Duitslandweb logo Duitslandweb

‘Duitse steun aan Drie van Breda schrikbarend groot’

Achtergrond - 11 juli 2017 - Auteur: Marja Verburg

De Vier, later Drie en nog later Twee van Breda waren de langst vastzittende Duitse oorlogsmisdadigers in West-Europa. De Duitse historicus Felix Bohr onderzoekt de steun van de Duitse overheid aan de gevangenen in Nederland. Die steun ging veel verder dan wettelijk noodzakelijk was - mede onder druk van de invloedrijke Duitse ‘Kriegsverbrecherlobby’. Het belastte de Nederlands-Duitse betrekkingen.

‘Duitse steun aan Drie van Breda schrikbarend groot’ © Stadsarchief Breda/Johan van Gurp
De Twee van Breda werden in 1989 vrijgelaten uit de koepelgevangenis in Breda

De Duitse steun voor de gevangenen in Breda was “schrikbarend groot”, zegt Felix Bohr. Het is een opvallend stellige uitspraak: de Duitse onderzoeker, die aan de universiteit Göttingen promoveert, formuleert zijn zinnen steeds rustig en genuanceerd. Hij laat zich niet uit zijn concentratie brengen door de bedompte hitte die op deze zomerse dag op de zolder van het Duitsland Instituut hangt. Bohr is een paar maanden als gastonderzoeker aan het DIA verbonden. Hij spreekt in Nederland met politiek betrokkenen en bezoekt archieven van verschillende ministeries en het NIOD.

Waar Frankrijk en België alle oorlogsmisdadigers uit de nazitijd in 1962 al hadden vrijgelaten, deed Nederland dat niet met de Vier van Breda - Franz Fischer, Ferdinand aus der Fünten, Joseph Kotalla en Willy Lages. Zij zaten sinds het eind van de oorlog vast in de koepelgevangenis van Breda. Lages kwam in 1966 vrij omdat hij ziek was en stierf in 1971 in Duitsland in vrijheid. Kotalla overleed in 1979 in gevangenschap.

Dat Nederland de gevangenen in Breda niet vrijliet, had te maken met de gruwelijkheden die zij hadden begaan

Dat Nederland de gevangenen in Breda niet vrijliet, had te maken met hun bekendheid en de gruwelijkheden die zij hadden begaan, zoals moorden en folteringen, legt Bohr uit. Fischer organiseerde de deportatie van Joden en opsporing van Joodse onderduikers in Den Haag. Lages en Aus der Fünten deden dat in Amsterdam. Kotalla was bewaker in kamp Amersfoort en had meer dan 70 mensen vermoord.

Bohr stuitte op de Vier van Breda toen hij tijdens zijn studie in Rome was. Daar deed hij onderzoek naar Herbert Kappler, een Duitse oorlogsmisdadiger die in Italië had vastgezeten. Kappler en de Vier van Breda bleken de langst vastzittende Duitse oorlogsmisdadigers in West-Europa. Bohr vond de Duitse steun aan hen opmerkelijk en besloot er zijn promotie-onderzoek van te maken.

Schreibtischtäter

Direct na de oorlog zaten er in Nederland zo’n 200 Duitse oorlogsmisdadigers vast. Vijf van hen zijn ter dood gebracht. Maar de meesten kwamen in de loop van de jaren vijftig vrij, vertelt Bohr, inclusief de bazen van de Vier van Breda. “De samenleving was zich toen minder bewust van Schreibtischtäter.” Dat veranderde in de jaren zestig. “Toen kwam er meer aandacht voor de misdaden die de nazi’s hadden gepleegd - onder meer door het proces tegen Adolf Eichmann en door de tv-serie ‘De Bezetting’, allebei in 1961.”

Tegenstanders van vrijlating demonstreerden op het Binnenhof en politici kregen dreigbrieven

Met de stijgende aandacht voor de nazi-misdaden nam ook de publieke weerzin tegen de Vier van Breda toe. Die was al groot. “Toen de doodstraf van Lages in 1952 door gratieverlening van koningin Juliana werd omgezet in levenslang, gingen 20.000 mensen de straat op om daartegen te protesteren”, zegt Bohr. Dat protest werd in de jaren daarna niet minder. Elke keer als een eventuele vrijlating van de Bredase gevangenen ter sprake kwam, was het verzet daartegen in Nederland, ook in de media, groot.

Zo had minister van Justitie Van Agt in 1972 laten doorschemeren dat hij de gratieverzoeken van de toen Drie van Breda wel wilde honoreren. Door een brief aan de Tweede Kamer werd dat voornemen openbaar - en weer brak een storm van vaak zeer emotioneel protest los. Tegenstanders demonstreerden op het Binnenhof en politici kregen dreigbrieven. Van Agt werd zelfs enige tijd beveiligd. Na een lang en verhit Kamerdebat werd toen alsnog van vrijlating afgezien.

Zakgeld en kerstgratificaties

“Dat de gevangenen toch niet vrij kwamen, was een belasting voor de Duits-Nederlandse betrekkingen”, vertelt Bohr. “Het was geen affront, maar wel… hoe zal ik het zeggen… De Bondsrepubliek was een democratische staat, maar ook rechtsopvolger van het Derde Rijk. Dat was moeilijk.” Vanaf de jaren zestig tot en met de jaren tachtig is de Bondsrepubliek in Nederland blijven aandringen op de vrijlating van de Bredase gevangenen. “Bij elke bilaterale ontmoeting was het een onderwerp op de agenda.” Ook op de hoogste niveaus werd er steeds weer om vrijlating gevraagd. “Dat toont het belang van de zaak voor de bondsregering.” Ook de Duitse ambassade in Den Haag spande zich, meer op de achtergrond, voor vrijlating in.

'Fischer had bij zijn dood honderdduizenden D-Mark'

Daarnaast bood de Duitse regering steun aan de gevangenen in Breda, zowel juridisch als financieel. Juridische steun aan Duitsers in een buitenlandse gevangenis was een wettelijke verplichting. Maar financiële hulp was alleen verplicht als gevangenen zelf geen middelen hadden - en die hadden de Drie van Breda wel, weet Bohr. Ze kregen bijvoorbeeld geld van sympathisanten. “Fischer had bij zijn dood honderdduizenden D-Mark. Ik ga er vanuit dat de anderen dat ook hadden”, zegt hij. Dat weet hij omdat hij - als enige tot nu toe - het privé-archief van Fischer heeft ingezien. Toch kregen de Bredase gevangenen zakgeld van de Duitse overheid - “in de jaren zeventig was dat zo’n 40 tot 50 D-Mark per maand” - en een kerstgratificatie. “Dat ging door tot hun vrijlating in 1989.”

Kriegsverbrecherlobby

Oproep Verband der Heimkehrer in tijdschrift 'Der Heimkehrer', 1974De bondsregering werd, zeker in de jaren zestig en zeventig, in hun steun aan de Drie van Breda onder druk gezet van wat Bohr de Kriegsverbrecherlobby noemt, de lobby voor oorlogsmisdadigers - al heeft hij die term niet zelf bedacht, zegt hij erbij. Die lobby bestond uit verschillende verenigingen van bijvoorbeeld oud-soldaten. De grootste groep was het Verband der Heimkehrer, dat opkwam voor de belangen van oorlogsgevangenen en hun families. “Dat Verband had zo’n 100.000 leden. Dat waren dus ook 100.000 stemmen bij verkiezingen.” Voor het Verband maakte het niet uit of gevangenen oorlogsmisdaden hadden gepleegd. “Zij spraken van Kriegsverurteilte, oorlogsveroordeelden. Zo noemde de bondsregering de gevangenen ook.”

Voor het Verband der Heimkehrer maakte het niet uit of gevangenen oorlogsmisdaden hadden gepleegd

Volgens de Kriegsverbrecherlobby hadden de Vier van Breda alleen bevelen uitgevoerd, legt Bohr uit. Bovendien, als hun bazen al waren vrijgelaten, waarom zij zelf dan niet? Dat ze vast bleven zitten, vonden de lobbyisten Siegerjustiz van de Nederlanders. Later speelden ook humanitaire motieven een rol bij de verzoeken om vrijlating - de gevangenen zaten al zo lang vast. “Dat waren gerechtvaardigde motieven”, zegt Bohr, “maar ze werden ook gebruikt om revisionistische beweegredenen te verhullen.”

Schlussstrich-mentaliteit

In Duitsland heerste tot in de jaren zeventig bij veel mensen een “Schlussstrich-mentaliteit”, zij wilden een streep onder het verleden zetten, zegt Bohr. Dat had mede te maken met de oud-nazi’s in het staatsapparaat. Maar ook toen die met pensioen waren, bleef die mentaliteit, zeker in rechts-conservatieve kringen. “Dat veranderde vanaf de jaren tachtig”, zegt Bohr. “In de jaren negentig werd de herinneringscultuur liberaler en werd Duitsland de ‘wereldkampioen herinneren’ die we nu kennen.”

Maar toen waren de laatste gevangenen uit Breda al vrijgelaten. Want in 1989 kwam het er dan toch van: Fischer en Aus der Fünten, inmiddels 87 en 79 jaar oud, werden over de grens gezet bij Venlo, waar ze bij een wegrestaurant door hun familie werden opgehaald. Nog in datzelfde jaar zijn ze overleden, vertelt Bohr. Hij blijft even stil en voegt er dan aan toe: “Zo eindigt het juridische naspel van de Duitse bezetting in 1989 na 45 jaar bij een wegrestaurant.”

Reacties

Dr. Werner Müller - 17 juli 2017 13:39

Sehr interessantes Thema! Ich bin sehr gespannt, diese Untersuchung zu lesen - hoffentlich auf Deutsch, weil ich leider die niederländische Sprache nur wenig und nur passiv beherrsche.

Reageer
Marja Verburg Dr. Werner Müller - 17 juli 2017 15:35

Ja, die Doktorarbeit erscheint auf Deutsch. Siehe: https://duitslandinstituut.nl/auteur/853/felix-bohr (hier finden Sie auch andere Publikationen auf Deutsch von Felix Bohr zu diesem Thema).
Redaktion Duitslandweb

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer:

De grensovergang

De grensovergang

De grens blijft toch een obstakel - ook in het veelgeprezen Europa van de open grenzen, valt columnist Merlijn Schoonenboom op.

Lees meer

De Gertrud-Kolmar-Straβe

De Gertrud-Kolmar-Straβe

Filosoof en ideeënhistoricus Maarten Doorman over de minst spectaculaire plek van Berlijn in deze eerste column van een nieuwe reeks.

Lees meer

Het onbekende lot van gevluchte Joodse kinderen

Het onbekende lot van gevluchte Joodse kinderen

Zo'n 2000 Joodse kinderen vluchtten eind jaren dertig naar Nederland. Miriam Keesing brengt hun lot kaart.

Lees meer

De herdenkingscultuur

De herdenkingscultuur

Op weg naar de wc in een Gasthof op de Obersalzberg in Beieren stuit Merlijn Schoonenboom ineens op een foto van Adolf Hitler.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger