Het jaar van de ondergang

Achtergrond - 15 november 2006

door Hans Verbeek

Een snelle blik in mijn digitale archief leert dat 2004 het jaar was van twee vleesschandalen (een nieuwe BSE-affaire en de zaak van de kannibaal van Rotenburg), van toenemende protesten tegen de Hartz-IV-maatregelen van bondskanselier Gerhard Schröder, van de opening van de nieuwe Nederlandse ambassade in Berlijn, van de EK-wedstrijd tussen Oranje en Duitsland (met Jürgen Klinsmann als nieuwe bondscoach, het werd 1-1) en het jaar waarin Horst Köhler ("Horst wer?", vroeg Bild zich af) tot bondspresident werd gekozen.

Maar 2004 was ook het jaar waarin het Duitse oorlogsverleden weer om de hoek kwam kijken. Bondskanselier Schröder nam in juni als eerste Duitse regeringsleider deel aan de herdenkingen rond D-Day en een maand later sprak premier Balkenende in Berlijn tijdens de herdenking van de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944.

Bioscoopfilm

De belangstelling vanuit Nederland voor Duitsland, waar een correspondent het tenslotte van moet hebben, bereikte dat jaar echter een hoogtepunt met ‘Der Untergang’, de omstreden bioscoopfilm over de ondergang van Adolf Hitler en het Derde Rijk. 2004 was het jaar van De Ondergang. In opdracht van Elsevier vloog ik naar Kronberg, een villadorp in de buurt van Frankfurt, voor een interview met de historicus Joachim Fest, op wiens gelijknamige boek de film was gebaseerd. Ook alle andere opdrachtgevers wilden bijdrages over de film.

De Nederlandse interesse was nu eens niet een Pavlov-reactie volgens het principe 'Tweede Wereldoorlog verkoopt altijd goed', dat vroeger voor alle Duitsland-correspondenten opgeld deed. Nee, dit keer ging het vooral om de reacties die ‘Der Untergang’ in Duitsland zelf teweeg had gebracht. Want juist in eigen land leidde de film tot heftige discussies, omdat daarin ook de menselijke kanten van Hitler werden getoond. “Mag dat wel?” was de vraag die velen zich stelden.

Tijdens het lange gesprek in zijn villa reageerde historicus Joachim Fest gedecideerd op die prangende vraag: "Het móet zelfs. Men móet hem als mens laten zien, zodat duidelijk wordt hoe mensen in extremo kunnen zijn. Hitler behoorde nu eenmaal tot de mensheid, we kunnen hem niet naar een andere planeet verplaatsen. Hij maakt deel uit van onze wereld, en met die verschrikkelijke wetenschap zullen we moeten leren leven.”

Opgeheven vinger

Tijdens het interview ging Fest ook in op de herinneringscultuur in Duitsland. Hij hekelde de stortvloed van oorlogsdocumentaires op de Duitse televisie, omdat die volgens hem altijd met een opgeheven vinger worden gemaakt. De makers van 'Der Untergang' onthielden zich daarentegen van commentaar. De kijker moest, en dat is heel on-Duits, zélf een oordeel vellen.

Volgens historicus Fest is dat de enige juiste manier van Vergangenheitsbewältigung: "Ook in mijn boek, waarop de film gebaseerd is, zult u geen opgeheven vinger tegenkomen. De geschiedenis biedt altijd lessen voor toekomstige generaties. Maar alleen voor diegenen, die ook bereid zijn lessen uit de geschiedenis te trekken. Wie de geschiedenis niet wíl begrijpen, moet het zelf weten.”

De Duitsers kregen daarna nog ruim voldoende gelegenheid de woorden van Fest serieus te nemen. Op het ‘Untergang’-jaar 2004 volgde het jaar 2005, waarin uitgebreid werd stilgestaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog, zestig jaar ervoor.

Veel blijft hetzelfde

Er is weliswaar veel veranderd in de afgelopen twee jaar. Gerhard Schröder is geen bondskanselier meer, Jürgen Klinsmann niet langer bondscoach van de Nationalelf en Peter Hartz, de man van de Hartz-IV-maatregelen, is gevallen over een onverkwikkelijke affaire rond lustreizen naar Brazilië. En intussen is historicus Joachim Fest overleden.

Maar veel blijft ook hetzelfde. Ook in 2006 kent Duitsland, met de Gammelfleisch-Affäre, een vleesschandaal. De nieuwe Nederlandse ambassade heeft een vaste plaats verworven in het Berlijnse architectuurlandschap. En Horst Köhler is inmiddels iets bekender geworden als bondspresident.

Maar wie dacht dat de Duitsers een punt achter het oorlogsverleden hadden gezet, vergist zich. De onthulling van Nobelprijswinnaar Günter Grass, dat hij in zijn jeugd bij de Waffen-SS had gezeten, lokte in 2006 een nieuwe discussie uit over schuld en boete. De oorlog blijft in Duitsland aanwezig. Ook na De Ondergang.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger