Duitslandweb logo Duitslandweb

Nederlandse wetenschap doet ideeën op in Berlijn
Clevers (KNAW) en Dittrich (VSNU) over Duits wetenschapsbeleid

Achtergrond - 11 maart 2014 - Auteur: Marja Verburg

Het Duitse innovatiebeleid geldt in Nederland als voorbeeld. Minister Bussemaker van Onderwijs heeft zich samen met een delegatie Nederlandse wetenschappers vorige week in Berlijn laten informeren over het Duitse wetenschapsbeleid. KNAW-president Hans Clevers en VSNU-voorzitter Karl Dittrich zijn onder de indruk. “Wat je overal ziet, is het Duitse ontzag voor wetenschap en techniek.” Maar het Duitse systeem heeft ook nadelen.

Nederlandse wetenschap doet ideeën op in Berlijn © Duitsland Insituut Amsterdam
Midden: minister Bussemaker. Achter haar Karl Dittrich. Tweede van rechts Hans Clevers.

“De Duitse buitenuniversitaire onderzoeksinstituten zijn ijzersterk. Neem de Fraunhofer-Gesellschaft, waar ze toegepast onderzoek doen, en de Max-Planck-Gesellschaft, voor fundamenteel onderzoek. Daar worden Nobelprijzen gewonnen. Dat doen wij in Nederland al lang niet meer.” Aan het woord is Hans Clevers, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen KNAW. De hoogleraar moleculaire genetica, die onder meer aan de Harvard University werkte, hoort zelf op zijn vakgebied, darmonderzoek, tot de wereldtop.

Clevers was op 4 en 5 maart met minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en een delegatie vertegenwoordigers van de Nederlandse wetenschap in Berlijn. Ook Karl Dittrich, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten VSNU, maakte deel uit van de delegatie.

De Nederlanders spraken met Duitse wetenschappers, beleidsmakers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven onder meer over het maatschappelijk draagvlak voor onderzoek en innovatie en over de manier waarop je continuïteit in wetenschapsbeleid kan creëren. Ook de rol van het Duitse bedrijfsleven bij wetenschap in Duitsland kwam aan bod (zie onderste kader). De reis diende voor Bussemaker en Dekker als voorbereiding voor hun visie op wetenschap in Nederland, waar ze in de zomer mee willen komen.

Zwakke universiteiten

Duits Hoger Onderwijs
Onderwijsbeleid is in Duitsland een zaak van de deelstaten. De Bondsregering heeft er nauwelijks zeggenschap over en kan hooguit met Exzellenzinitiativen projecten financieren. De regering financiert wel de buitenuniversitaire onderzoeksinstellingen, waar een belangrijk deel van het Duitse wetenschappelijke onderzoek plaatsvindt. De belangrijkste zijn:
- Max-Planck-Gesellschaft (fundamenteel onderzoek)
- Fraunhofer-Gesellschaft (toegepast onderzoek)
- Leibniz-Gemeinschaft (fundamenteel en toegepast onderzoek)
- Helmholtz-Gemeinschaft (fundamenteel onderzoek).
De Bondsregering heeft deze buitenuniversitaire instellingen de afgelopen jaren elk jaar 5 procent extra budget gegeven.

De keerzijde van het sterke Duitse buitenuniversitaire onderzoek is een zwakkere positie van de Duitse universiteiten. Clevers: “Die lopen achter in de internationale rangorde. De buitenuniversitaire instellingen zouden daar wel goed scoren, maar die worden in internationale universiteitsrankings niet meegenomen.” Universiteiten worden in Duitsland gefinancierd door de deelstaten. De Bondsregering in Berlijn heeft weinig zeggenschap over wat de universiteiten en hogescholen doen (zie kader hiernaast).

Maar Berlijn kan via de onafhankelijke instellingen als Max Planck, Fraunhofer, Leibniz en Helmholtz wel investeren in goed onderzoek en doet dat ook: deze instituten kregen de afgelopen jaren 5 procent per jaar meer budget.

De Duitse federale onderwijsstructuur heeft tot gevolg dat onderzoek en onderwijs in Duitsland losgekoppeld raken. Onderwijs vindt aan de universiteiten plaats, veel belangrijk onderzoek aan de buitenuniversitaire instellingen. De Duitsers drongen er vorige week bij de Nederlanders nadrukkelijk op aan die verwevenheid van onderzoek en onderwijs aan Nederlandse universiteiten te behouden. “Daar kijken de Duitsers jaloers naar, hoe dat bij ons georganiseerd is”, aldus Dittrich van de VSNU. 

Hoogste regeringsniveau

Dittrich en Clevers spreken een Nederlandse studente in Berlijn. Afb.: DIAZelf kijkt Dittrich “met een zekere jaloezie” naar hoe goed in Duitsland de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschappelijke instellingen is georganiseerd. De politicoloog werkte als wetenschapper en als bestuurder aan de Universiteit Maastricht. Als lid van onder meer de Europese koepel voor accreditatieorganisaties heeft hij jarenlang de kwaliteit van hoger onderwijs beoordeeld. “Het belang van onderwijs en onderzoek wordt tot op het hoogste Duitse regeringsniveau erkend. Daar speelt kanselier Merkel zelf een rol in. Op dat niveau wordt leiding gegeven aan die samenwerking.”

In Duitsland is een groter maatschappelijk draagvlak voor onderzoek en innovatie dan in Nederland. Clevers: “Over wat de overheid investeert in onderzoek is in Duitsland geen discussie, vertelden de Duitsers ons. In Nederland moet je altijd weer uitleggen hoe belangrijk wetenschappelijk onderzoek is. In Duitsland vinden ze innovatie, de maakindustrie belangrijk. Wat je daar overal ziet, is het ontzag voor wetenschap en techniek.”

Dittrich: “Duitsland heeft veel grote bedrijven, zoals Siemens, of in de farmaceutische industrie. Die nemen Duitsland op sleeptouw. Daardoor hebben Duitsers het gevoel dat ze afhankelijk zijn van die maakindustrie. In Nederland heb je veel meer midden- en kleinbedrijf. Dat is een andere economische structuur. Ook daardoor zijn investeringen in R&D hier lager.” 

Betrokkenheid bedrijfsleven

Betrokkenheid bedrijfsleven
Het Duitse bedrijfsleven doet zelf veel onderzoek, voor bijna 2 procent van het BBP (Nederland: 0,82 procent).
Daarnaast investeren Duitse bedrijven in promotie-onderzoek aan universiteiten.
Ten derde subsidiëren Duitse bedrijven ook veel wetenschappelijk onderzoek waar ze niet direct profijt van hebben. Zo investeert het Stifterverband für die Deutsche Wissenschaft, een initiatief van het Duitse bedrijfsleven, jaarlijks 150 miljoen euro in onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.
Ten slotte is er een nauwere samenwerking dan in Nederland tussen academisch onderzoek en het bedrijfsleven. Zo wordt de Max-Planck-Gesellschaft voor 20 procent door het bedrijfsleven gefinancierd. (cijfers Duitsland Instituut Amsterdam)

Dittrich is onder de indruk van de betrokkenheid van het Duitse bedrijfsleven bij de wetenschap. Hij sprak met Andreas Barner, de voorzitter van het Deutsche Stifterverband für die Wissenschaft. Dit initiatief van het Duitse bedrijfsleven investeert jaarlijks 150 miljoen euro in de wetenschap (zie kader). Dittrich: “Het Duitse bedrijfsleven vindt dat het zelf een verantwoordelijkheid heeft voor de ontwikkeling van het hele land, vertelde Barner mij. Duitsland is voor de lange termijn afhankelijk van kennis en ontwikkeling, zei hij, en dus moet het Duitse bedrijfsleven daar zelf in investeren. Ook al levert het op de korte termijn niet direct iets op. Dat heb ik in Nederland nog nooit iemand zo horen zeggen. Hier is de korte termijn vaak belangrijker dan de lange termijn.”

Wat Clevers in Duitsland ook is opgevallen is dat er meer bestuurders met wetenschappelijke achtergrond zijn. “Je ziet er meer wetenschappers in plaats van managers in de top.” 

Nederlandse bezuinigingen

Clevers en Dittrich benadrukken de grote verschillen tussen de Nederlandse en de Duitse politieke, economische en wetenschappelijke cultuur. Daarom is het moeilijk om te zeggen wat Nederland van Duitsland zou kunnen overnemen. Maar Nederland zou in ieder geval meer moeten investeren in wetenschap in plaats van bezuinigen, en een continu en samenhangend beleid moeten voeren.

Clevers: “Nederland heeft geen fundamenteel-onderzoeksinstituut op topniveau met volledige vrijheid, zoals de Max-Planck-Gesellschaft, waar geïnvesteerd wordt in lange-termijn-innovatie.” Bij TNO wordt wel toegepast onderzoek gedaan. In die zin is TNO vergelijkbaar met het Duitse Fraunhofer, zegt Clevers. “Maar TNO is minder ambitieus dan Fraunhofer, meer dienend aan de industrie. En van TNO is een kwart wegbezuinigd. Zo bouw je geen sterk systeem op waar goede wetenschappers willen zitten.”

Dittrich: “In Nederland hebben we laatst het WRR-rapport gehad, ‘Naar een lerende economie’. Dat had een mooie aanleiding kunnen zijn voor een Innovationspakt, innovatiebeleid zoals de Duitsers dat hebben. Maar de Nederlandse regering knipt dat rapport op en haalt er een paar aspecten uit. Ze gebruikt het niet voor een beschouwing op het beleid als geheel, voor een akkoord om te investeren in onderwijs en onderzoek. Daar is bij ons de politieke cultuur niet naar, kennelijk.” 

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer:

Voetbalklassieker moet regio's verbinden

Voetbalklassieker moet regio's verbinden

Een elftal uit Noord-Nederland speelde zaterdag tegen Noord-Duitsland. Een semi-interland met geschiedenis.

Lees meer

European Medical School: Huwelijk in het slop

European Medical School: Huwelijk in het slop

De European Medical School in Groningen en Oldenburg werd niet wat de initiatiefnemers hadden gehoopt.

Lees meer

Stagelopen in Duitsland: Een sprong in het diepe

Stagelopen in Duitsland: Een sprong in het diepe

Een ICT-bedrijf in het Duitse grensgebied biedt stageplaatsen aan studenten uit Groningen.

Lees meer

Koningspaar bezoekt Bremen

Koningspaar bezoekt Bremen

Het bezoek van Willem-Alexander en Máxima aan Bremen staat in het teken van ruimtevaart en windenergie.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger