Duitslandweb logo Duitslandweb

De Duitsers als ideaal publiek
Interview met Niña Weijers en Saskia de Coster

Achtergrond - 7 juli 2016 - Auteur: Josta van Bockxmeer

Omdat Nederland en Vlaanderen samen gastland zijn op de Frankfurter Buchmesse in oktober, brengen enkele Nederlandse en Vlaamse auteurs een tijdje in Duitsland door, en omgekeerd. Niña Weijers en Saskia de Coster waren de hele maand juni te gast bij het Literarisches Colloquium Berlin (lcb). Op het terras van de villa van het lcb, met uitzicht over de Wannsee, vertellen Weijers en De Coster over de lange adem van het Duitse publiek en het veranderde Duitslandbeeld.

De Duitsers als ideaal publiek
© Literarisches Colloquium Berlin
Saskia de Coster (l) en Niña Weijers (r) in Berlijn, juni 2016

Hoe was het om voor een Duits publiek op te treden?
Niña Weijers: Het is alsof het over een heel ander boek gaat als het in een andere taal is. In Nederland was ik het zat om erover te praten, omdat je iedere keer hetzelfde soort verhaal vertelt. Je weet precies wie de critici zijn en wie er allemaal rondcirkelen. Hier is het blanco, ze weten niks over je. Mijn boek is er nog niet, dus dat verleende er een prettig soort nieuwigheid aan.

Saskia de Coster: Ja, het is fijn om echt bij nul te beginnen, het is heel eerlijk als uitgangspunt. Mijn roman, die vertaald is, is een familieroman die zich in Vlaanderen afspeelt. In Nederland is soms de reactie: ‘goh, dat kennen wij niet’, of ‘dat is wel erg Vlaams.’ Hier had ik verwacht dat ze veel meer zouden inzoomen op het Vlaamse aspect, maar het tegendeel is het geval: juist het universele wordt eruit gelicht.

Kregen jullie andere vragen dan in Nederland?
Weijers: Bij de twee optredens die ik heb gedaan [een lezing in het lcb en de leesclub van Das Mag op 24 juni, red.] kreeg ik best analytische vragen, het was bijna een soort tekstanalyse. Het ging echt over motieven en beelden. Iemand zei bijvoorbeeld dat er heel veel water en ijs in het boek zit, en vroeg wat dat betekent. Wij kijken ook onze ogen uit, hoe lang mensen het hier kunnen verdragen te worden voorgelezen.

Jouw boek 'De Consequenties', over een kunstenares die de grens tussen kunst en leven wil opheffen, is ook vrij analytisch: er is veel kunsttheorie in verwerkt...
Weijers: Ja, in Nederland is dat al snel verdacht. Er is een soort van dedain voor, zo van ‘als ik het niet begrijp dan ligt dat niet aan mij.’ Mensen schamen zich er over het algemeen niet voor dat ze heel weinig kennis hebben. Hier heb ik het idee dat dat anders is.

De Coster: Ja, ik merkte dat ook wel, bij mij was er een psychoanalytica die haar gedachten en theorieën begon toe te passen op het boek. Terwijl in Vlaanderen lezers vaak vanuit een heel subjectieve beleving spreken. Ze zeggen bijvoorbeeld over een personage: ‘ik vind dat een trut’, of ‘waarom doet ‘ie dat nu’, zonder er beschouwend naar te kijken.

Krijgen jullie te maken met vooroordelen over Duitsland?
Weijers: Laatst raakte ik in gesprek met een fotografe. Zij is in de vijftig en heeft een Duitse moeder. In haar jeugd was dat iets waar je je voor schaamde, toen wilde ze geen Duits spreken. Dat is echt weg. We hebben natuurlijk wel – neem ik aan – een historisch besef, maar dàt Duitslandbeeld, dat bestaat allang niet meer. Een pijnlijk punt is natuurlijk voetbal [lacht].

De Coster: Er is een personage in 'Wij en Ik', mijn roman, dat heel erg gebukt gaat onder een schuldgevoel. Dat spraken mensen in mijn publiek zelf aan, zo van: ‘dat is echt ons Duits probleem.’ Je merkt het ook aan kleine dingen, grapjes. Ik stond aan een bar, en het was niet duidelijk of het een rij was, of dat mensen daar gewoon stonden. Degene voor mij, een Duits meisje, begon: ‘Ja, wij zijn Duitsers hè, wij staan graag in de rij.’ Dat soort dingen komen bij ons toch niet meer zo op.

En wat denken Duitsers van Nederland?
Weijers: Ik vond het grappig om te merken dat de Buchmesse in Duitsland daadwerkelijk leeft. Dat mensen bezig zijn met Nederlandse literatuur, en dat een boekhandel een hele tafel vertaalde literatuur uit Nederland en Vlaanderen heeft liggen. Er is een oprechte nieuwsgierigheid naar de Nederlandse literatuur en ze vinden het leuk dat er een jonge generatie is die nu naar voren wordt geschoven.

De Coster: Ik heb al een paar Duitse journalisten ontmoet die perfect Nederlands spreken. Dat vind ik ongelofelijk. Dat is zo bizar eigenlijk, dat ze het echt uit eigen interesse leren. Er was een journalist van Der Tagesspiegel, die al heel zijn leven voor de Nederlandse literatuur pleit. Hij heeft ervoor gezorgd dat Claus, Mulisch en Nooteboom zijn vertaald naar het Duits. Hij was heel euforisch, zo van: nu zetten we die beweging door.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer:

Levenspaden na de DDR

Levenspaden na de DDR

30 jaar na de eenwording komen Ingo Schulze en Lutz Seiler met nieuwe romans over het leven na de DDR. Ewout van der Knaap stelt ze voor.

Lees meer

#Zuhause: Afkijken van de Duitse literatuur

#Zuhause: Afkijken van de Duitse literatuur

Roswitha Dickens promoveerde op sociale isolatie in de Duitse literatuur. Biedt dat inspiratie voor nu?

Lees meer

Videocolumn: De dood in Venetië

Videocolumn: De dood in Venetië

In deze tijden van paniek om een virus raadt Britta Böhler 'Der Tod in Venedig' van Thomas Mann aan.

Lees meer

Design van het Derde Rijk

Design van het Derde Rijk

Onze nieuwe literatuur-columnist Jerker Spits moest bij expositie 'Design van het Derde Rijk' denken aan de joodse schrijver Victor Klemperer.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger