Duitslandweb logo Duitslandweb

Hoe Duitsers in Nederland na 1945 hun bezit verloren

Achtergrond - 1 februari 2017 - Auteur: Sam de Graaff

Duitsers werden in Nederland na de Tweede Wereldoorlog tot vijandelijk onderdaan verklaard en hun bezittingen werden afgepakt - ongeacht politieke voorkeur of gedrag tijdens de oorlog. Marieke Oprel doet onderzoek naar deze groep. "Alle studies die zijn gedaan, bevestigen anti-Duitse gevoelens na de Tweede Wereldoorlog, maar persoonlijke verhalen van Duitsers kwamen tot nu toe minder aan bod."

Hoe Duitsers in Nederland na 1945 hun bezit verloren © wikipedia/GVR/cc
Huis Doorn, waar de Duitse ex-keizer Wilhelm II tot zijn dood in 1941 woonde, werd als vijandelijk vermogen geconfisqueerd. Familieleden hebben getracht het kasteel terug te eisen, maar het is nog altijd bezit van de Nederlandse staat.

De Nederlandse regering in ballingschap vaardigde in oktober 1944 het Koninklijk Besluit Vijandelijk Vermogen uit. Daarmee werden alle Duitsers in Nederland tot vijandelijk onderdaan verklaard. Hun bezittingen werden geconfisqueerd als herstelbetaling en ze verloren het recht op een werk- en verblijfsvergunning. Het ging na 1945 om ongeveer 25.000 Duitsers in Nederland, vertelt Oprel. "Het was een hele diverse groep: dienstmeisjes, predikanten, nonnen, leraren en havenarbeiders, maar ook mensen van adel."

Ook joden werden slachtoffer van het Besluit. Oprel: "In de jaren dertig vluchtte een grote groep Duitse joden vanwege de machtsovername van de nazi’s in Duitsland naar Nederland. Een deel reisde door naar andere landen, een ander deel bleef hier." De Duitse joden die in Nederland bleven, werden na de oorlog als Duitser gezien, en vielen daardoor onder het Besluit. Zelfs als ze de oorlog in een concentratiekamp hadden doorgebracht.

Duitse joden in Nederland werden na de oorlog als Duitser gezien en werden ook tot vijandelijk onderdaan verklaard

Het Nederlands Beheersinstituut (NBI), dat na de oorlog werd opgericht, moest het Besluit uitvoeren. "Het NBI-archief is mijn belangrijkste onderzoeksbron", vertelt Oprel. "Het was een heel groot instituut met een hoofdkantoor in Den Haag en vertegenwoordigingen in het hele land, maar ook in steden als Londen, Parijs en Batavia." Toen het in 1967 werd opgeheven, had het met de confiscaties ongeveer 750 miljoen gulden geïncasseerd. Daarvan was ook het instituut zelf gefinancierd, aldus Oprel, waardoor het onduidelijk is hoeveel de onteigeningen de Nederlandse staat hebben opgeleverd.

Ontvijandelijkheidsverklaring

Om na de oorlog hun bezit te houden of terug te krijgen, moesten Duitsers in Nederland een ontvijandelijkheidsverklaring zien te krijgen. Die konden ze aanvragen bij het NBI, maar aan welke criteria zij moesten voldoen, is onduidelijk. "Dat is een van de vragen in mijn onderzoek", vertelt Oprel. "In de toelichting bij het Besluit stond dat Duitsers zich in de oorlog gedragen moesten hebben als goede Nederlanders." Niemand wist wat dat precies inhield. Oprel: "Soms was het positief als je in de oorlog als Duitser samen met Nederlanders naar Radio Oranje had geluisterd - Duitsers mochten hun radio's houden -, maar meestal was dat niet genoeg. Je moest bijvoorbeeld ook onderduikers hebben geholpen." Daarnaast speelde hoogstwaarschijnlijk sociale status mee: hoe breder je netwerk, hoe groter de kans op zo’n verklaring.

Aan welke criteria Duitsers in Nederland moesten voldoen om een ontvijandelijkheids-verklaring te krijgen, was onduidelijk

Mensen moesten zelf een aanvraag voor een verklaring indienen, anders gebeurde er niets. En dan nog waren ze niet verzekerd van succes: "Na een aantal jaar kregen ze soms een verklaring, maar lang niet altijd kregen ze daarmee ook een permanente verblijfsvergunning. Soms waren ze hun Duitse nationaliteit inmiddels al kwijt, waardoor ze statenloos werden."

Het onderzoeken van al deze ontvijandelijkheidsverklaringen is een gigantische klus. Oprel onderzoekt 24.000 dossiers uit het NBI-archief. Bovendien zijn ze beperkt openbaar, zegt ze. "Je kan niet zomaar graven in iemands familieachtergrond."

Verscheurd gezin

Daarom zocht ze contact met Duitsers die het betrof, of met hun families. "Op dit moment onderzoek ik het dossier van een man met vier kinderen. Drie van hen willen dat hun vader bij naam wordt genoemd in mijn onderzoek, één wil dat niet. Interessant is dat de eerste drie de oorlog hebben meegemaakt en die ander niet. De oudste kinderen willen erkenning, de jongste vooral dat het verleden met rust wordt gelaten."

Een andere casus die ze onderzoekt, gaat over een vader die zwart moest werken omdat hij geen werkvergunning meer had. "Hij kon zijn kinderen niet onderhouden en moest hen onderbrengen bij familie. Zo viel het hele gezin uit elkaar", vertelt ze.

'Over de hele wereld werden Duitsers na de Tweede Wereldoorlog aangekeken op hun identiteit'

"Alle studies die zijn gedaan, bevestigen anti-Duitse gevoelens na de Tweede Wereldoorlog, maar persoonlijke verhalen van Duitsers kwamen tot nu toe minder aan bod", zegt Oprel.
Maar ze onderzoekt niet alleen die persoonlijke verhalen. "Naast inhoudelijke vragen als: 'wat was voor die mensen de betekenis van het Duitse staatsburgerschap', probeer ik ook te achterhalen hoe het NBI functioneerde en verzamel ik statistische gegevens over Duitse onderdanen", legt ze uit. Daarom heeft ze een database ontworpen waarin ze, met behulp van student-assistenten, gegevens verwerkt. Ze sorteert onder andere op naam, geboortedatum, verblijfsplek en uitspraak van het NBI: of mensen een ontvijandelijkheidsverklaring kregen en of ze hun vermogen terug kregen.

Dat doet Oprel, die promoveert aan de Vrije Universiteit en is verbonden aan het Duitsland Instituut Amsterdam, ook met het oog op een mogelijk internationaal project. "Over de hele wereld werden Duitsers na de Tweede Wereldoorlog aangekeken op hun identiteit." Oprel wil het Nederlandse hoofdstuk toevoegen aan dit verhaal.

Veel mensen met wie ze spreekt, stellen zich bescheiden op: "In het perspectief van Auschwitz viel ons leed ontzettend mee, hoor ik vaak. Maar ze benadrukken tegelijkertijd dat het echt een moeilijke tijd was. Ze werden op hun Duitse nationaliteit aangesproken, terwijl ze soms in Nederland waren geboren en getogen."

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Nederland-Duitsland':

Marieke Oprel: ‘Opgegroeid met voorliefde voor Duits’

Marieke Oprel: ‘Opgegroeid met voorliefde voor Duits’

Jubileumserie DIA achter de schermen. Afl. 6: Marieke Oprel vertelt over haar promotieonderzoek.

Lees meer

Charlotte Broersma: '20 jaar hetzelfde blijven kan niet'

Charlotte Broersma: '20 jaar hetzelfde blijven kan niet'

Jubileumserie DIA achter de schermen: Charlotte Broersma over de nieuwe koers van het instituut

Lees meer

Annabelle Arntz: 'Ik verbind logistiek en inhoud’

Annabelle Arntz: 'Ik verbind logistiek en inhoud’

Jubileumserie DIA achter de schermen. Afl 4: Annabelle Arntz over de DIA-bijeenkomsten en het persbeleid.

Lees meer

Henning Radke: 'Als Duitser snap je Nederlands snel'

Henning Radke: 'Als Duitser snap je Nederlands snel'

Jubileumserie DIA achter de schermen. Afl 3: Henning Radke stimuleert Nederlanders in Duitsland te studeren.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger