Duitslandweb logo Duitslandweb

Treuhand: ‘Communisme uit bedrijven zweten’

Achtergrond - 1 april 2021 - Auteurs: Lynn Stroo, Marja Verburg

Vandaag precies 30 jaar geleden werd Detlev Rohwedder doodgeschoten. De succesvolle staalmagnaat was het hoofd van de Treuhandanstalt, de West-Duitse organisatie die na de val van de Muur de Oost-Duitse bedrijven moest privatiseren. De moord op Rohwedder was het dieptepunt van een zeer tumultueuze periode kort na de eenwording, toen bleek dat van de failliete DDR-economie niet veel meer viel te redden. Miljoenen mensen raakten werkloos en drie decennia later is de frustratie over de Treuhandanstalt bij veel Oost-Duitsers nog steeds groot.

Treuhand: ‘Communisme uit bedrijven zweten’
© Bundesarchiv Bild 183-1990-1219-006
Protest tegen de Treuhandanstalt in Berlijn, dec. 1990

Op de avond van 1 april 1991 klinken drie schoten bij een statig herenhuis in Düsseldorf. De kogels vliegen door een raam op de eerste etage en raken Detlev Rohwedder, die zijn eigen bedrijf Hoesch succesvol heeft gesaneerd en mede daarom tot hoofd van de Treuhandanstalt is benoemd. Hij sterft ter plekke in zijn werkkamer.

De moord is nog altijd een mysterie. De Duitse documentaireserie 'Rohwedder: Einigkeit und Mord und Freiheit' - te zien op Netflix - onderzoekt verschillende scenario's. Was het het werk van de linkse terreurorganisatie Rote Armee Fraktion (RAF)? Was het de Oost-Duitse geheime dienst de Stasi of zat er zelfs een West-Duits complot achter? Aan het woord komen onder meer recherche- en veiligheidsmedewerkers die bij het moordonderzoek betrokken waren, oud-RAF-leden en voormalige Stasi-medewerkers. 

Wie Rohwedder vermoord heeft, blijft een raadsel. Maar de serie laat duidelijk zien hoe groot de haat was tegen de Treuhand - zoals de organisatie in de volksmond werd genoemd. De manier waarop West-Duitse managers over de Oost-Duitse economie spraken, droeg daaraan bij. De Treuhand moest volgens Rohwedder bijvoorbeeld “het communisme uit de bedrijven zweten”.

'Grootste vernietiging van productievermogen in vredestijd'

De Treuhandanstalt is een van de meest controversiële organisaties in de Duitse geschiedenis, concludeert historicus Marcus Boïck. Hij schreef een vuistdikke studie - ‘Die Treuhand, Idee, Praxis, Erfahrung 1990-1994’ (2020) - over de organisatie die de Oost-Duitse staatsbedrijven geschikt moest maken voor de markteconomie in het verenigde Duitsland. Tussen 1990 en 1994 privatiseerde de Treuhand van de ongeveer 12.000 Oost-Duitse bedrijven er ruim 7.800. Meer dan 3.700 firma’s werden geliquideerd. Dat leidde tot grote werkloosheid in de neue Bundesländer: van de ruim 4 miljoen arbeidsplaatsen die de Treuhandanstalt in 1990 in Oost-Duitsland telde, waren er eind 1994 nog 1,5 miljoen over. De totale schuld van de Treuhandanstalt bedroeg toen de organisatie eind 1994 werd opgeheven naar schatting 260-270 miljard D-Mark. 

'De Treuhand werd het symbool voor alles wat misging in het Oosten'

“De grootste vernietiging van productievermogen in vredestijd”, noemt Christa Luft het werk van de Treuhand in de ZDF-documentaire ‘Das Erbe der Treuhand’ (2020). Luft was na de val van de Muur enkele maanden minister van Economische Zaken van de DDR. Waar de voorstanders van de Treuhand vinden dat die het beste heeft gemaakt van de failliete DDR-economie en spreken van “noodzakelijk crisismanagement”, zijn tegenstanders nog steeds boos en gefrustreerd. Zij zien de Treuhand als een dieptepunt van neoliberaal beleid, of zelfs als kolonialisme: alles wat niet in het kapitalistische beeld paste, werd weggesaneerd. Wat dat voor de mensen die hun banen verloren betekende, maakte de Treuhändler niet uit, zeggen zij in de ZDF-documentaire.

De Treuhand werd het symbool voor alles wat misging in het Oosten, legt historicus Boïck in zijn boek uit. De organisatie was machtig en besliste welke bedrijven gesloten moesten worden. Dit was zo’n immense opgave, dat het wel gepaard moest gaan met mislukkingen, stelt Boïck: “Voor veel Oost-Duitsers die hoopten op een economisch wonder, was het de Treuhand die die hoop vernietigde”, zei hij in een interview met Die Zeit.

Markteconomie naar West-Duits model

Opmerkelijk genoeg kwam het idee voor een dergelijke instantie van de DDR-burgerrechtenbeweging. Die wilde een organisatie die treuhänderisch (als trustee of curator) zou optreden en het Oost-Duitse industrievermogen zou redden. In dit beginstadium speelde nog het idee van een soort volksaandelen, waarmee Oost-Duitsers mede-eigenaar van de bedrijven werden. Maar toen de Treuhandanstalt kort daarna officieel werd opgericht, was er van Volksaktien geen sprake meer.

 
Netflix-trailer van 'Rohwedder'

Al snel bleek dat er van de failliete DDR-economie niet veel meer viel te redden en moesten de plannen worden bijgesteld. De ‘Anstalt zur treuhänderischen Verwaltung des Volkseigentums’, zoals de Treuhand officieel heette, kreeg de opdracht om de DDR-bedrijven, de Volkseigene Betriebe (VEBs), te saneren, te privatiseren en waar nodig te liquideren. De organisatie moest van de Oost-Duitse planeconomie een markteconomie naar West-Duitse model maken.

De Treuhändler waren opgezadeld met een bijzonder lastige taak. Toen ze met hun werk begonnen, hadden ze bijvoorbeeld niet eens een complete lijst met DDR-bedrijven, blijkt uit de ZDF-documentaire. Ook waren er geen criteria waarmee ze de waarde van een bedrijf konden bepalen. Veel moesten ze zelf maar uitzoeken. In het “laboratorium Oost-Duitsland”, waar een markteconomie moest ontstaan, waren geen handleidingen, noch gekwalificeerd personeel, concludeert Böick in zijn boek. 

Verraden

Bij veel Oost-Duitse bedrijven moest geld worden toegelegd, zoals bijvoorbeeld bij de productie van de Oost-Duitse luxe-auto Wartburg, laat de ZDF-serie ‘Das Erbe der Treuhand’ zien. In de DDR moesten mensen 20 jaar op zo’n auto wachten, maar toen ze na de val van de Muur voor hetzelfde geld ook een tweedehands BMW konden kopen, hoefden ze het Oost-Duitse product niet meer. Toen in juli 1990 de muntunie werd ingevoerd en voor Oost-Duitse producten in D-Mark moest worden betaald, viel bovendien de vraag uit Oost-Europa weg.

Al snel bleken veel Oost-Duitse bedrijven te moeten sluiten. Dit tot grote schok van de werknemers. Die voelden zich verraden. Sommigen meenden dat West-Duitsland via de Treuhandanstalt onwelgevallige concurrentie uit het Oosten uit de weg ruimde, aldus Böick. 

De regering in Bonn heeft de Treuhand bewust als bliksemafleider gebruikt

Voor veel Oost-Duitsers was de Treuhand al snel een West-Duitse eliteclub, stelt de historicus, hoewel een groot deel van de medewerkers uit Oost-Duitsland kwam. Maar het management was vrijwel geheel West-Duits. Bovendien konden Oost-Duitsers de VEB’s vrijwel nooit overnemen: zij hadden het geld en vaak ook de kennis niet om een bedrijf markteconomisch te leiden. Uiteindelijk kwam het overgrote deel in handen van West-Duitse bedrijven en investeerders terecht. 

Al kort na de eenwording gingen mensen in Oost-Duitsland de straat op om tegen de Treuhand te protesteren. Ze vergeleken de organisatie met de Stasi, de misdadige Oost-Duitse geheime dienst. Medewerkers van de Treuhand werd de toegang tot bedrijven ontzegd, in Bischofferode (Thüringen) gingen arbeiders van een kaliummijn zelfs 81 dagen in hongerstaking. De Treuhand viel onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën, toch richtte de woede van de mensen zich niet op de regering in Bonn. Die heeft de Treuhand bewust als bliksemafleider gebruikt, schrijft Böick.

Corruptie en vriendjespolitiek

Dat de Treuhand zo’n slechte naam kreeg, is in lang niet alle gevallen terecht, vindt de historicus en dat laat ook de ZDF-documentaire zien. In Großdubrau, in Saksen, geloven mensen tot op de dag van vandaag dat de Treuhand hun fabriek voor elektraporselein de nek heeft omgedraaid en de machines naar het Westen heeft gebracht. In werkelijkheid heeft de Oost-Duitse bedrijfsleiding zelf besloten dat de machines naar de tweede fabriek in Thüringen moesten, die de productie van Saksen overnam. De machines bleven dus wel degelijk in het oosten. Maar dat is veel werknemers in Großdubrau ontgaan. Ze moesten toezien hoe hun fabriek in 1995 tot ontploffing werd gebracht en er niets anders voor in de plaats kwam.

Een West-Duitse ondernemer investeerde niet in de bedrijven die hij opkocht, zoals hij verplicht was, maar zoog al het vermogen er uit

Toch was er wel degelijk sprake van corruptie en vriendjespolitiek bij de Treuhand, en van bedrijven die met opzet ver beneden hun waarde werden verkocht. In Halle nam een Treuhand-directeur smeergeld aan van een ondernemer uit Baden-Württemberg die zo meer dan 20 Oost-Duitse bedrijven opkocht. De ondernemer investeerde niet in de bedrijven, zoals hij volgens de voorwaarden verplicht was, maar zoog al het vermogen er uit. Daarmee vulde hij de tekorten aan van andere firma’s die hij had. De Oost-Duitse werknemers stonden op straat. Zowel de ondernemer als de Treuhand-directeur werden tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld. 

De afdeling van de Treuhand die corruptie onderzocht, heeft in totaal 3700 zaken onder de loep genomen, meldt de ZDF. In 1500 gevallen leidde dat tot een juridische procedure, waarbij het in een twintigtal zaken uiteindelijk tot een veroordeling kwam.

'Diepe scheuren en conflicten'

De Treuhand heeft “diepe scheuren en conflicten veroorzaakt”, vat Böick in een interview met Der Spiegel in bondige bewoordingen samen wat hij in zijn wetenschappelijke studie schrijft. Die zijn er nog steeds en dat leidt ertoe dat mensen zich bedrogen voelen door “die daar boven”. 

30 jaar na de val van de Muur, in 2019, laaide in Duitsland een discussie op over de vraag of er niet een parlementair onderzoek moest komen naar de Treuhand. Daar bleek te weinig politieke animo voor. Volgens Böick is het ook de vraag of zo’n onderzoek veel zin heeft. Dat mondt snel uit in een politieke strijd waarbij schandalen en politieke schuld centraal zullen staan, denkt hij. Daar gaat het juist niet om. “We moeten ons er ook maar eens bij neerleggen dat we iets in onze recente geschiedenis hebben dat niet zwart en niet wit is.” 

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Val van de Muur':

'Berlijnse kunstenaars wilden na Wende niet samengaan'

'Berlijnse kunstenaars wilden na Wende niet samengaan'

Na de val van de Muur werden de Oost- en West-Berlijnse kunstacademies samengevoegd. Dat verliep moeizaam.

Lees meer

Muurherdenking draait om moedige DDR-burgers

Muurherdenking draait om moedige DDR-burgers

Onze redacteur Lynn Stroo was op 9 november bij de herdenking van de val van de Muur in Berlijn.

Lees meer

Tijdlijn val van de Berlijnse Muur

Tijdlijn val van de Berlijnse Muur

Onder druk van massaal protest opende de DDR op 9 november 1989 de grenzen tussen Oost- en West-Berlijn.

Lees meer

De Berlijnse Muur is steeds meer geschiedenis

De Berlijnse Muur is steeds meer geschiedenis

De Berlijnse Muur is nu net zo lang weg als hij bestond. Wouter Meijer maakte hem van nabij mee en zag 'm verdwijnen.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger