren, daar zijn de deelnemers het over eens. Ook het verbinden van de kleine verhalen over het dagelijks leven met de grote lijnen van de geschiedenis blijft een opgave, aldus Krijn Thijs. Daarbij is een gedegen kennis van deze grote lijnen onmisbaar, zegt historicus Gerhard Hirschfeld uit Stuttgart. “Het is de basis waarop het dagelijks leven zich afspeelt.”
Sibrand de Boer is historicus en houdt zich bezig met Duitsland en Europa, Berlijn, monumenten en DDR-geschiedenis.
Lees meer:
Museum Die Villa_: 'Hoe meer debat, hoe beter'
In Osnabrück is het museum over de omstreden nazi-jurist Calmeyer geopend. Journalist Ingrid Bosman bracht er een bezoek.
Nazi-bouwwerk Prora in toeristisch jasje gestoken
Na decennia van leegstand en verpaupering is het megalomane nazi-bouwwerk op het Duitse eiland Rügen omgebouwd tot een luxe vakantieoord.
'Duitsland heeft thema dwangarbeid lang verwaarloosd'
Miljoenen mensen werkten tijdens de oorlog onvrijwillig voor nazi-Duitsland. De verwerking daarvan duurt nog altijd voort.
De vermoorde componist
Merlijn Schoonenboom stuit in Rostock bij toeval op de muziek van Dick Kattenburg, een Nederlandse componist die in Auschwitz is vermoord.
Reacties
Als mensen zich voldoende gedekt weten, zijn zij tot bijna alles in staat. Bij schrijnende gevallen van wat "Steunfraude"wordt genoemd, moet men zijn verontwaardiging allereerst richten op de aanbrengers.
Ik heb wat dat betreft geen enkele illusie.
Tijdens de oorlog werden ook de reeds sinds jaren in Nederland verblijvende Duitsers opgeroepen voor dienst. Voor de Nederlandse buren was het alsof zij zich vrijwillig gemeld hadden en werden zij vaak met de nek aangekeken. Dienstweigeren betekende echter zware straffen tot zelfs de doodstraf.