'Geschichte als Waffe' van Edgar Wolfrum

Boeken - 14 mei 2002

Sinds mensenheugenis wordt er over vergeten en herinneren gefilosofeerd. Vooral de wisselwerking tussen die twee mentale eigenschappen wekte steeds weer de belangstelling. De laatste tijd houdt ook de geschiedkunde zich niet alleen bezig met herinneren, maar eveneens met vergeten. En wanneer Friedrich Nietzsche (1844-1900) in 'Jenseits von Gut und Boese' het geheugen en de trots aan het woord laat - "Dat heb ik gedaan", zegt mijn geheugen. "Dat kan ik niet gedaan hebben", zegt mijn trots en blijft op dit standpunt staan. Tenslotte geeft het geheugen toe.1) - dan slaat hij daarmee de spijker op zijn kop.

Vooral de selectiemechanismen van het menselijk geheugen en de manipuleerbaarheid ervan bleken te wachten op systematisch onderzoek. Dit is de invalshoek van Edgar Wolfrum (*1960). In de hier voorgestelde pocket gaat hij nader in op de vraag, hoe deze mentale eigenschappen dienstbaar worden gemaakt aan ideële stelsels. Het gaat hierbij ook om de vraag op welke manier de politiek bewust gebruik maakt van de wisselwerking tussen vergeten en herinneren om haar ideologieën populair te maken. Wolfrum maakt duidelijk dat het ontwikkelen van historische mythen ten grondslag ligt aan de manipuleerbaarheid van collectieve geschiedopvattingen.

De historicus begint zijn studie met de Deutsche Nationalmythos en de Germanenkult onder keizer Wilhelm de Eerste. Historische gebeurtenissen - meestal oorlogen en bevrijdingsslachten - worden telkens weer op tendentieuze manier geciteerd om politieke beslissingen te onderbouwen. Op die manier wordt 'geschiedenis' in het collectieve geheugen tot synoniem van 'oorlog'. Dat verlaagt niet alleen de drempel tot het voeren van oorlog, maar maakt oorlog zelfs tot iets, waar men collectief naar verlangde.

Het tweede hoofdstuk stelt de utopie van de nieuwe Reichsherrlichkeit in de Weimarer Republiek aan de kaak. Het 'Derde Rijk' wordt in hoofdstuk drie behandeld. Wolfrum laat zien hoe Hitler mede door toedoen van de historici aan zijn eigen beeldvorming laat werken. Dat diezelfde historici tot lang na 1945 integer golden en tevens het naoorlogse beeld van het nationaal-socialisme bepaalden, wordt aan de hand van enkele voorbeelden aanschouwelijk gemaakt.

Goed tweederde deel van de studie houdt zich bezig met de tijd na de Tweede Wereldoorlog. De vraag is, hoe Duitse geschiedenis wordt geschreven zonder een Duits volk. Er zijn nu twee staten, die weliswaar dezelfde historische achtergrond hebben, maar elk een andere, nieuwe identiteit willen scheppen. De geschiedschrijving komt in het vaarwater van de Koude Oorlog. In het oosten werkt de DDR aan een Neues Deutschland, dat zijn legitimatie vindt in bevrijdingsoorlogen (1813) en barricadenslachten (1848). Geschiedenis is alom present, maar heeft de opdracht het socialistische bewustzijn te vormen. Het westen van Duitsland kan nu voor haar zelfbesef geen beslag meer leggen op de geschiedenis. Pas met het presidentschap van Heinemann (maart 1969) komt daar verandering in. In de jaren tachtig komt het dan in de DDR en de BRD tot een echte boom van de geschiedkunde. In 1989 blijkt echter dat er op dit punt twee volkomen verschillende culturen zijn ontstaan. En wanneer Wolfrum in zijn laatste hoofdstuk vraagt, wat er met de toekomst van de geschiedenis gaat gebeuren, dan kan hij enkel concluderen dat de strijd om het verleden ook in de toekomst verder zal gaan.

Om aan de lezer het belang van de historiografie van geschiedkunde duidelijk te maken, heeft Wolfrum slechts een kleine 150 pagina's nodig. Hij voelt zich als een vis in het water, wat de schrijfstijl ten goede komt: Goed verteld leest de studie prettig weg. Ook de niet-historicus heeft er baat bij te weten, hoe gemakkelijk het is om feiten zo te verdraaien dat geschiedenis een wapen wordt in de handen van de machthebber en hoe met geschiedenis politiek wordt bedreven. Het is goed dat Edgar Wolfrum zijn historiografie van de geschiedkunde zo toegankelijk heeft geschreven en gepubliceerd. De studie is dan ook voor een groter publiek aan te bevelen. Het is echter wel handig om een naslagwerk met historische data en personen bij de hand te hebben, want helaas ontbreekt een verklarend register.

1) (Aforisme 68 uit het 4de Hoofdstuk)

  • Edgar Wolfrum: Geschichte als Waffe: vom Kaiserreich bis zur Wiedervereinigung. Göttingen: Vandenhoeck und Ruprecht Verlag, 2001, ISBN 3-525-34028-1, euro 14,21

 

 

 

Dr. Carla Dauven-van Knippenberg is als Universitair hoofddocent verbonden aan de opleiding Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Literatuurlijst

  • Assmann, Aleida/Ute Frevert: Geschichtsvergessenheit, Geschichtsversessenheit. Vom Umgang mit deutschen Vergangenheiten nach 1945. Stuttgart: DVA, 1999.
  • Nora, Pierre: Zwischen Geschichte und Gedächtnis. Frankfurt/M., 1998 (uit het Frans vertaald door Wolfgang Kaiser).
  • Wende - Wara, Waltraud (ed.): Geschichte im Film - Mediale Inszenierungen des Holocaust und kulturelles Gedächtnis. Stuttgart, 2002.
  • Wolfrum, Edgar: Geschichtspolitik in der Bundesrepublik Deutschland. Der Weg zur bundesrepublikanischen Erinnerung 1948-1990. Darmstadt, 1999.

Humanities. Sozial und Kulturgeschichte, Rezensionen
Perlentaucher, Rezensionen

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger