Geschiedenis:

Novemberrevoluties en Spartakusopstand
Weimar Republiek: 1919-1933

De overgang van keizerrijk naar republiek verliep zeer rumoerig. Duitsland had de oorlog verloren en was het toneel van grote sociale onrusten. Als gevolg daarvan ontstond er in de jaren 1918 en 1919 een onoverbrugbare kloof tussen sociaal-democraten en communisten.

Novemberrevoluties en Spartakusopstand © Bundesarchiv, Bild 146-1982-159-16
Revolutionaire troepen in Augsburg. Foto uit 1919.

Het einde van de Eerste Wereldoorlog leidde tot chaos in Duitsland. Op 3 oktober 1918 diende een haastig gevormde burgerregering onder leiding van Max von Baden het verzoek tot een wapenstilstand in en startte onderhandelingen met de geallieerden. Op 25 oktober weigerden soldaten in Kiel en Wilhelmshaven het bevel van de legerleiding om uit te varen en alsnog slag tegen de Engelsen te leveren.

De onrust sloeg over naar andere plaatsen en door heel Duitsland braken opstanden uit. Keizer Wilhelm II deed op 9 november afstand van de troon en vluchtte naar Nederland, waar hij asiel aanvroeg.

Nog dezelfde middag riep de sociaal-democraat Philipp Scheidemann de republiek uit vanaf het balkon van de Rijksdag in Berlijn. Twee dagen later kreeg SPD-er Friedrich Ebert het rijkskanselierschap toegewezen. Onder zijn leiding probeerde de voorlopige regering snel de orde te herstellen. Ebert riep daarbij de hulp in van het leger en het ambtenarenapparaat. Hierdoor bleven verregaande sociale veranderingen vooralsnog uit.

De communistische Spartakusopstand in Berlijn werd in januari 1919 bloedig neergeslagen door het leger. Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, de bekendste leiders van de Spartakisten, werden op 15 januari door rechts-nationalistische vrijkorpsleden vermoord. Het lichaam van Luxemburg werd teruggevonden in het Landwehrkanal in Berlijn, Liebknecht werd anoniem in een mortuarium achtergelaten.

Het neerslaan van de Spartakusopstand zou de verhoudingen tussen de communisten en de sociaal-democraten blijvend belasten: een toekomstige samenwerking was niet meer mogelijk. Enerzijds koesterden de sociaal-democraten grote argwaan jegens de communisten vanwege de Russische revolutie en een gevreesde internationale communistische beweging. Ze waren bang voor chaos en destructie. Anderzijds waren de communisten woedend over de neergeslagen opstand en het zogenaamde 'sociaal-democratische verraad'.


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger