Ich bin doch dabei
Berlijnse Berichten

Columns - 27 juni 2002 - Auteur: Marja Verburg

(27 juni 2002) Eigenlijk dacht ik dat het WK dit keer ongemerkt aan mij voorbij zou gaan. 'Wij' doen niet mee en Duitsland zou toch niet verder komen dan de eerste ronde. Natuurlijk werd het allemaal weer anders. Al weken geleden werd ik door vrieden hier grinnikend op www.ihr-seid-nicht-dabei. de gewezen, een site geheel gewijd aan het feit dat Nederland niet meespeelt.

Carmen, een vriendin van mij, gaf ik voor haar verjaardag een tegoedbon om daar tijdens het WK nog één keer wat over te mogen zeggen, nadat zij gemerkt had dat ze me daarmee op de kast kon krijgen. En al schrijf ik nog zo fanatiek scriptie, het is me niet gelukt mijn sociale leven tot nul te reduceren, dus toen Duitsland niet zo makkelijk bleek uit te schakelen, werd ik door mijn vrienden toch meegesleept in een, zij het lichte, voetbalkoorts.

Vorige week zaterdag ging mijn wekker om acht uur, om Carmen de kans te geven haar tegoedbon te gebruiken. Mopperend over het onchristelijke tijdstip spoedde ik me naar haar voetbal-ontbijt. Ik was voor Paraquay. Dacht ik. Maar tijdens de wedstrijd bleek het omgekeerde: van mij mochten die Duitsers best winnen. "Om door Zuid-Korea te kunnen worden ingemaakt", legde ik snel uit, "dat is de Guus-factor". Maar was dat wel waar?

Toen Duitsland dinsdag daadwerkelijk tegen Zuid-Korea speelde, zat ik in de aula van de Humboldt-universiteit, waar de wedstrijd op een groot scherm werd uitgezonden. Ik heb de zaal nog nooit zo vol gezien. Het bleek helemaal niet zo makkelijk om voor Zuid-Korea te zijn. Ik zag ze voor het eerst spelen, en was onder de indruk van hun snelle en felle spel. Maar ik werd meegevoerd met de stemming in de zaal. Klappend, bibberend en de wave voortdurend door de zaal drijvend juichten de Berlijnse studenten hun team naar de overwinning. En ik klapte en juichte mee. Daarbij heb ik niet eens het excuus dat die Duitsers zo mooi en goed spelen. Dat ze zo ver zijn gekomen hebben ze slechts aan één man te danken: keeper Oliver Kahn. Dat erkennen ze zelf ook. Men spreekt hier niet over Duitsland dat speelt, maar 'Kahnland'. Tijdens de Christopher-Street-Day parade (de homogenerale voor de Love Parade) afgelopen zaterdag werden t-shirts gesignaleerd met de tekst: "Es ist immer ein gutes Gefühl, Oliver Kahn hinten drin zu haben".

Direct na de wedstrijd had ik maar één zorg: laat de finale alsjeblieft niet Duitsland-Turkije zijn. Dat wordt één grote rotzooi in Berlijn. Ik kan me niet herinneren het ooit in Nederland gezien te hebben, maar in Berlijn rijden zowel de Turken als de Duitsers na een overwinning in hun auto's toeterend en met vlaggen zwaaiend door de stad. Voorbijrijdende tegenstanders proberen die vlaggen uit de raampjes weg te trekken. Dat is niet lekker fietsen. Twee jaar geleden, toen ik nog in Kreuzberg woonde, werd ik de hele nacht wakker gehouden door schreeuwende en toeterende Turkse voetbalfans, omdat ze tijdens het EK een wedstrijd gewonnen hadden.

Nu dit relscenario de stad bespaard blijft, kan ik me bezig houden met de vraag wat er met mij is gebeurd. Tijdens het EK 2000 merkte ik dat ik tegen Duitsland was, tegen wie ze ook speelden. En vond dat erg kinderachtig van mezelf. "Waarom toch?" vroeg ik me toen in een column af. "Leef ik nog te kort in Duitsland? Of heb ik te lang in Nederland gewoond?" Maar nu ik daar geen last meer van heb, en merk dat andere Nederlanders die hier al jaren wonen, nog steeds tegen Duitsland zijn, al was het maar omdat ze niet 'mooi' spelen, vraag ik me opeens af of ik misschien niet al te lang in Duitsland woon.Nederland moet bij het volgende kampioenschap gewoon maar weer meedoen.

www.ihrseidnichtdabei.de
www.hupduitsland.nl
Fußbal WM
Süddeutsche Zeitung: WK-special
Frankfurter Rundschau: WK-special
Westdeutsche Allgemeine: WK-special

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger