In de U-Bahn
Berlijnse Berichten

Columns - 16 september 2004

(16 september 2004) Ik heb vrienden die alles doen om het openbaar vervoer in Berlijn te mijden. Het is, vinden zij, vervelend om met het openbaar vervoer te reizen. Ik begrijp dat niet. Als je twee jaar lang met aanzienlijke vertragingen tussen Amsterdam en Hilversum heen en weer hebt gependeld, dan word je een beetje gelukkig van het bericht: "Dames en heren de Ringbahn nummer 42 richting Jungfernheide via Gesundbrunnen, heeft een vertraging van naar verwachting drie minuten." Nog gelukkiger word je, als de S-Bahn daadwerkelijk drie minuten later het station komt binnenrijden.

van Katja Geelhoed

Eigenlijk heb ik mij voorgenomen naar mijn werk te fietsen, maar omdat veertig minuten fietsen nu eenmaal best lang is, ben ik 's ochtends regelmatig in de S- en U-Bahn te vinden: van S-Bahnhof Prenzlauer Allee via Westhafen naar U-Bahnhof Kurfürstendamm. Dat is ruim vijfentwintig minuten per reis om de eigenaardigheden van de Berlijnse reiziger te observeren. Daarbij vallen vooral twee dingen op: het is stil en er wordt gelezen. Misschien is het wel stil omdat er wordt gelezen. Jong, oud, hoog opgeleid of niet, zonder een boek of krant in de hand hoor je er niet echt bij. Zittend, hangend, staand of pogend een fiets overeind te houden, er wordt gelezen: in roddelbladen, ochtendbladen, Stephen King, Michael Moore of Kafka.

Dagelijks wordt de stilte gedurende korte tijd doorbroken door daklozenkrantverkopers of controleurs. Met de standaardzinnen "Entschuldigen Sie bitte die Störung", respectievelijk "Guten Tag, die Fahrscheine bitte" maken zij de reizigers attent op hun aanwezigheid. Dit lokt over het algemeen niet zoveel reacties uit. Kaartjes worden uit zakken en portemonnees gehaald en vervolgens, zonder al te lang op te kijken van boek of krant, ter controle omhoog gehouden. Men is het gewend. Het noodlijdende vervoersbedrijf van Berlijn heeft geld nodig en probeert haar kassen bij te vullen door het inzetten van controleurs in burger, dag en nacht. Net zo geroutineerd wordt het verhaal van de daklozenkrantverkoper genegeerd, waarna twee of drie mensen afwezig toch nog wat kleingeld tevoorschijn halen.

Soms gaat het ook anders. Een paar weken geleden stapte er een jongen de U-Bahn in. Hij sleepte een enorme zak met plastic statiegeldflessen achter zich aan. De zak besloeg vrijwel het gehele oppervlak tussen de deuren aan weerszijden van de U-Bahn en was daarmee zeker twee keer zo groot als de jongen. Toen de jongen eindelijk genoeg ruimte had gevonden om de zak neer te leggen, begon hij verwoede pogingen om iets dat met zwarte stift op de zak was geschreven weg te vegen. Hij had hierbij duidelijk moeite zijn evenwicht te houden. Voor zover de zak op zich hier niet al voor had gezorgd, wist hij door al het geschuif en gerommel dat dit met zich meebracht, zelfs de aandacht van de fanatiekste lezer op zich te vestigen.

Zo ongeveer op dit moment stapte er een daklozenkrantverkoper naar binnen. "Entschuldigen Sie bitte die Störung", begon hij als gewoonlijk. De rest van zijn verhaal slikte hij abrupt in toen hij de zee van plastic voor zich zag. "Ha", riep de jongen triomfantelijk, "hiermee verdien je pas echt geld. Deze zak is zeker 200 euro waard." Ik bleek niet de enige die probeerde na te rekenen of de jongen gelijk had. Een tussen deuren en plastic ingeklemde man, rekende de jongen snel voor dat dit nooit het geval kon zijn. De flessen zouden hooguit 100 euro opleveren. Andere reizigers schatten dit bedrag nog lager in. De daklozenkrantverkoper leek opgelucht adem te halen. Voor het einde van de discussie had ik mijn eindhalte bereikt. Ik vraag me af of de jongen nog steeds flessen met zich meesleept. Misschien bleek het verkopen van daklozenkranten toch wel rendabeler.

Katja Geelhoed is historica en woont sinds een jaar in Berlijn. Zij is de vaste columniste van het Duitslandweb.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger