Duitslandweb logo Duitslandweb

Boekfragment: 'We gaan als het donker wordt'

Boeken - 30 maart 2010

Na een periode in een asielzoekerscentrum krijgt Kerim uit Irak te horen dat hij in Duitsland mag blijven. Voordat hij bij zijn oom Tarik in Berlijn intrekt, haalt hij zijn spullen op in het asielzoekerscentrum.

Boekfragment: 'We gaan als het donker wordt'
© Afb.: Uitgeverij Cossee

"Terwijl ze daar stonden, liet Kerim nog één keer zijn blik door de liefdeloos ingerichte ruimtes dwalen. Niet de tijd die hij hier had doorgebracht, hield hem bezig, maar één gesprek met Ervin. Het was nu zo’n twee weken geleden, de Albanees had gedronken en voelde zich genoodzaakt Kerim op vaderlijke wijze toe te spreken. Daarbij gaf hij een overdreven bewondering ten beste. Zijn hoofd zonk op zijn borst, maar hij sprak achter elkaar door, gejaagd, alsof zijn gedachten hem ontglipten.

‘Als iemand een kans heeft,’ zo zei hij, ‘dan ben jij het. Jij bent zo, zo – puur, je hebt geen verleden dat je bederft, en iedereen ziet dat. Ze moeten je eerlijkheid wel opmerken, dat moet gewoon!’

Hij pakte Kerims arm, maar greep mis, hief zijn zoekende hand op en ging verder: ‘Je hebt niet eens geprobeerd je vriendin – hoe heet ze ook alweer – Sonja, ja, je hebt niet eens geprobeerd haar te gebruiken.’

Kerim vroeg hoe hij dat had kunnen doen en hoorde dat een huwelijk met een Duitse hem automatisch had verzekerd van een verblijfsvergunning. Eerst had hij er niet verder over nagedacht, maar geleidelijk was er een verdenking in hem opgekomen:

wat, als dat de reden voor haar terughoudendheid was geweest in al die maanden, wat als zij hem eenvoudigweg gewantrouwd had zonder daarover ook maar een woord te zeggen? Bij deze gedachte, die hem vervolgens niet meer losliet, voelde hij zich door haar misleid.

Zijn oom riep hem en Kerim was terneergeslagen toen hij zich door de donkere gang naar de uitgang haastte. Weer moest hij iemand met slechte kansen achterlaten, maar dit keer viel het hem lichter. Hier had hij zich met niemand verbonden, ook met Ervin

niet, hij was geen vriendschappen aangegaan zoals veel van de anderen dat wel deden, en nu was hij daar blij om.

 

Op een middag zat Kerim samen met zijn oom thuis. Ze dronken thee en praatten met elkaar, en wat eerst spontaan overkwam, leek Kerim in de loop van het gesprek steeds meer vooropgezet te zijn.

‘Ik heb gehoord dat je hier in de buurt vrienden hebt gevonden,’ zei zijn oom, nadat een korte stilte was gevallen. Kerim was ogenblikkelijk gealarmeerd, maar knikte slechts.

‘Denk je dat deze nietsnutten het juiste gezelschap zijn? Je hebt veel geluk gehad en dat moet je op waarde weten te schatten. Wat die daar uitspoken, gaat jou niets aan. Wat denk je?’ De stem van zijn oom was strenger geworden.

‘Ik heb ze gewoon leren kennen omdat ze in de buurt zijn,’ zei Kerim.

‘Ik weet het. Ik weet zelfs waar ze vandaan komen, ieder van hen apart. Maar dat is geen antwoord op mijn vraag.’

Kerim wachtte een moment en zei toen: ‘Nee. Ze zijn waarschijnlijk geen goed gezelschap.’

‘Waarschijnlijk niet,’ herhaalde zijn oom. ‘Dat weet jij en dat weet ik. Luister,’ zei hij en boog naar Kerim toe, ‘ik ben blij dat je die Duitse vrouw kent. Ze is aardig. Maar deze Amir en zijn maten zijn niet de goede vrienden voor jou. Dat moet je erkennen.’

Hij maakte een afkeurend handgebaar.

‘Het zijn jongens uit de buurt,’ probeerde Kerim te sussen.

‘Nee, nee,’ zei zijn oom beslist. Zijn blik was indringend. ‘Jij bent niet goed op de hoogte van de situatie hier.’ Hoofdschuddend leunde hij weer terug in zijn stoel. Toen hief hij opnieuw aan: ‘Ik heb je lange tijd de vrije hand gelaten. Maar ik geloof dat dit een fout was. In dit land moet je proberen vooruit te komen. Je moet slim zijn…’

‘Uitgekookt,’ zei Kerim.

Tarik fronste zijn wenkbrauwen. ‘Als je wilt, uitgekookt. En jij bent dat.’ Hij probeerde bemoedigend te lachen en ging toen verder: ‘Herinner je je de man die de

brievenbus poetste? Wij hebben daarom gelachen. Maar kijk, je kunt ’s nachts om drie uur in een voorstad aan de straat gaan staan om op de bus te wachten – en hij zal komen. Misschien heeft hij een paar minuten vertraging, maar hij zal komen. Dat is

hier zo. Als iemand jong is, betekent dat niet veel voor hem. Maar hoe ouder je wordt, des te belangrijker zal het voor je worden.Als jij bij ons ’s nachts om drie uur aan de straat gaat staan, kun je er niet zeker van zijn dat je het overleeft.’

Kerim dronk van zijn thee. ‘Vooral nu niet,’ zei hij.

Zijn oom keek hem scheef aan, alsof hij daarover na moest denken. Uiteindelijk stemde hij met een handbeweging in. ‘Nu is het erg. Maar al in mijn tijd moest ik ’s avonds laat een keer vanaf de straat de bosjes in duiken en plat op de grond gaan liggen, omdat een paar lui voor hun plezier uit een rijdende auto schoten. Het had niet veel gescheeld of ze hadden me geraakt.’

Hij keek Kerim weer recht aan en gebaarde hem even te wachten. Hij stond op en ging naar zijn slaapkamer, Kerim hoorde hem daar rommelen. Toen hij terugkwam, hield hij een stapel brieven in zijn handen, het moesten er zo’n twintig zijn.

‘Wist je dat je moeder mij heeft geschreven?’ vroeg Tarik.

Kerim schudde zijn hoofd, liet zich achterovervallen en voelde ogenblikkelijk heimwee en verdriet. Hij deed zijn ogen even dicht en slikte een paar keer.

Tarik zag zijn neef in de stoel ineenzakken en wist precies wat de confrontatie met het verleden losmaakte."

(Fragment pag.268-271)

 

Sherko Fatah: 'We gaan als het donker wordt' (Vertaling: Pauline de Bok)

Uitgeverij Cossee, 352 pagina's, 22,90 euro

ISBN 978 90 5936 275 8

 

Sherko Fatah (Berlijn 1964) groeide op in de voormalige DDR als zoon van een Oost-Duitse moeder en een Koerdische vader. In 1975 verhuisde hij naar West-Duitsland. In Berlijn studeerde hij filosofie en kunstgeschiedenis. 'We gaan als het donker wordt' was zijn doorbraak.

Tags: literatuur

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Literatuur':

Videocolumn: De dood in Venetië

Videocolumn: De dood in Venetië

In deze tijden van paniek om een virus raadt Britta Böhler 'Der Tod in Venedig' van Thomas Mann aan.

Lees meer

Design van het Derde Rijk

Design van het Derde Rijk

Onze nieuwe literatuur-columnist Jerker Spits moest bij expositie 'Design van het Derde Rijk' denken aan de joodse schrijver Victor Klemperer.

Lees meer

Gewoon weer Hölderlin lezen

Gewoon weer Hölderlin lezen

Het Hölderlin-jaar 2020 is de ideale aanleiding om je in deze dichter te verdiepen, vindt Ewout van der Knaap.

Lees meer

Videocolumn: Kreupelhout

Videocolumn: Kreupelhout

Winter, landschap en verlies; die ingrediënten maken 'Kreupelhout' van Esther Kinsky tot een prachtig boek voor de vakantie, stelt Britta Böhler.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger