Duitslandweb logo Duitslandweb

De watertoren van Prenzlauerberg
Geschiedenis tussen de bladeren

Achtergrond - 26 november 2007 - Auteur: Sterre Lindhout

De oudste watertoren van Berlijn staat in Prenzlauerberg. Het idyllische parkje eromheen kent een bewogen geschiedenis.

 Waar de kasseien van de Rykestrasse en de Knaackstrasse elkaar ontmoeten, verrijst een heuvel die door zijn dichte begroeiing iets weg heeft van een onbewoond eiland. De watertoren van Prenzlauerberg gaat bijna in zijn geheel schuil achter een overdadig bladerdak. Een argeloze voorbijganger zou de 46 meter hoge, monumentale toren gemakkelijk over het hoofd zien. Maar wie toevallig, of doelbewust, een van de smalle paadjes omhoog neemt, verruilt het bedrijvige Prenzlauerberg met zijn buggymoeders, bestelbusjes en bonte etalageruiten voor een kleine oase.

Omringd door weelderig bloeiende rozenstruiken staat hier de uit fletsgele baksteen opgetrokken watertoren. Daarachter strekt zich een keurig gemaaid gazon uit, voorzien van bankjes en een aantal houten speeltoestellen, onontbeerlijk in de kinderrijkste wijk van Berlijn. Maar het meest opvallend is een tweede – vanaf de straat onzichtbare – toren, de zogenaamde Steigerohrturm Ongeveer even lang, maar vele malen slanker dan zijn pompeuze broer.

Vanaf een van de bankjes geniet een jonge Prenzlberger papa met zijn peuter op schoot van het weidse stadspanorama. De zicht-as door de lange Straβburgerstrasse biedt uitzicht op het lager gelegen Berlin Mitte: links de Fernsehturm, rechts de Berliner Dom en aan de horizon de luchtballon die in de buurt van de Brandenburger Tor eens in de zoveel tijd groepen toeristen boven de stad verheft. Prenzlauerberg doet zijn naam hier eer aan. Dat de twaalf taartpuntvormige woningen in de watertoren tot de meest gewilde van het stadsdeel behoren, is dan ook alles behalve verbazingwekkend.

 

Brouwerijen

De watertoren werd tussen 1873 en 1877 gebouwd als kroon op de eerste moderne watervoorziening van Berlijn. Een halve eeuw eerder stonden er op de heuvel nog dertig windmolens. De Windmühlenberg viel stukje bij beetje ten prooi aan de woekerende Groβstadt, totdat hij bij de uitbreiding van de stadsgrenzen in 1861 een officieel stadsdeel werd.

Tot die tijd hoefden de strenge bouwregels die in de stad golden, hier echter nog niet te worden nageleefd. Dit maakte het gebied aantrekkelijk voor fabriekseigenaren en kleine zelfstandigen. Vanwege de ondergrondse bronnen vestigde zich hier een groot aantal brouwerijen. Nu nog is het imposante complex van de bierbrouwer Schultheiss aan de Schönhauser Allee, de tegenwoordige KulturBraurei, gezichtsbepalend voor de buurt.

In 1842 legde wetenschapper Alexander von Humboldt een plan voor een stedelijke watervoorziening voor aan het bestuur van Berlijn. Dat had echter zijn twijfels over het nut ervan. Ook toen twee Britse ingenieurs in 1852 aanboden een waterpompwerk te bouwen, reageerde het stadsbestuur afwijzend.

Waterworks

 Zo kwam het dat de eerste steen in 1853 niet in opdracht van de stad Berlijn, maar van de particuliere Britse ‘Berlin Waterworks Company in London’ werd gelegd. Het complex dat in 1856 gereed kwam, bestond uit een groot open waterbassin en de smalle ‘Steigerohrturm’. Maar al snel bleek deze installatie niet opgewassen tegen het waterverbruik van het alsmaar groeiende aantal Berlijners.

In 1873 kocht de stad Berlijn het waterwerk voor 25,5 miljoen Goudmark over van de Britse eigenaars en werd onder leiding van architect Wilhelm Volhering begonnen aan een grootscheepse uitbreiding. Behalve de watertoren zelf, met een reservoir voor 1200 kubieke meter grondwater, bouwde Volhering een ketelhuis, een machinegebouw, een portierswoning en twee onderaardse waterreservoirs.

De nieuwe installatie voorzag tussen 1877 en 1914 de noordelijke stadsdelen van Berlijn van water. Daarna werden de onderaardse waterbekkens en de machinekamers buiten werking gesteld. Tijdens de strenge winters tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog was het machinegebouw ingericht als gaarkeuken voor de hongerende buurtbevolking. Het reservoir bovenin de toren bleef nog tot 1952 gevuld om de waterdruk op peil te houden.

Der dicke Hermann

 Het jaar 1933 vormt ook in de geschiedenis van het watertorencomplex een zwarte bladzijde. Vrijwel direct na de machtsovername van Hitler richtte een plaatselijke afdeling van de NSDAP in de machinekamer een concentratiekamp in: hier werden ‘antifascistische elementen’ vastgehouden, gemarteld en soms vermoord. Een gedenksteen, in 1981 door SED-functionarissen geplaatst, herinnert aan deze gebeurtenissen.

Tijdens de geallieerde bombardementen dienden de ondergrondse reservoirs als schuilkelder. Maar het meest opmerkelijke erfstuk uit de nationaalsocialistische tijd, is de bijnaam van de watertoren. Vanwege de vermeende gelijkenis met Hermann Göring, Hitlers omvangrijke minister van Luchtvaart, wordt de toren door buurtbewoners tot op de dag van vandaag liefkozend ‘dicker Hermann’ genoemd.

Na de Duitse eenwording kregen de watertoren en het gebied eromheen de status van monument. Af en toe vonden er in de ondergrondse waterbekkens experimentele concerten plaats, maar vanwege de gebrekkige vluchtwegen werden die in de loop van de jaren negentig verboden. De torens en de bijgebouwtjes waren inmiddels onderworpen aan een grondige renovatie en ook met het omliggende terrein had de gemeente grootse plannen. De wilde natuur die op dat moment heer en meester was op de heuvel, moest het veld ruimen voor een keurig rozenprieel, naar een ontwerp uit 1935.

Geëngageerde buurtbewoners kwamen in opstand tegen dit in hun ogen nodeloze kappen van bomen. In 2003 richtten ze het Bürgerinitiative Wasserturm op. Met grote posters en flyeracties op de biologische markt op de Kollwitzplatz vroegen ze aandacht voor het dreigende onrecht. Het mocht niet baten: in het voorjaar van 2006 was het gesaneerde watertorenpark klaar voor gebruik. Een beter symbool voor de veryupping van Prenzlauerberg is nauwelijks te vinden.

Yoga

 In de schaduw van een hoge boom drinken twee bezwete tuinmannen in gemeente-uniform een blikje frisdrank. Ze hebben hun werk goed gedaan: de rozenbedden liggen erbij als in een sprookje. Uit het machinegebouw klinken flarden van een kinderliedje: de voormalige martelkamer is tegenwoordig in gebruik als kinderdagverblijf. Midden op het verlaten grasveld trekt een man zijn T-shirt uit. En nadat hij zijn yogamatje heeft neergelegd, richt hij doodkalm een derde, menselijke, toren op.

 

Sterre Lindhout is historica en werkte voor de Nederlandse ambassade in Berlijn.

Afbeeldingen:
Duitslandweb

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Berlijn':

Berlin Geisterbahn: fascinerende spookstations

Berlin Geisterbahn: fascinerende spookstations

In Rijksmuseum Twenthe opent een foto-expositie van spookstations in West-Berlijn

Lees meer

De mentale Muur

De mentale Muur

30 jaar na de val van de Muur is die nog steeds in de hoofden van de mensen aanwezig. Oók bij de West-Duitsers, schrijft Merlijn Schoonenboom.

Lees meer

DIA leest: 'Der nasse Fisch'

DIA leest: 'Der nasse Fisch'

In de thriller 'Der nasse Fisch' is de stad Berlijn van 1929 de eigenlijke hoofdrolspeler, schrijft historicus Krijn Thijs.

Lees meer

Het paleis

Het paleis

Berlijn is op zoek naar een nieuw verhaal over de Duitse identiteit, merkt Merlijn Schoonenboom op een feestje in het herbouwde stadsslot.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger