Mak: Pas op voor normalisering van racisme
Von der Gablentzprijs uitgereikt aan Mak en Süssmuth

Achtergrond - 3 november 2009

De manier waarop Nederland omgaat met zijn minderheden kan de voorfase zijn van discriminatie en geweld. Dat zei schrijver Geert Mak maandag in de Aula van de Universiteit van Amsterdam, waar hij samen met voormalig Bondsdagpresident Rita Süssmuth de Von der Gablentz Prijs in ontvangst nam. “Nederland zou nog wel eens wat meer zelfonderzoek kunnen gebruiken.”

Mak: Pas op voor normalisering van racisme © Peter van Beek voor Duitsland Instituut Amsterdam
Geert Mak en Rita Süssmuth temidden van Wim Kok en Ton Nijhuis van de Stichting Von der Gablentzprijs

Mak waarschuwde voor “het voortdurend ter discussie stellen van de aanwezigheid van bepaalde minderheden” in Nederland. Dat leidt tot discriminatie en dat “wordt enorm versterkt als zulk racistisch gedachtegoed als het ware uit de extremistische hoek ontsnapt en een stempel krijgt van ‘normaliteit’. Bijvoorbeeld doordat de gevestigde media zulke ideeën als een ‘normale’ politieke richting presenteren. Of, nog ernstiger, doordat gevestigde politieke partijen en de vakbeweging zich voor coalities met zulke bewegingen openstellen, alsof ze binnen de ‘normale’ democratische orde vallen.”

De schrijver verbond zijn kritiek op de Nederlandse omgang met diversiteit met de manier waarop Nederland en Duitsland met hun verleden omgaan. Een verschil tussen Nederlanders en Duitsers van zijn generatie is volgens Mak het idee dat oorlog erbij hoort. Voor veel oudere Duitsers geldt het als vanzelfsprekend dat iedere generatie wel een oorlog meemaakt en dat je je daar nu eenmaal bij neer moet leggen. “Dat is hun mythe van oorlog. Ons Nederlanders is dat gevoel volstrekt onbekend.” In het Nederlandse geschiedverhaal komen oorlog en vervolging alleen maar voor als het gaat om ons slachtofferschap, aldus Mak. “Dat is onze mythe van onschuld.”

Ook prijswinnaar Rita Süssmuth benadrukte dat zowel in Nederland als in Duitsland meer sociale en culturele conflicten spelen dan ooit tevoren. “Het weren van vreemdelingen, in het bijzonder van moslims, is onderwerp van zeer uiteenlopende debatten.” In plaats van toenadering en begrip groeien distantie en afbakening, aldus de voormalig Bondsdagpresident.

Passie voor Europa

Mak en Süssmuth kregen de Van der Gablentz Prijs uit handen van staatssecretaris voor Europa Frans Timmermans. Ook was er een speciale Otto von der Gablentz Studieprijs voor filosoof en historicus Luuk van Middelaar voor zijn dissertatie ‘De passage naar Europa. Geschiedenis van een begin’.

Mak, Süssmuth en Van Middelaar delen een passie voor Europa, voor de Nederlands-Duitse betrekkingen en ze zijn onconventioneel, aldus Timmermans en voorzitter van de Stichting Von der Gablentz Prijs Wim Kok. De eigenzinnigheid van de prijswinnaars, maar ook het feit dat ze elk op hun terrein buitenbeentjes zijn en het wederzijds begrip tussen Duitsland en Nederland vergroten, hebben ze gemeen met de naamgever van de prijs, de Duitse diplomaat Otto von der Gablentz.

Von der Gablentz was ambassadeur in Nederland van 1983 tot en met 1990. In die tijd werd Nederland zijn tweede vaderland, waardoor hij er in 1995 terugkeerde. Hij zag het als zijn missie Nederlanders ervan te overtuigen dat het naoorlogse Duitsland een ander land was geworden dan het boosaardige Duitsland van de Tweede Wereldoorlog en werd een bemiddelaar tussen de twee culturen. Een rol die de aimabele, oprecht geïnteresseerde en toegankelijke man buitengewoon goed lag.

Vaders op zolder

Om het levenswerk van de in 2007 overleden diplomaat voort te zetten en te eren wordt de naar hem genoemde prijs elke twee jaar verleend aan een Nederlander of Duitser die zich heeft ingezet voor het bevorderen van de goede betrekkingen tussen beide landen. De afgelopen jaren heeft de prijs een meer Europees karakter gekregen.

“Mak heeft meer gedaan voor Europa dan menig beroepspoliticus”, aldus Wim Kok. Timmermans ging in zijn laudatio in op een uitspraak van de Franse schrijver Camus, ‘Bekijk de wereld door de ogen van een ander’, volgens de staatssecretaris een belangrijk principe van Rita Süssmuth. “We creëren vervreemding als we niet meer met de ogen van een ander kijken en eisen dat zij met onze ogen naar de wereld kijken.”

Mak vertelde wat hem als Nederlander bond met zijn Duitse vriend Otto von der Gablentz. “Otto was een stuk ouder dan ik, maar toch maakten we allebei deel uit van de generaties met de vaders op zolder, de generaties die maar al te vaak opgroeiden met ’s nachts rondspokende vaders en verslagen moeders, in gezinnen vol slagvelden, bombardementen en concentratiekampen, of het nu Stalingrad was, of Warschau, of Amersfoort. Die vaders op zolder, dat bindt ons, Europeanen van na de oorlog.”

Drijvende kracht

Voor de huidige jeugd is de Tweede Wereldoorlog echt geschiedenis geworden, aldus de schrijver. “Zij weten niets meer van vaders op zolder, en dat is maar goed zo. Onze vaders op zolder gaven ons echter iets gemeenschappelijks, over alle grenzen heen. Onze vaders op zolder vormden de drijvende kracht achter de Europese eenwording. En ze dwongen ons tot een permanente bezinning op verleden en heden.”

Voor de jongere generatie is die drijvende kracht niet meer vanzelfsprekend, aldus Mak. “Otto schreef in zijn laatste dagen, in een afscheidsbrief: ‘Das Leben geht weiter, aber es bleibt nur menschlich wenn die Vergangenheit lebendig bleibt.’ Daarin ligt onze opgave, in deze jaren, in deze maanden, in dit land.”

Lees ook op Duitslandweb:
Van Middelaars 'lyrische schelmenroman' over Europese politiek
In memoriam Otto von der Gablentz
Süssmuth: 'Alleen door te knokken kom je ergens'

Afbeelding Van Middelaar:
Peter van Beek voor Duitsland Instituut Amsterdam

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger