Duitslandweb logo Duitslandweb

Barre tijden voor Duitse journalistiek
Duitse media-experts over persvrijheid in Duitsland

Achtergrond - 19 februari 2014 - Auteurs: Marja Verburg, m.m.v. Fleur de Weerd

Duitsland staat dit jaar op de 14e plaats in de persvrijheidsindex van Reporters without Borders. Dat is drie plaatsen hoger dan vorig jaar, maar nog steeds niet goed. Ter vergelijking: Nederland staat op plek 2. Duitslandweb sprak verschillende experts over het Duitse medialandschap. “De functie van de media als waakhond van de democratie wordt uitgehold. Je moet niet onderschatten hoe belangrijk dat is.”

Barre tijden voor Duitse journalistiek © Duitsland Instituut Amsterdam

Voor het tiende opeenvolgende jaar staat Duitsland niet in de top-10 van de persvrijheidsindex van de internationale journalistenorganisatie Reporters without Borders (RWB). Net als in de Verenigde Staten, dat dit jaar 13 plaatsen zakte naar plek 46, werd ook “in Duitsland in 2013 steeds duidelijker hoezeer journalisten in het vizier van binnen- en buitenlandse veiligheidsorganisaties raken”, aldus een woordvoerder van RWB op Spiegel Online. Als voorbeeld noemt hij de veiligheidsdienst Verfassungsschutz in de deelstaat Nedersaksen die, zoals in 2013 bleek, jarenlang data van zeven journalisten bewaarde, terwijl die nergens van verdacht werden.

De RWB-ranglijst is niet boven alle kritiek verheven. De lijst komt tot stand met behulp van vragenlijsten die door respondenten in 180 landen worden ingevuld. Maar de criteria waarmee RWB de landen met elkaar vergelijkt, zijn niet te achterhalen, bleek toen Duitslandweb dat vorig jaar probeerde. Stephan Russ-Mohl, mediaprofessor en directeur van de European Journalism Observatory, zei tegenover Duitslandweb dat niemand met zekerheid kan zeggen op welke plek Duitsland of Nederland horen. En dat het voor hem "compleet onbegrijpelijk" is waarom "Tsjechië met zijn politiserende mediatycoons boven Duitsland eindigt". De woordvoerder van het RWB-hoofdkantoor in Frankrijk kon dat ook niet uitleggen. “Landen als Duitsland en Nederland zijn niet onze prioriteit. We richten ons vooral op landen waar de persvrijheid echt in gevaar is.”

Worstelen met persvrijheid 

De Spiegel-affaire uit 1962 geldt als ijkpunt voor de naoorlogse Duitse democratie en de persvrijheid. Na een kritisch stuk over het Duitse leger werd de Spiegel-redactie doorzocht en werd o.a. hoofdredacteur Augstein gearresteerd. Deze overtrokken reactie, die deed denken aan de nazi-tijd, veroorzaakte een golf van verontwaardiging. Het leidde tot een kabinetscrisis en een veroordeling van de affaire door het Constitutioneel Hof. Lees meer >>

Eén van de belangrijkste argumenten van RWB om Duitsland in 2013 op de 17e plaats te zetten was de afname van de Duitse mediadiversiteit. Steeds meer lokale, regionale en ook landelijke kranten - denk aan de Financial Times Deutschland in 2012 - verdwijnen en redacties worden samengevoegd of overgenomen door grote uitgevers. Journalisten hebben minder tijd voor onderzoek en maken vaker gebruik van commerciële bureaus, aan wie ze betaald opdrachten uitbesteden.

Ook in andere westerse landen verschraalt het medialandschap, maar in Duitsland is de situatie, vooral op regionaal niveau, bijzonder zorgwekkend, waarschuwen experts. Daarnaast worstelden Duitse journalisten het afgelopen jaar ook met andere problemen die de persvrijheid betreffen. Zo zagen journalisten zich vorig jaar genoodzaakt de overheid via de rechter te dwingen hen toegang tot overheidsinformatie te geven - hetgeen slechts gedeeltelijk lukte. Ook is de invloed van de politiek op de publieke zenders velen al jaren een doorn in het oog - dit jaar wordt daarover een uitspraak van het Constitutioneel Hof verwacht. En wat te denken van de invallen van Duitse overheidsinstanties bij redacties, journalisten en fotografen?

Diversiteit medialandschap

Om met de diversiteit van het Duitse medialandschap te beginnen: “Vooral bij kranten gaat de trend steeds meer richting eenheidsworst”, lichtte Michael Konken, voorzitter van de Duitse vereniging van Journalisten DJV, in oktober via e-mail toe. “Bij persvrijheid hoort ook mediadiversiteit en wat dat betreft is het met Duitsland niet best gesteld.”

Dat ook in andere landen kranten verdwijnen en redacties worden samengevoegd, maakt de situatie in Duitsland niet minder zorgelijk, aldus de Duitse journalist Peter Riesbeck. Hij is correspondent in Brussel voor de Berliner Zeitung maar heeft ook voor NRC Handelsblad gewerkt en kent zowel het Duitse als het Nederlandse medialandschap goed.

“In Nederland is de concentratie van grote mediabedrijven groter dan in Duitsland”, aldus Riesbeck tegenover Duitslandweb. “Dat is al geruime tijd zo, het is niet ineens ingeperkt. In Duitsland is er echter de afgelopen jaren wel veel veranderd. De Financial Times Deutschland verdween, de Frankfurter Rundschau ging failliet, ook regionaal sluiten steeds meer redacties.” Daarnaast worden kranten binnen één uitgever steeds vaker gebundeld en werken ze met dezelfde pool van redacteuren. “Springer Verlag, die onder meer Bild Zeitung en Die Welt uitgeeft, heeft het Hamburger Abendblatt en de Berliner Morgenpost verkocht aan de Funke Mediengruppe, een van de grootste regionale krantenuitgevers van Europa. Dat is dus nog meer concentratie”, zegt Riesbeck.

Regionale en lokale media

Regionale en lokale kranten bezuinigen bovendien steeds vaker hun correspondenten in regeringsstad Berlijn of in de eigen regio weg. Riesbeck: “Dat betekent ook een verlies aan pluriformiteit. Zo’n krant kan geen eigen onderwerpen meer agenderen en heeft dus minder een eigen stem.”

Dat heeft vergaande consequenties voor de regionale en lokale politiek. De Duitse deelstaten hebben veel meer zeggenschap dan de Nederlandse provincies. Ze hebben allemaal een eigen regering met eigen beleid, waar de centrale overheid in Berlijn weinig invloed op heeft. Duitse regionale en lokale media hebben de belangrijke rol om die overheden te controleren. Riesbeck: “De functie van de media als waakhond van de democratie wordt uitgehold. Je moet niet onderschatten hoe belangrijk dat is.”

Riesbeck vertelt over kranten in Mecklenburg-Voorpommeren, die persberichten van de extreem-rechtse partij NPD afdrukten zonder die te checken omdat ze te weinig journalisten in de redactie hadden om zelf op onderzoek uit te gaan. Vooral in sommige Oost-Duitse regio’s zijn redacties klein en zwak. Daardoor kunnen ze niet kritisch genoeg zijn en blijven misstanden onderbelicht, aldus Riesbeck. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af of een sterker Oost-Duits medialandschap niet eerder over de misstanden bij de veiligheidsdienst Verfassungsschutz in Thüringen zou hebben bericht, en de contacten die de dienst in de extreem-rechtse scene had. Nu kwam dit pas aan het licht toen de neonazi-terreurcel NSU in 2011 tegen de lamp liep. De NSU is verantwoordelijk voor 10 moorden, die jarenlang onopgemerkt bleven, mede door fouten bij de Verfassungsschutz.

Toegang tot overheidsinformatie

Een ander probleem voor de Duitse journalistiek is de toegang tot overheidsinformatie. Anders dan in Nederland hebben de Duitsers geen Wet openbaarheid van bestuur. Er is ook geen landelijk geldend persrecht, want dat is in het federale Duitsland een deelstaataangelegenheid. De centrale overheid in Berlijn vindt dat zij niet aan dit deelstaatpersrecht is gebonden.

Een Duitse journalist maakte dit probleem vorig jaar aanhangig bij het Bundesverwaltungsgericht, de federale bestuursrechtbank. Hij wilde weten hoeveel van de medewerkers die voor de inlichtingendienst BND hebben gewerkt, een nazi-verleden hadden. De BND weigerde die informatie te geven omdat de dienst het een te omvangrijke vraag vond om te beantwoorden.

De rechter bepaalde in februari 2013 dat centrale Duitse overheidsorganen in principe verplicht zijn informatie aan journalisten te verstrekken. Dit op basis van grondwetsartikel 5 over pers- en informatievrijheid. Maar die plicht geldt alleen voor informatie waarover de overheden al beschikken. Ze hoeven geen gegevens bij elkaar te zoeken voor journalisten. De BND hoefde de vraag van de journalist daarom niet te beantwoorden.

Dit belemmert journalisten in hun werk, aldus Michael Klehm, medewerker van journalistenvakbond DJV. “Ik ken een geval waarbij een journalist 7 jaar moest procederen om informatie te krijgen. Het is een situatie die vanuit onze bond continue aandacht verdient.”

Politieke invloed publieke zenders

De Duitse publieke omroep bestaat uit de ARD, de ZDF en Deutschlandradio.
De ARD, de Arbeitsgemeinschaft der öffentlich-rechtlichen Rundfunkanstalten der Bundesrepublik Deutschland, wordt gevormd door 9 regionale omroepen en de internationale zender Deutsche Welle. Toezicht houdt een ledenvergadering waarin al deze omroepen zijn vertegenwoordigd. 
De ZDF, Zweites Deutsches Fernsehen, zendt sinds 1963 uit. Toezichthouder is de Fernsehrat, waarin ook politici zitten.  
Deutschlandradio, de nationale Duitse radiozender, bestaat sinds 1994. 

Een andere media-rechtszaak, die nog loopt, gaat over de politieke invloed op de Duitse publieke zenders, vooral op de ZDF. De deelstaten Hamburg en Rijnland-Palts hebben daar vorig najaar een klacht over ingediend bij het Constitutioneel Hof, de hoogste Duitse rechtbank. De voornaamste doorn in het oog is de Fernsehrat van de ZDF, die de zender controleert. Daarin zitten naast vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld ook politici, vooral van de SPD en de CDU. Dat is in strijd met de ‘afstand tot de staat’ die de Duitse grondwet voorschrijft, luidt de klacht.

Het gebrek aan afstand tot de politiek leidt regelmatig tot problemen. Zo zorgde het ontslag van ZDF-hoofdredacteur Nikolaus Brender in 2009 voor veel ophef. Officieel moest hij vertrekken omdat de kijkcijfers van de actualiteitenprogramma’s tegenvielen, maar zijn ontslag wordt algemeen gezien als een poging om een onafhankelijke en kritische journalist buitenspel te zetten. Ook bemoeien politici uit de bestuursraad zich met de inhoud van programma’s. Het onderzoeksprogramma ‘Frontal 21’ werd bijvoorbeeld in 2011 door een aantal CDU’ers uit de Fernsehrat op de vingers getikt omdat die de berichtgeving te tendentieus vonden. In 2012 bleek dat CSU’er Söder als lid van de Fernsehrat tussen 2003 en 2007 herhaaldelijk had geprobeerd de berichtgeving van de zender te beïnvloeden.

Ook buiten de Fernsehrat gaan Duitse politici soms hun boekje te buiten. Woordvoerder Strepp van de Beierse minister-president Seehofer moest in 2012 opstappen omdat hij de ARD en de ZDF ervan had proberen te weerhouden aandacht te besteden aan een congres van politieke tegenstander SPD.

“De zaken-Brender en Strepp hebben één ding gemeen”, aldus DJV-voorzitter Konken. “Hier hebben politici geprobeerd in de autonomie van de ZDF in te grijpen. Dat kan niet.” De DJV wil, net als de deelstaten die naar het Constitutioneel Hof zijn gestapt, de politieke invloed op de publieke omroep terugdringen. Het Hof doet later dit jaar uitspraak. De verwachting is dat het toezicht op de zender ZDF anders wordt georganiseerd.

Politie-invallen

Duitse overheidsinstanties schenden ook bij de geschreven media soms de persvrijheid. Duitslandweb heeft de afgelopen jaren meerdere keren bericht over politie-invallen bij journalisten. Het meeste opzien baarde in 2005 een inval bij het politieke tijdschrift Cicero. Ook het huis van een van zijn auteurs werd doorzocht. Het blad had geheime informatie van de Duitse federale recherche over een Jordaanse terrorist gepubliceerd. De huiszoeking werd in 2007 door het Constitutioneel Hof ondubbelzinnig veroordeeld, in wat het Cicero-Urteil wordt genoemd.

Toch deed de politie ook daarna nog invallen bij redacties en journalisten thuis, bijvoorbeeld om te achterhalen wie naar het betreffende medium had gelekt. Of, zoals in het geval van een inval bij de Augsburger Allgemeine vorig jaar, in opdracht van een CSU-politicus. Die wilde de naam van een lezer achterhalen die zich op een online forum beledigend over hem had uitgelaten. Ook bij fotografen vinden invallen plaats. Het Duitse Openbaar Ministerie zocht in 2013 bij acht fotografen in vijf deelstaten bewijs voor een aanval van demonstranten op een politieman. De invallen gaan vrijwel altijd gepaard met veel protest van zowel journalisten als politici en in de meeste gevallen worden ze ook veroordeeld door een rechter. Maar ze vinden wel steeds weer plaats.

De meeste invallen betreffen regionale en lokale media, aldus Riesbeck. “Dan wordt het niet echt opgemerkt en is er niet veel ophef. Zulke invallen doen ze niet bij Der Spiegel of de Süddeutsche Zeitung.”

Volgens Konken van de journalistenbond DJV zijn de doorzoekingen een groot gevaar voor de journalistieke bronbescherming. Toch benadrukt hij ook positieve ontwikkelingen in Duitsland: “Journalisten hier hebben altijd nog meer rechten dan in veel andere landen, zoals de VS. Journalisten die hun bronnen niet willen noemen, worden hier niet gegijzeld. Toch moeten we waakzaam blijven zodat de persvrijheid niet in gevaar komt.”

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer:

Lügenpresse: de comeback van een omstreden leus

Lügenpresse: de comeback van een omstreden leus

De term 'Lügenpresse' wordt vaak aan de nationaal-socialisten toegeschreven, maar bestaat al langer.

Lees meer

Geweld tegen journalisten neemt toe, vooral in Saksen

Geweld tegen journalisten neemt toe, vooral in Saksen

Journalisten worden bij rechtse demonstraties verbaal belaagd en steeds vaker ook fysiek aangevallen.

Lees meer

De ondergang

De ondergang

Of het nou goed gaat of slecht, Duitse media beschrijven al decennia de meest dramatische ondergangsvisioenen, constateert Merlijn Schoonenboom.

Lees meer

ARD en ZDF moeten online nieuwsaanbod inperken

ARD en ZDF moeten online nieuwsaanbod inperken

De publieke omroep moet op zijn nieuwssites voortaan meer audio en video en minder tekst gaan gebruiken.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger