Duitslandweb logo Duitslandweb

De Duitse erkenning van Kroatië en Slovenië
Duitsland verkiest eigen waarden boven betrouwbaar imago

Achtergrond - 18 januari 2012

Europa erkende Kroatië en Slovenië 20 jaar geleden, in januari 1992, als zelfstandige staten. De landen hadden zich op 25 juni 1991 onafhankelijk verklaard van Joegoslavië. Duitsland besloot echter om Slovenië en Kroatië al op 23 december 1991 te erkennen. Voor een land dat graag benadrukte dat er na de hereniging in 1990 in de buitenlandse politiek niets zou veranderen, was dit een behoorlijk opvallende, unilaterale zet, schrijft student Ruth Goren voor het UvA-Mastercollege 'Duitsland en Europa'.

De Duitse erkenning van Kroatië en Slovenië
© Bundesarchiv, B145 Bild-F075760-0020/Arne Schambeck/CC-BY-SA

Na de val van de Berlijnse Muur kreeg West-Duitsland al snel te maken met oud wantrouwen van andere landen ten aanzien van een verenigd Duitsland. Het Derde Rijk, voor de deling het laatste ‘hele’ Duitsland dat Europa kende, stond bij de geallieerden en andere Europese landen diep in het geheugen gegrift. Angstbeelden doemden op: zou een verenigd en daardoor veel groter en machtiger Duitsland niet opnieuw de macht in Europa proberen te grijpen?

West-Duitsland had de zware taak de andere landen ervan te overtuigen dat een hereniging niet gevaarlijk was. Het land had weliswaar zijn sporen verdiend door zich actief in te zetten voor Europese integratie. Bovendien was de democratie in West-Duitsland stevig verankerd en werd de Bondsrepubliek als een betrouwbare partner beschouwd. Maar de verdiensten van West-Duitsland waren niet genoeg om de argwaan voor een sterker Duitsland weg te nemen.

Uit onderzoek van berichtgeving in de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) en commentaren van historici en politicologen komen de beweegredenen van de regering-Kohl naar voren. Zo wilden bondskanselier Helmut Kohl en minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher de zorgen van de andere landen wegnemen, door ze proberen te overtuigen van het idee dat Duitsland de koers van de oude Bondsrepubliek zou blijven volgen. Maar de vele geruststellingen van Duitsland waren voor andere landen ook verdacht, zo stelt historicus Gregor Schöllgen. Onder deze dekmantel zouden Duitslands kwade bedoelingen schuilgaan.

Volgens historica Helga Haftendorn ging Duitsland voorbij aan het simpele feit dat het herenigde Duitsland in een veranderde wereld terecht was gekomen. Duitsland wilde dan wel graag zijn buitenlandse politiek voortzetten, maar misschien was dit niet realistisch. De gewelddadige crisis in Joegoslavië en de daarbij horende kwestie van de erkenning van Kroatië en Slovenië zijn een voorbeeld van hoe Duitsland handelt in een veranderde wereld.

'Alleingang'

Het is op zijn minst opmerkelijk dat een land dat steeds de nadruk legde op buitenlandpolitieke continuïteit, zelfstandig overging tot erkenning van Kroatië en Slovenië. Dit zelfstandig handelen, oftewel een Alleingang, was voor Duitsland gezien de geschiedenis eigenlijk uit den boze. In dit geval in het bijzonder: nazi-Duitsland had in de Tweede Wereldoorlog een Kroatische vazalstaat gesticht, na de capitulatie van de Joegoslavische regering in 1941.

Ruth Goren (1988) volgt sinds februari 2010 de Master Geschiedenis, traject Duitslandstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is gebaseerd op haar paper ‘Alleen, maar dan wel het liefste samen. De verklaringen en receptie van de Duitse erkenning van de Kroatische en Sloveense onafhankelijkheid op 23 december 1991’, dat zij schreef voor het vak 'Duitsland en Europa'.

Ondanks het probleem dat de andere Europese landen met een Alleingang van Duitsland zouden hebben, meende Helmut Kohl dat er in dit geval niet per se gezamenlijk met de Europese gemeenschap (EG) moest worden opgetreden, schreef de FAZ op 28 november 1991. Duitsland ergerde zich aan de trage besluitvorming hierover bij andere Europese landen. Begin december was er nog steeds geen duidelijkheid over een gezamenlijke erkenning. Duitsland wilde Slovenië en Kroatië erkennen, ook als andere Europese landen het daar niet mee eens waren. Andere belangen wogen zwaarder.

Waar Kohl en Genscher naar verwezen, was dat landen recht hebben op zelfbeschikking. Dit argument was voor Duitsland van groot belang. Het land had zijn eigen hereniging te danken aan dit zelfbeschikkingsrecht. Daarnaast speelden humanitaire redenen een rol. De FAZ stelt op 27 november 1991 dat de regering-Kohl duidelijk partij koos voor Slovenië en Kroatië: zij werden gezien als slachtoffers in het conflict met Joegoslavië, waarin deelrepubliek Servië de macht naar zich had toegetrokken.

Duitsland veroordeelde verandering van grenzen door middel van geweld volgens politicoloog Harald Müller. Het was zaak het bloedvergieten van het door Servië gedomineerde Joegoslavische leger te stoppen. Misschien zou erkenning dit geweld niet meteen doen afnemen, maar het was belangrijker geen concessies te doen aan Servië: dit zou erger zijn dan appeasement politiek. Ook vreesde de Bondsrepubliek voor grote aantallen Joegoslavische vluchtelingen als het geweld doorging.

Nationalisme

De agressie van het communistische Servië werd gekenmerkt door hevig nationalisme. Ook dit, stelt Müller, was reden voor Duitsland om Kroatië en Slovenië te erkennen. Duitsland werd nog altijd herinnerd aan de rampzalige gevolgen van het eigen nationalistische verleden. Ook had Duitsland sinds de hereniging te maken met de gevolgen van het communisme in de voormalige DDR. Nog meer reden voor Duitsland om zich sterk voor democratie in te zetten.

De regering-Kohl kon de publieke opinie en de binnenlandspolitieke mening hierover niet langer negeren, betoogt tenslotte politicoloog Lars Colschen. Veel Duitsers waren van mening dat er snel actie moest worden ondernomen en dat de regering de beide deelrepublieken moest erkennen.

Aanvankelijk werd Duitsland verguisd om zijn zelfstandige optreden. De erkenning van Kroatië en Slovenië zou op deze manier te vroeg zijn gekomen. Ook zou het nieuwe oorlogen kunnen uitlokken met andere Joegoslavische deelrepublieken die wellicht voor onafhankelijkheid zouden kiezen, zoals deelrepubliek Bosnië-Herzegovina, wat later ook gebeurde. Achteraf is er ook lof gekomen voor de Duitse handelswijze: de andere EG-lidstaten weigerden daadkrachtig op te treden en staken hun kop in het zand, zo voert politicoloog Axel Lüdeke aan. Duitsland had als eerste de ernst van de situatie in het uiteenvallende Joegoslavië door. Daarmee durfde het leiderschap te tonen.

Reacties

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'Duitsland en Europa':

Gesprek: Duitsland en Nederland in Europa

Gesprek: Duitsland en Nederland in Europa

Europa-correspondent Caroline de Gruyter en DIA-directeur Ton Nijhuis leggen Nederland en Duitsland in de EU uit.


Lees meer

Podcast: Corona maakt Duits federalisme zichtbaar

Podcast: Corona maakt Duits federalisme zichtbaar

Ton Nijhuis, directeur van het DIA, over de invloed van corona op Duitsland en op de Duits-Nederlandse betrekkingen.


Lees meer

Podcast: Duitsland na Merkel

Podcast: Duitsland na Merkel

DIA-directeur Ton Nijhuis spreekt over Duitsland en de Duitse rol in Europa na het vertrek van Merkel, eind 2021.


Lees meer

Crisismanager Merkel redt Duits EU-voorzitterschap

Crisismanager Merkel redt Duits EU-voorzitterschap

'Een pak van m'n hart', zei Merkel na de laatste EU-top. Een terugblik op het Duitse voorzitterschap.


Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger