Geschiedenis:

19e-eeuws antisemitisme
Keizerrijk: 1888-1914

Traditioneel gingen historici ervan uit dat het 19e-eeuwse antisemitisme meer een Frans dan een Duits fenomeen was. Toch won ook in Duitsland het antisemitisme terrein en kreeg het na 1890 een steeds racistischer karakter.

19e-eeuws antisemitisme © wikipedia/cc
Fragment boekcover 'Der Weg zum Siege des Germanenthums über das Judenthum' van Wilhelm Marr

Duitsland kende in de 19e eeuw geen nationale schandalen zoals de Dreyfus-affaire dat in Frankrijk was. Dreyfus was een joods-Franse officier die in 1894 valselijk werd beschuldigd van spionage voor Duitsland. Toch won antisemitisme in de tweede helft van de 19e eeuw in Duitsland wel terrein.

In de Rijkswet van 1871 was de gelijke behandeling van alle onderdanen juridisch verankerd. Maar de economische crisis van die jaren veroorzaakte een tegenreactie. Zo bekritiseerde de journalist Wilhelm Marr in 1879 de economische en politieke invloed van joden in zijn pamflet ‘Der Weg zum Siege des Germanenthums über das Judenthum’. In Berlijn ontbrandde in 1880/1881 een heftige ‘antisemitismestrijd’ toen meer dan 250.000 burgers een petitie tekenden tegen de juridische en sociale gelijkstelling van joden.

Na 1890 kreeg het antisemitisme in Duitsland een steeds racistischer karakter. Zo riep de Duitse cultuurfilosoof Paul de Lagarde in zijn ‘Deutsche Schriften’ op tot eenheid van het Duitse volk in ras en religie. De Duits-Engelse schrijver Houston Stewart Chamberlain schreef over het Germaanse ofwel Arische ras, dat na veelvuldige vermenging met Joden zijn reinheid moest terugverlangen. Berucht is ook de wijze waarop de zus van de filosoof Friedrich Nietzsche, Elisabeth Förster-Nietzsche, diens werk uitgaf en daarin ook haar eigen antisemitische denkbeelden verwerkte. En in het Oost-Duitse stadje Konitz, gelegen in het huidige Polen, leidde de moord op de 18-jarige gymnasiast Ernst Winter in 1900 niet alleen tot beschuldigingen aan het adres van een Joodse slager maar tot een volkswoede tegen Joden in de regio en tot verwoesting van de synagoge.

Het antisemitisme sprak ambachtslieden, kleine handelaren, boeren en een conservatieve elite van militairen, hoge ambtenaren en professoren aan, die zich verzetten tegen de vrijheids- en gelijkheidsidealen van de Franse Revolutie. Het leefde vooral in verenigingen, zoals het Alldeutscher Verband, dat zich inzette voor een sterk Duitsland in de wereld, en in studentenverenigingen (Burschenschaften).

Antisemitische partijen waren niet sterk vertegenwoordigd in de Rijksdag. Op het hoogtepunt in 1893 behaalden ze 2,9 procent van de stemmen. Als tegenreactie tegen het Duitse antisemitisme werd in 1891 een ‘Verein zur Abwehr des Antisemitismus’ opgericht en voor liberale joden een ‘Central-Verein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens’.

Hoewel het 19e-eeuwse antisemitisme niet te vergelijken was met het rabiate antisemitisme van Adolf Hitler, vond de laatste wel zijn oorsprong in een mengeling van biologisch racisme, virulent nationalisme en reactionair modernisme. Vooral de eerste twee varianten vonden een voedingsbodem in het denken van het einde van de 19e eeuw.  


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger