Doendenken versus doemdenken

Achtergrond - 1 mei 2002

De Duitse angsten

Tijdens een gezellige Duits-Nederlandse culturele ontmoeting onlangs in het Amsterdamse Odeon-theater werd besloten dat de verhouding tussen de beide buurvolken weer 'helemaal goed' was. De oorlog is nu echt wel voorbij, of liever, is 'vervoetbaliseerd'. Kijk maar op de website www.ihrseidnichtdabei.de (jullie-zijn-er-niet-bij) waarop Duitsers de spot drijven met Oranjes voortijdig gestrande gooi naar het wereldkampioenschap. Om misverstanden te voorkomen toont de website ook een 'anti-nazibutton'.

Twee weken eerder vond in Potsdam ook een Duits-Nederlandse bijeenkomst plaats. Ditmaal een officiële, met honderdvijftig politici, wetenschappers, artsen, diplomaten en moraalridders. Het thema van deze Zesde Nederlands-Duitse Conferentie was Begin en einde van het menselijk leven. Het werd een wedstrijd voor landenteams met de bio-ethiek als bal. De uitslag: de Duitsers en de Nederlanders begrijpen, met alle respect, geen donder van elkaars biotechnologische en stervensbegeleidende spelregels. En de oorlog is nog lang niet voorbij - met de Duitsers wederom in de aanval en de Nederlanders in de verdediging. Er is echter één wezenlijk verschil ten opzichte van '40-'45: ditmaal zou het Nederland zijn dat zich op een Rutschbahn naar nazi-praktijken bevindt en speelt Duitsland de rol van goede buurman die, met alle respect, corrigerend tracht op te treden.

Na de vele Duitse woorden van waarschuwing, te beginnen met die van minister Joschka Fischer van Buitenlandse Zaken, staken de woorden waarmee de Amsterdamse strafrechtgeleerde Frits Rüter zijn speech begon, nogal af. 'Ik ben 72, dus op de euthanasiegerechtigde leeftijd, maar ik leef nog steeds.' De Nederlanders in de zaal lagen dubbel, terwijl de Duitsers geen spier vertrokken. Een van hen was de buurvrouw van arts-filosoof-publicist Bert Keizer. In zijn column in Trouw beschrijft Keizer hoe zij, 'een jonge juriste, zojuist gepromoveerd op onze Euthanasiewet', zich zat te verbijten. 'Zij vond Rüter niet grappig, maar sinister. (…) Zij vertelde mij het volgende: "wat Nederlanders niet weten is dat de huidige wet er slechts toe dient de bevolking murw te maken voor een geheel andere wet (...) waarin het artsen zal zijn toegestaan het leven van patiënten te beëindigen zonder hun toestemming te hoeven vragen."

Geen Duitser durfde het in Potsdam op te nemen voor de Nederlandse Euthanasiewet. De Nederlanders hadden tenminste nog een dissident in het team, André Rouvoet van de Christenunie. De spreekwoordelijk spontane, tolerante Nederlander is in Duitsland graag gezien. Maar als besluitvormend collectief vormen die Nederlanders het schrikbeeld de Bondsrepubliek.

Het polderlandje had de eer als enige buitenland te figureren in de gezaghebbendeBerliner Rede die de Duitse bondspresident Johannes Rau verleden jaar tot zijn landgenoten sprak. De sociaal-democraat Rau wierp de vraag op "Wordt alles goed?" en beantwoordde deze met een bezield pleidooi voor de bescherming van het embryo en de stervende mens. Waartegen? Tegen selectie. Selectie via de duizend gevallen per jaar van "levensbeëindigende handelingen zonder uitdrukkelijke wens" in Nederland, aldus Rau. En via pre-implantatiediagnostiek (PID), waarbij een embryo na de kunstmatige bevruchting op genetische afwijkingen wordt onderzocht - een techniek die in Maastricht wordt toegepast. Ieder onderzoek aan embryo's is in Duitsland verboden.

Die 'duizend doden van Rau' achtervolgden de Nederlandse conferentiegangers in Potsdam. Dit cijfer stond gewoon in de meegebrachte statistieken, vertaald en wel. Maar kom, ter verklaring, maar eens aan met comapatiënten die uit hun lijden worden verlost. Dergelijk handelen kennen de Duitsers als praktijk van de nazi's. Selectie! Eugenetica! Euthanasie! Volgens Rau is het wapen tegen selectie geen exclusief 'Duitse ethiek'. De moraal kent, aldus de president in zijn toespraak, geen geografische grenzen.

Duitse expansiedrift op basis van een universeel geachte moraal - zo verstaan de Nederlanders dat. En dat horen ze niet graag. De Duitse rechtsstaat ziet zichzelf als een warme deken die de mensen beschermt tegen hun naïeve selectiewensen (een goede dood, een gezond kindje) en liefst de mensen in het buurland erbij. Je kunt mensen nooit genoeg tegen zichzelf en elkaar beschermen, vindt nagenoeg de hele Duitse intellectuele elite. Zulk doemdenken past niet in het zelfbeeld van Nederlanders.

Professor Rüter slaakte een vermoeide zucht toen een jonge Duitse moraaltheoloog zich hardop afvroeg of de mens wel principieel autonoom kan beslissen over zijn dood, gezondheid of nageslacht. Nee natuurlijk. Daarom kan de mens dat beter aan zo'n moraaltheoloog overlaten. Maar creëer je zo niet juist de twee klassen waar Fischer zo bang voor is? Uitgerekend bondskanselier Gerhard Schröder zag dat gevaar ook. Verleden jaar, kort voor de oprichting van een Nationale Ethikrat in zijn land, sprak hij zijn twijfel uit over het "delegeren van ethische thema's die ons allen aangaan naar een commissie van bijzonder slimme en/of bijzonder morele mensen."

De nieuwe Duitse ethiekraad werd niettemin benoemd - volgens de regelgeving door de bondskanselier zelf. Dit brede gezelschap van 25 experts is in het leven geroepen om het bio-ethische debat tussen wetenschappers, medici, theologen en ethici op een hoger plan te brengen, de regering te adviseren en aldus de Bondsrepubliek de juiste richting op te sturen. De raad deed inmiddels zeer van zich spreken, onder andere met een standpunt over de import van menselijke embryonale stamcellen: vóór. Of eigenlijk: tégen, maar "in uitzonderingsgevallen, onder bepaalde voorwaarden" vóór. Het advies werd overgenomen door het Duitse parlement.

Ook in Nederland bestaat een soort adviesorgaan in (bio)technologische vragen. De verschillen met de Duitse ethiekraad zijn veelzeggend. 'Wij' kennen sinds 1986 het Rathenau Instituut - of beter: we kennen het amper. Terwijl dit instituut als taak heeft overheid en burgers terzijde te staan bij vragen rond wetenschap en technologie. 'Terzijde staan' dat klinkt anders dan adviseren. Vrijblijvender, of positiever: minder dwingend. Nederland creëert een consultatiebureau voor allen en bijna niemand weet het. De burgers vinden het wel best. Duitsland creëert een gezaghebbende wegwijzer voor de regering.

De typische verschillen tussen de Nederlandse en de Duitse bio-ethiek komen al tot uiting in de brochure die de Duits-Nederlandse conferentie in Potsdam begeleidde. Dr. Koos van der Bruggen van het Rathenau Instituut schetst hoe het bio-ethische debat in de polder verloopt. De bijdrage aan de bundel over het debat in Duitsland is niet ondertekend - alsof de woorden een algemene geldigheid hebben, in plaats van de interpretatie zijn van een persoon of instituut. De missives van de Nationale Ethikrat komen er uitgebreid in ter sprake. 

Klonken de woorden van Gerhard Schröder ons niet Nederlands in de oren? Maar wat is dat Nederlandse ethische denken dan precies? Daarover meer in het tweede en laatste deel.

De Nederlandse wensen

Wanneer het Goethe-Institut twee gerenommeerde Duitse filosofen naar Amsterdam haalt voor een debat over bio-ethiek en gentechnologie, zit er een handjevol Nederlanders in de zaal. Waar een brede laag Duitse geïnteresseerden zich wekelijks door vele kloeke artikelen in hun dag- en weekbladen heen worstelen over de revolutionäre Zellen, doet te onzent alleen Trouw mee aan het internationale biotechnologische en bio-ethische debat. 

Het was dan ook in deze krant dat de Nijmeegse moraaltheoloog professor Jan-Pierre Wils verzuchtte dat het zo stil bleef in Nederland, 'beangstigend rustig', terwijl we bezig waren zoiets fundamenteels als een Embryowet te ontwerpen. 'Alsof het over een middel tegen neusbloeden gaat'. Wils schreef dit verleden jaar. De Embryowet is inmiddels door de Tweede Kamer en gaat binnenkort naar de Eerste. Welke Nederlander weet dat? En wie weet wat erin staat? Wij lezen liever de bijlagen 'Gezond' over 'Het maakbare kind'. Met in de eerste regel het woord 'kinderwens'. Zeg nou zelf, een moraaltheoloog helpt ons niet aan een gezond kind!

Wij weten hoe we onze zaakjes praktisch moeten regelen. We kennen de weg naar de euthanasiearts, de coffeeshop, abortuskliniek en naar de kliniek waar ons embryo op genetische afwijkingen wordt gecontroleerd. Doen is ons denken geworden. Doendenken. De Rotterdamse geneticus professor Hans Galjaard opende zijn Zinderende Genen-diashow op de Nederlands-Duitse conferentie over biotechnologie in Potsdam, afgelopen maart, met de woorden: "Nederlanders zijn kanaalgravers". De metafoor was snel doorgetrokken naar Duitse dijkopwerpers. Waar de Duitsers het tij willen keren, maken Nederlanders sluipweggetjes voor het onvermijdelijke water. De doemdenkers versus de doendenkers.

Denken we dan echt niet na in zaken van leven en dood? Over euthanasie werd wel degelijk doorgedacht - dertig jaar geleden al. Rond 1970 werd euthanasie als goede, vrijwillige dood (weer) bespreekbaar. Toen braken ethische debatten los, bijvoorbeeld over euthanasie op comapatiënten. Toen ook vond de hervormde theoloog-ethicus P.J. Roscam Abbing dat er genoeg tijd was verstreken om een onderscheid te kunnen maken tussen verantwoorde euthanasie en gruweldaden. En de arts Geertruida Postma-van Boven, die in die tijd met de euthanasie op haar moeder in de openbaarheid trad, beweerde dat het "nuttigheidsdenken van de nazi's" het best kon worden tegengegaan door een brede discussie, "zodat mensen zelf gaan beslissen."

"Zelf beslissen" - mevrouw Postma's woorden van dertig jaar geleden zouden de meeste Duitse beleidsmakers van nu nog koude rillingen bezorgen. Is het Nederlandse pragmatisme, zoals dat naar voren komt in 'Een weloverwogen dood', ook te herkennen in de verdediging die het Nederlandse team voerde op het Nederlands-Duitse ethische treffen in Potsdam? Nou en of. 'Oranjes' meest gebruikte strategie was het olijk wijzen op de praktijk - de Nederlandse én de Duitse.

Zo reageerde cheffin d'équipe minister Els Borst op de Duitse vraag of het niet gevaarlijk was bij meerderheid te beslissen over zulke principiële zaken als euthanasie en embryo-onderzoek: "Het alternatief is dat een minderheid de meerderheid de ruimte ontneemt." Wanneer je biotechnologische zaken principieel filosofisch behandelt, zoals de Duitsers doen, "laat je de mensen in de steek". Bovendien had menig Duitse arts Borst verteld zelf actieve euthanasie te hebben toegepast, "met de bekende morfinemethode".

De Berlijnse arts die vóór Rüter sprak, had dapper betoogd dat haar stervende patiënten al hun woede en angsten op haar mocht projecteren. Ze zou er zijn voor ze, zei ze "maar niet actief worden". De arts-filosoof Gerrit Kimsma van de VU vond dat veel te autoritair-theoretisch klinken en sprak tot haar: "Met alle respect, maar u heeft wat gevaarlijks. Misschien bent u zelf wel de oorzaak van die woede en angsten."

En de geneticus Galjaard relativeerde het ene na het andere voorbeeld van Duits doemdenken. Die paar keer per jaar dat de PID-techniek (preïmplantatiediagnostiek) in een gezond kind resulteerde - waar hádden we het over? "Het is enkel goed voor filosofen en ethici". Was niet de hele gentechnologie een zaak van het rijke Westen? De rest van de wereld had wel andere problemen! "En over euthanasie kan ik kort over zijn. De cijfers zijn aanhoudend laag, 2,5 procent van de sterfgevallen in Nederland."

Voor het feit dat een embryo in de Bondsrepubliek heilig is, maar dat embryonale stamcellen voor wetenschappelijk onderzoek wél ingevoerd gaan worden - met name uit Israël - had menig Nederlander een morbide grap klaar. En wat was zo'n klompje embryonale cellen nou helemaal. "Wanneer je dat op de tafel laat liggen, wordt het heus geen mens", sprak minister Borst.

Het Duits-Nederlandse treffen eindigde onbeslist. De Nederlandse schoten uit de dagelijkse praktijk misten effect en kwamen ver naast het Duitse doel terecht. "Maar we hebben weer wat aan politieke preventie gedaan, je moet alert blijven", zei D66-Kamerlid Boris Dittrich. Want je weet nooit wat 'Europa' voor juridische trucs verzint tegen het vooruitstrevende Nederland.

Ons land holt ondertussen al weer verder. Na de Euthanasiewet gaat de samenleving, voorgetrokken door de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE), op weg naar een nieuwe wet. Die moet hulp bij zelfmoord zonder tussenkomst van artsen legaal maken. Waarom zou je medici belasten met mensen die zelf uit het leven kunnen en willen stappen, desnoods met wat hulp van een bekende? De eerste stap is de zoektocht naar een dodelijk middel dat geschikt is voor zelfmedicatie. Zelfbeschikking optima forma - in Duitsland goed voor nachtmerries? Ja-Nein. Door een speling van het lot is deze hulp bij zelfdoding hier wel maar daar niet strafbaar. De betreffende Duitse regeling stamt vast uit de tijd dat het genadeschot voor een zwaargewonde kameraad vaak voorkwam.

Afgelopen zaterdag stond op de voorpagina van Trouw een commentaar op het NVVE-plan. De (hoofd)redactionele conclusie was, voor Trouw, verbazend kort door de bocht: "Het zelfbeschikkingsrecht komt op de voorgrond te staan, de verantwoordelijkheid van de gemeenschap verschuift vrijwel geheel naar de achtergrond." Dat klinkt, met alle respect, nogal Duits.

Annemieke Hendriks is freelance journaliste en schrijft voor verschillende Duitse en Nederlandse kranten o.a. voor het weekblad De Groene Amsterdammer.

'Doendenken versus doemdenken' is een bewerking van een artikel in de Groene Amsterdammer van 30 maart 2002.  

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger