Duitslandweb logo Duitslandweb

De 'Wende' van de dertigers in Dresden
Leven na de Muur

Achtergrond - 9 november 2009

“Toeristen komen hier in de Neustadt amper. Die zijn gemiddeld 68 jaar en blijven hangen in de wederopgebouwde Altstadt aan de andere kant van de Elbe. Maar zonder de Neustadt zou Dresden geen stad zijn.” Erik Tischer, de dertigjarige uitbater van het Jazz Cafe aan de Louisenstraße, krijgt luide bijval van de resterende gasten op dit middernachtelijk uur. “Dit is de enige wijk van Dresden waar te leven valt.” “Waar überhaupt leven is.” “Cultuur? Waar? In die dode gebouwen drüben, waarin ze zoveel geld stoppen?” “Cultuur is iets wat hier en nu gebeurt.”

Dresden Neustadt
De 'Wende' van de dertigers in Dresden © Duitsland Instituut Amsterdam
Een auto op een bioscoop in Dresden-Neustadt, 2008

De late cafégasten lopen allen tegen de dertig en zijn werkzaam of studerend in architectuur of muziek. Ze wonen welbewust in de Neustadt, de enige oude buurt die min of meer gespaard bleef bij de geallieerde bombardementen op Dresden in 1945. Als ze de term ‘voormalige DDR’ horen, moeten ze hard lachen. “Wij leven allang niet meer in de voormalige DDR. Net zomin als in het voormalige Derde Rijk.”

De ondergang van de DDR kwam voor de Neustadt net op tijd. Anders was de wijk alsnog ingestort, vanzelf of met een duwtje van de staat. De hoge zand- en bakstenen panden in de smalle straten waren uitgegroeid tot oncontroleerbare nissen in het socialistische systeem.

Wie de huur in de nieuwe Plattenbau, de zeer gewilde prefab-flats met centrale verwarming, niet kon betalen – en dan moest je wel heel diep gezonken zijn – kwam hier terecht. Maar ook alternatieve gezinnen die ruimte boven luxe stelden, en kunstenaars, dwarse bejaarden, intellectuelen en dromers vonden hun, vaak half-legale plek in de Neustadt.

Heldenrol

Op deze oktoberdag is het precies tien jaar geleden dat zo’n beetje de hele Neustadt in de kaarsendemonstratie van vijftigduizend mensen meeliep. Die andere Saksische stad, Leipzig, mag dan de heldenrol opeisen van die hete herfst van ‘89, Dresden had het voorwerk gedaan.

De bezoekers van het Jazz Cafe herinneren het zich nog als de dag van gisteren. Een traan wordt weggepinkt. “De Wende was geil.” “Het was de mooiste tijd van mijn leven, elke dag was nieuw.” “Daarna, met de Duitse eenheid, was de lol eraf.”

De jongste generatie, die van net twintig, “dat zijn al echte West-Duitsers”, zeggen ze. “Die hebben geen pijn in het hart. Ze hebben de speeltuin Neustadt niet meegemaakt, toen er geen bezit was en iedereen cafés en cultuurhuizen opende aan de straat of op het achterhof.” Van de pakweg honderd cafeetjes en eettentjes die begin jaren negentig het levenslicht zagen, heeft ongeveer de helft het jaar 1999 gehaald.

Kinderhoofdjes

De Louisenstraße is de levensader van de wijk, die werd gebouwd tussen 1870 en 1910. Op straat liggen de kinderhoofdjes na een regenbui te glanzen in de zon – althans waar ze niet door het staatsantiekbedrijf van de DDR stiekem, in ruil voor deviezen, als sierstenen aan het Westen zijn verkwanseld. “Ach, wäre ich ein Pflasterstein, ich könnte längst im Westen sein”, dichtte het volk toen het schandaal eind jaren tachtig bekend werd.

In de ruïne van de St. Pauli-kerk aan de rand van de Neustadt speelt het Theater von Unten Friedrich Dürrenmatts ‘Hercules en de Augiasstal’. Maar de voorstelling gaat vanavond niet door. In het theater zonder dak hebben drie acteurs in hun dunne Griekse gewaden kou gevat. De tien gezonde theatermakers en spelers zijn aanwezig om te vergaderen.

Kleumend nemen ze plaats op de bühne. En ja hoor, onmiddellijk ontstaat er een runder Tisch. Ze hebben het over de uitkomsten van een landelijke enquête, vers uit de lokale kranten: dertien of zelfs twintig procent der Wessis wil de Muur terug, maar ook zo’n vijftien procent van de Ossis wil weer gescheiden door het leven.

Goedmoedige spot

Zo ver willen de amateurspelers van het Theater von Unten niet gaan. Zonder de val van de Muur zou het theater, dat begin jaren negentig van start ging als Arbeitslosentheater, niet eens een reden van bestaan hebben gehad. Toch verklaart een jongen plechtig: “Soms verlang ik best wel terug naar de DDR-mens.” Goedmoedige spot is zijn deel. Maar ook bijval.

“Als ik met wat spijt terugdenk aan de DDR”, zegt regisseur Jörg Berger, “is het omdat je als theatermaker toen veel meer betekenis had. Er was een dankbaar publiek, dat zich laafde aan de boodschap van het theaterstuk. Nu wil men enkel vermaakt worden en ligt de nadruk op vorm en techniek. Maar zulk theater kost geld, en dat is er niet.”

“De angst voor de Stasi was tenminste te overzien”, vult dramaturge Tanja Wackwitz aan. “In de DDR zetten we bij elk theaterstuk een rode badkuip midden op de bühne. Daar kwam geheid gedonder van met de autoriteiten. Ondertussen was de aandacht hopelijk afgeleid van de echte scherpe kantjes. Eigenlijk werkte dat gedoe heel motiverend. Je discussieerde tenminste, ook met de staat, over de politieke en de artistieke aspecten van een stuk. Nu zal het iedereen een rotzorg zijn, een rode badkuip.”

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Geschiedenis':

Historische sensatie op de Brocken

Historische sensatie op de Brocken

Hanco Jürgens stond plotseling midden in de geschiedenis op de Brocken. Wisselcolumn.

Lees meer

‘Je ziet in de brieven hoe koloniaal geweld escaleerde’

‘Je ziet in de brieven hoe koloniaal geweld escaleerde’

Tom Menger onderzocht Duits koloniaal geweld vanuit het perspectief van de daders.

Lees meer

Duitse genocide in Afrika nog lang niet vergeten

Duitse genocide in Afrika nog lang niet vergeten

Onderzoekers spraken in Amsterdam over de genocide op de Herero begin 20e eeuw door Duitse keizerlijke troepen.

Lees meer

‘Het gevaar is nu dat Duitsland in het slop raakt’

‘Het gevaar is nu dat Duitsland in het slop raakt’

Verslag van een prachtig gesprek tussen Arnon Grunberg en historicus Frits Boterman over 'Cultuur als macht'.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger