Economie:

Overzicht
Arbeidsmarkt

Vanaf halverwege de jaren vijftig tot begin jaren zeventig kende West-Duitsland een bijna volledige werkgelegenheid, met uitzondering van een korte recessie in het midden van de jaren zestig. Het percentage werklozen lag net als in Nederland rond 1 procent.

Overzicht © flickr/otzberg/cc

Vanaf 1973 kwam hier verandering in. Met iedere recessie liep de werkloosheid verder op. In de daaropvolgende jaren van herstel nam die niet of nauwelijks af. De werkloosheid werd daarmee een structureel probleem. Door de opkomst van Aziatische landen met lage loonkosten werd Duitsland te duur om zich als aantrekkelijk vestigingsland te handhaven.

Sinds de jaren zeventig wordt in Duitsland gediscussieerd over de internationale concurrentiekracht van de Duitse industrie, de zogenoemde Standort-Debatten (standplaats-debatten). Veel Duitse bedrijven verplaatsten hun fabrieken naar Azië om de hoge loonkosten en de relatief kortere arbeidstijden te omzeilen. Aan de andere kant zeggen economen ook, en daarbij worden ze gesteund door de vakbonden, dat de relatief hoge lonen in Duitsland gerechtvaardigd zijn door de hoge arbeidsproductiviteit.

Duitse eenwording

De structurele problemen werden groter na de Duitse eenwording. In de Oost-Duitse deelstaten steeg na de eenwording in 1990 de werkloosheid snel door de overgang van de socialistische planeconomie van de DDR naar een sociale markteconomie. Ook in West-Duitsland liep de werkloosheid na 1992 gestaag op. Na een daling aan het einde van de jaren negentig bedroeg de werkloosheid in 2005 weer bijna 12 procent. Daarna zakte dit percentage naar 6,7 procent in 2014 op een beroepsbevolking van 42,7 miljoen mensen.

Het sociale stelsel in Duitsland bleek na de eenwording niet te handhaven. Massa-ontslagen in de landbouw en industrie leidden tot een groter beroep op de werkloosheidsuitkeringen. Voor de financiering van de verbeteringen aan de Oost-Duitse infrastructuur moesten de belastingen worden verhoogd.

Het gevolg was dat Duitse bedrijven minder winst maakten en meer mensen moesten ontslaan. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken moest het sociaal stelsel worden aangepast. De lonen moesten worden gematigd om de werkloosheid terug te dringen.

Inflexibele arbeidsmarkt

In de jaren negentig groeide de kritiek van economen op de Duitse arbeidsmarkt: de loonkosten waren te hoog en de arbeidsmarkt te inflexibel. De hoge loonkosten werden ten eerste veroorzaakt door naar verhouding royale netto-salarissen. Ten tweede was het werkgeversaandeel in de sociale verzekeringen, de Lohnnebenkosten, relatief groot. Dit maakte dat werknemers voor bedrijven extra duur waren. Dat verklaarde volgens de werknemers ook waarom weinig buitenlanders in Duitsland investeerden en veel Duitse bedrijven juist naar het buitenland vertrokken.

Er verschenen tal van publicaties over de Duitse economie die op haar achterste benen zou lopen. Er kwam harde kritiek op het Besitzstanddenken: de verstarde, inflexibele 'houden-wat-je-hebt'-mentaliteit. Een voorbeeld hiervan zijn de subsidies voor traditionele sectoren als de mijnbouw. Hoewel dit een verouderde, onrendabele industrietak is, blijft Duitsland hier onder druk van politiek en vakbonden geld in steken.

Daarnaast zorgde regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld werkgeversbelastingen en vergunningen voor een grote administratieve last. Overheidsinstellingen hadden en hebben vaak een star en log karakter. De overgang naar een dienstensamenleving waarin flexibiliteit van cruciaal belang is, was en is nog steeds voor Duitsland een moeizaam te nemen horde.


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger