Op de hei

Columns - 2 maart 2004

(2 maart 2004) Balancerend op mijn tenen met een arm in de lucht probeer ik een signaal op te vangen voor mijn mobiele telefoon. Ik heb een provider die zijn doelgroep ziet in de grootstedelijke beller. Uitstekende ontvangst in de Berlijnse U-Bahn, maar buiten de stadsgrenzen lijk je te zijn onderworpen aan willekeur. Dit maakt het niet gemakkelijk mijn Berlijnse vrienden de routebeschrijving door de geven naar het vakantiehuisje van mijn familie. Maar het voelt goed, ja bijna gezond: ik ben even weg uit de stad.

van Katja Geelhoed

En zo vertrok ik afgelopen vrijdag voor de derde keer sinds ik in Berlijn woon met vrienden richting hei. De auto volgeladen met slaapzakken, boemerangs en een overdaad aan proviand. Dit laatste meer voor het idee, dan dat dit noodzakelijk is. De supermarkt mag dan niet om de hoek liggen, maar is binnen twintig minuten met de auto bereikbaar, tot acht uur open, heeft een aanbod waar menig Berlijnse supermarkt niet mee kan concurreren en kan met zekerheid rekenen op ons bezoek. Onderweg worden de plannen voor het weekend opgesomd. Hierbij lijkt er noch rekening gehouden te worden met het feit dat het lange weekend uit drie dagen bestaat, noch met ons gemeenschappelijke voornemen in deze dagen vooral uit te rusten. Er moet uitgebreid worden gekookt, het liefst zowel ´s avonds als voor het ontbijt. Men wil lezen, schrijven, fotograferen, paardrijden en wandelen, veel wandelen, als het even kan ook ´s nachts. Daarnaast staat er nog een verrassingsbezoek op het programma aan de vader van een van ons, moet er een broer in Hamburg worden verhuisd (we zijn toch in de buurt) en willen we de nodige tijd doorbrengen bij mijn oom en tante die een woning hebben op het aangrenzende grondstuk.

Vijf mensen uit de stad op het land, het moet iets aandoenlijks hebben. Zo geroutineerd als de kolenkachel in het huisje wordt aangestoken (genoeg kolenkachelervaring in Berlijn), zo gefascineerd staan we tegenover een groep IJslandpony's. Eén ervan is ooit van mijn nichtje geweest. Echt rijden kunnen volwassenen niet meer op Gunjer. Daarvoor is hij te oud. Maar stapvoets kan hij nog wel iemand dragen. Dat komt mooi uit: het voornemen om paard te rijden is bij diegene die dit heeft voorgesteld sowieso ineens gereduceerd tot het zitten op een paard. "Ach", verraad mijn nichtje me achteraf, "ik heb hem de teugels laten vasthouden, zodat hij het gevoel heeft dat hij het paard in de hand heeft, maar in werkelijkheid loopt Gunjer gewoon achter mij aan." Hoewel een lichte teleurstelling bij de ruiter zichtbaar is als hij dit hoort, kan het de euforie op een paard gezeten te hebben niet wegnemen. Een stedeling op het land blijkt makkelijk tevreden te stellen. Dat we onze voornemens niet allemaal hebben uitgevoerd is daarom ook niet zo erg. Uitgerust en met het gevoel genoeg frisse lucht tot ons genomen te hebben om gezond te blijven tot het volgende heidebezoek rijden we zondagavond terug naar Berlijn.

Katja Geelhoed is historica en woont sinds een jaar in Berlijn. Zij is de vaste columniste van het Duitslandweb.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger