Duitslandweb logo Duitslandweb

De onvoltooide revoluties van Luxemburg en Troelstra
Serie: de masterscriptie

Achtergrond - 21 mei 2026 - Auteur: Bjarn van den Berg

Toen de communisten Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht eind 1918 in Duitsland een socialistische revolutie in gang wilden zetten, probeerde politicus Pieter Jelles Troelstra dat ook in Nederland te doen. Beide pogingen toonden overeenkomsten, maar ook flinke verschillen. Lorenz Schulze-Marmeling studeerde Nederland-Duitsland-studies aan de Universität Münster en de Radboud Universiteit in Nijmegen en schreef zijn masterscriptie over beide revolutiepogingen.

De onvoltooide revoluties van Luxemburg en Troelstra
© Rosa Luxemburg by Cassowary Colorizations, CC BY 2.0 / Beeldbewerking Duitslandweb met beeld van Canva Pro
Rosa Luxemburg

Waar gaat je onderzoek precies over?

“Over een kantelpunt in de arbeidersbewegingen in Duitsland en Nederland. Daar werd gelijktijdig, in november 1918, geprobeerd om een socialistische revolutie te starten. Op 9 november viel in Duitsland de keizerlijke monarchie. Die dag werden meerdere pogingen gedaan om de politieke en economische orde te hervormen. Zo riepen Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht de socialistische republiek uit.”

“In Nederland riep politicus en journalist Pieter Jelles Troelstra op 12 november 1918 een socialistische revolutie uit in het parlement. Zijn oproep staat bekend als ‘de vergissing van Troelstra’, omdat het niet van de grond kwam: hij had een profetische instelling, dacht dat hervorming van de politiek vanzelf zou plaatsvinden. Hij overschatte de politieke onrust in Nederland. Troelstra ging ervan uit dat de liberale regering het vertrouwen van de bevolking had verloren en dacht dat een socialistische machtsovername daardoor breed gesteund werd en onvermijdelijk was geworden.”

“In Duitsland was het iets succesvoller: er kwam een burgerlijk-democratische regering, maar geen economische hervorming. Beide revoluties waren in die zin onvoltooid. Voor mijn onderzoek vergeleek ik de gebeurtenissen.”

Waren er grote verschillen tussen de revolutiepogingen?

“Zeker. Allereerst de ideeën en doelen. Luxemburg en Liebknecht stelden zich een socialistische radenrepubliek voor, waarbij raden van onder meer arbeiders het land besturen. Zij zagen niets in een parlementair systeem. Troelstra had meer reformistische doelen en wilde het parlementaire bestel wel behouden: volgens hem moest de Eerste Kamer worden afgeschaft, de Tweede Kamer niet. Je zou kunnen zeggen dat Troelstra de burgerlijke orde wilde hervormen en dat Luxemburg en Liebknecht complete opheffing van de heersende orde nastreefden.”

Lorenz Schulze-Marmeling volgde de tweejarige master Nederland-Duitsland-studies aan de Universität Münster en de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij studeerde in 2026 af met zijn scriptie “De poging tot en de onvoltooide revolutie. Een Nederlands-Duitse vergelijking van de Vergissing van Troelstra met de Revolution 1918/19”.

“De duur van beide pogingen verschilde ook enorm. Troelstra’s revolutiepoging wordt ook wel ‘De Roode Week’ of ‘de Novemberdagen’ genoemd. Die termen geven al aan: het duurde slechts enkele dagen. In Duitsland duurde het proces ruim een half jaar. Het eindigde eigenlijk in mei 1919, op het moment dat de Münchense Radenrepubliek, die kort daarvoor was uitgeroepen, werd neergeslagen.”

Wat is het interessantst aan je scriptie?

“De verklaring voor waarom het revolutieproces in Duitsland langer standhield. In november 1918 was er onder de bevolking eigenlijk geen draagvlak meer voor de keizerlijke monarchie en de sterke invloed van het leger. De arbeidersklasse streefde naar stabiliteit: de vier oorlogsjaren hadden hun sporen nagelaten in het land en de sociale ongelijkheid was enorm. Daarom was men gemotiveerd om zich gezamenlijk in te zetten voor een revolutie die voor meer stabiliteit moest zorgen. In Nederland zat verzuiling een revolutie in de weg. Alle zuilen hadden eigen vakbonden en netwerken. Door die versnippering ontbrak het aan een grote verenigde arbeidersgroep die zich inzette voor een socialistische revolutie.”

Heb je iets nieuws ontdekt?

“Een belangrijke vraag die ik wilde beantwoorden: waarom heeft Troelstra zich zo vergist? Ik concludeer dat hij zichzelf als revolutionair zag, maar dat hij theoretisch noch praktisch revolutionair was. Hij bleef hangen in politieke logica, was meer een politieke romanticus, had geen strategie voor een revolutie. Daarnaast was hij niet bereid om enige vorm van geweld te gebruiken, in tegenstelling tot Liebknecht en Luxemburg. Zij keurden geweld in principe ook af, maar zagen het als iets onvermijdelijks: volgens hen was zelfbewapening van de arbeidersklasse nodig om een revolutie te laten slagen. Ze wisten dat ze op heftige reacties konden rekenen; zij zijn zelfs vermoord. Als je naar de geschiedenis kijkt, zie je doorgaans dat succesvolle systeemtransformaties en ingrijpende economische veranderingen gepaard gaan met geweld.”

Kun je iets zeggen over het onderzoeksproces?

“Dat was veel literatuurstudie, waaronder wetenschappelijke publicaties over arbeidersbewegingen en boeken als Revolutiekoorts van historicus Wouter Linmans, over de onrust in Amsterdam in november 1918. De literatuur heb ik geanalyseerd aan de hand van de theoretische concepten van de Amerikaanse politicoloog Charles Tilly over revolutionaire situaties en van de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci met betrekking tot politieke en culturele hegemonie.”

“Ik heb veel publicaties gelezen van Liebknecht en Luxemburg en via het Duitsland Instituut Amsterdam kreeg ik de Gedenkschriften van Troelstra. Statistische gegevens over het aantal arbeiders in beide landen na de Eerste Wereldoorlog onderzocht ik ook, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) beschikte daarover. In Duitsland was de groep arbeiders in de industrie veel groter, dat is natuurlijk voordelig bij een revolutie die uitgaat van de arbeidersklasse.”

“Ook bestudeerde ik arbeidersmuziek uit beide landen. De muziek kwam overeen, maar de teksten verschilden. Duitse liedteksten stelden dat er actie ondernomen moest worden om de arbeidersklasse te bevrijden. De Nederlandse teksten waren, net als Troelstra, van een profetische aard: men zong dat het de juiste tijd in de geschiedenis was voor een revolutie.”

Wat is de relevantie van je onderzoek?

“Het laat zien dat het internationaal vergelijken van gebeurtenissen nieuwe inzichten kan geven. Door zowel de Duitse als Nederlandse socialistische revolutiepoging te bestuderen, kun je zien dat de Duitse arbeidersklasse over een relatief sterk ontwikkeld klassenbewustzijn beschikte. Het potentieel voor een succesvolle revolutie lag daar aanzienlijk hoger dan in Nederland. En het bleek dat de Duitse revolutie Troelstra motiveerde, hij was ervan onder de indruk. Dat is een goed voorbeeld van cultuurtransfer. Dat kun je ontdekken door historisch onderzoek te doen dat grenzen overstijgt.”

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Geschiedenis':

Podcast Achtung: Herinneringscultuur in crisis

Podcast Achtung: Herinneringscultuur in crisis

In Achtung! Duitse updates gaat het over de crisis in de Duitse herinneringscultuur. Trekt Duitsland wel de juiste lessen uit 'Nie wieder'?


Lees meer

Een nieuwe rol voor Hermann de krijger

Een nieuwe rol voor Hermann de krijger

Het Hermannsdenkmal bij Detmold vierde dit jaar zijn 150e verjaardag. De eerst zo oorlogszuchtige Hermann zet zich nu in voor democratie, zag Lynn Stroo


Lees meer

Continuïteiten in de Duitse geschiedenis

Continuïteiten in de Duitse geschiedenis

In de bundel 'Nederlandse historici over Duitsland' gaat het naast de breuken ook over de doorlopende lijnen in het Duitse verleden.


Lees meer

Das Grüne Band: van DDR-grens naar groene oase

Das Grüne Band: van DDR-grens naar groene oase

Waar ooit de grens tussen Oost- en West-Duitsland liep, is een uniek ecosysteem ontstaan. Redacteur Lynn Stroo wandelde een etappe.


Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger