Duitslandweb
Wat er overblijft van de hoofdstad Bonn
Achtergrond - 15 september 2026 - Auteur: Jens van Reet35 jaar geleden, in 1991, besloot de Duitse politiek om regering en parlement van Bonn naar Berlijn te verhuizen, als sluitstuk van de Duitse eenwording. Vandaag koestert Bonn zijn verleden als hoofdstad – en laat zich de overgebleven ministeries niet afpakken.
Een gezellige drukte in de winkelstraten, volle Biergärten en hardlopers die onder een felle zon langs een historisch lage Rijn trekken. Zo gaat het er begin augustus in Bonn aan toe, maar het had evengoed een beschrijving kunnen zijn van andere steden in het Rijnland, zoals pakweg Koblenz. Niets doet vermoeden dat Bonn decennialang de hoofdstad van West-Duitsland was.
Al verraadt het plaatsnaambord bij het binnenrijden van Bonn haar bijzondere verleden eigenlijk al meteen: als enige in Duitsland mag ze zich Bundesstadt noemen. Eenmaal in de stad bots je op nog een relict: een voor een doorsnee provinciestad bijzonder uitgebreid metro- en tramnetwerk, met verlaten stations die door hun felgroene, -gele en -oranje wandbekleding 50 jaar in de tijd lijken te hebben stilgestaan. Haltes zijn er onder meer bij het Auswärtiges Amt (Buitenlandse Zaken) en de Heusallee, de poort naar het oude regeringskwartier.
Provisorium
Op 20 juni was het 35 jaar geleden dat de Bondsdag besloot regering en parlement weer naar Berlijn te verhuizen. In 1949 werd Bonn nogal onverwacht uitverkoren als centrum van een nog op te bouwen democratie, de Bondsrepubliek Duitsland. Het stadje was de oorlog nagenoeg heelhuids doorgekomen, lag ver van de grens met de DDR en werd niet meteen met het naziverleden geassocieerd.
Maar dat was niet alles. “Konrad Adenauer, die de eerste bondskanselier werd, woonde in de buurt van Bonn. Hij vond de keuze voor de stad wel goed, want zo kon hij elke avond in zijn eigen bed gaan slapen”, vertelt Harald Biermann. Hij is historicus en leidt de stichting Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland, die het gelijknamige museum in de stad beheert.
Dat een grote stad als Frankfurt het uiteindelijk tegen Bonn moest afleggen, had echter nog een reden. “Men wilde niet dat een metropool de hoofdstad zou worden, omdat men dacht dat een terugkeer naar Berlijn bij een hereniging met Oost-Duitsland daardoor zou worden vertraagd. Frankfurt had veel meer weerstand kunnen bieden”, vermoedt Biermann.
Bonn moest aanvankelijk dus dienen als een tijdelijke hoofdstad tot Oost en West elkaar weer zouden vinden. In 1961 werd de hoop op een snelle hereniging door de bouw van de Muur de grond in geboord. Het besef begon te groeien dat regering en parlement niet eindeloos in geïmproviseerde ruimtes konden blijven zetelen.
Bonns bescheidenheid
In enkele jaren tijd ontstond een volledig nieuwe regeringswijk, in een stijl die als Nachkriegsmoderne bekendstaat. “Net een Rijnlands bankfiliaal”, spotte toenmalig bondskanselier Helmut Schmidt toen hij in 1976 zijn intrek nam in het nagelnieuwe Kanzleramt. In het oog springen de gebouwen inderdaad niet, zeker niet naast de neoclassicistische Villa Hammerschmidt (‘Het Witte Huis aan de Rijn’) en het Palais Schaumburg, toen de officiële zetels van respectievelijk de bondspresident en de bondskanselier.
Die sobere architectuur weerspiegelde ook het Selbstverständnis van de nog jonge Bondsrepubliek: bescheiden, nuchter en wars van uiterlijk vertoon. “Die bescheidenheid van toen was op zijn plaats, nadat we elk land om ons heen hadden overvallen.” Aan het woord is Jürgen Rausch. Hij en zijn moeder baatten jarenlang het Bundesbüdchen uit, een krantenkiosk die inmiddels uitgegroeid is tot het symbool voor de eenvoud van Bonn.
Niet in een chic restaurant, maar hier, met een bockworst of sigaret in de hand, legden politieke rivalen hun geschillen bij en probeerden journalisten en spionnen de laatste nieuwtjes op te vangen. Tussen de kanseliers en ministers schoven gewone burgers aan.
Met de verhuizing van Bonn naar Berlijn verdwenen eerst de prominente klanten en later ook het Bundesbüdchen zelf uit het straatbeeld. De keuze voor Berlijn kwam hard aan. Na de eenwording leek het er aanvankelijk op dat alles bij het oude zou blijven. Veel politici waren tegen een terugkeer naar Berlijn en wilden Bonn niet zomaar bedanken voor bewezen diensten. “Het debat daarover was heel hartstochtelijk. Berlijn stond voor velen gelijk aan grootheidswaanzin, waar de nazi’s hun misdaden hadden gepland”, duidt historicus Biermann.
Toch kreeg Berlijn een meerderheid achter zich. Om de gevreesde leegloop van Bonn te vermijden, beloofde de bondsregering verregaande steun. Het Berlin/Bonn-Gesetz (1994) bepaalde dat zes federale ministeries hun eerste dienstzetel in Bonn behielden, waaronder Defensie en Landbouw. Ministeries met hun hoofdzetel in Berlijn moesten daarnaast een tweede dienstzetel aan de Rijn behouden. De wet streefde er ook naar het grootste deel van de federale ambtenaren in Bonn te houden. Vandaag werkt echter nog ongeveer 25 procent van hen in Bonn.
Vorig jaar pleitte de Berlijnse burgemeester Kai Wegner (CDU) voor een volledige verhuizing naar zijn stad. De vele dienstreizen en dubbele infrastructuur zouden te veel kosten en het milieu belasten, kritiek die wel vaker klinkt. Katja Dörner, de groene burgemeester van Bonn, reageerde geïrriteerd en wees erop dat sinds corona meer ambtenaren telewerken en zo verplaatsingen besparen.
In ere hersteld
Bonn is trouwens al lang geen stad meer van alleen Duitse functionarissen. Op dit moment vinden 1.500 medewerkers van de Verenigde Naties onderdak in de Langer Eugen, de voormalige parlementskantoren. De VN lokten ook heel wat ngo’s naar de stad en Deutsche Telekom en DHL hebben er hun hoofdkantoor.
Die nieuwe lading arbeidskrachten kan sinds 2020 opnieuw terecht in het Bundesbüdchen van Jürgen Rausch, dat nu wordt uitgebaat door een bakkerijketen. Jarenlang streed hij samen met vrijwilligers voor de terugkeer. “Toen ze de kiosk afbraken, zeiden ze me: ‘Zoek ander werk’. Dat heb ik gedaan. Het Bundesbüdchen weer in zijn glorie herstellen”, vertelt hij trots.
Het eettentje maakt ook deel uit van de Weg der Demokratie, een infowandeling door de regeringswijk over het succesverhaal van het naoorlogse West-Duitsland. Rausch: “Ik heb decennialang mogen meemaken wat het betekent om in vrede en vrijheid te leven. Het Bundesbüdchen staat daar mede symbool voor, en daar wil ik me voor blijven inzetten.”
Tijdens de Koude Oorlog was het provinciestadje aan de Rijn een baken van politieke stabiliteit in West-Europa. Dat dagelijks toeristenbussen door Bonn rijden en bezoekers herinneren aan die periode, betekent veel voor Rausch. Zeker nu het land opnieuw internationaal in woelig vaarwater verkeert en de politiek in Berlijn steeds onvoorspelbaarder wordt. “De troef van stabiliteit die Duitsland lang had, dreigt verloren te gaan”, vreest ook historicus Biermann. Al valt te betwijfelen of het met Bonn als hoofdstad anders zou zijn geweest.
Lees meer over 'Geschiedenis':
NSDAP-archief wakkert interesse naziverleden aan
Sinds de ledenadministratie van Hitlers partij openbaar is geworden, hebben al miljoenen Duitsers naar namen gezocht.
Podcast Achtung: Vakantietips
De Duitslandweb-redactie tipt Duitse historische plaatsen die de moeite waard zijn om te bezoeken.
De onvoltooide revoluties van Luxemburg en Troelstra
De Masterscriptie: Lorenz Schulze-Marmeling vergeleek revolutiepogingen van 1918 in Duitsland en Nederland.
Podcast Achtung: Herinneringscultuur in crisis
In Achtung! Duitse updates gaat het over de crisis in de Duitse herinneringscultuur. Trekt Duitsland wel de juiste lessen uit 'Nie wieder'?

Reacties
Geen reacties aanwezig