Duitslandweb logo Duitslandweb

Factsheet Hoger Onderwijs
Hoe Duitsland zijn Hoger Onderwijs organiseert

Achtergrond - 15 maart 2017 - Auteur: Marja Verburg

BAföG, collegegeld, elite-universiteiten, Exzellenzstrategie, federalismehervorming: als het om studeren in Duitsland gaat, vliegen de vaktermen je om de oren. Duitslandweb biedt een kleine wegwijzer door het oerwoud van het Duitse Hoger Onderwijs.

Factsheet Hoger Onderwijs © wikimedia/trexer/cc
Een collegezaal in Aken

Deelstaten / federalisme

Onderwijs, dus ook Hoger Onderwijs, is in Duitsland een deelstaataangelegenheid. Elke deelstaat heeft zijn eigen Hoger Onderwijswetgeving. De centrale overheid heeft weinig te zeggen over wat er op de universiteiten en hogescholen gebeurt. Dat was altijd al zo, maar sinds de grote federalismehervorming van 2006 zijn de bevoegdheden van de regering nog verder ingeperkt. In 2015 is een wetswijziging ingevoerd die de centrale overheid en de deelstaten meer mogelijkheden geven hogeronderwijsinstellingen gezamenlijk te ondersteunen.

In 2006 werd het Hochschulrahmengesetz, de Hoger Onderwijswet, afgeschaft. Sindsdien heeft de Duitse regering nog slechts zeggenschap over het toelatingsbeleid en de examencriteria van de universiteiten en mag ze onderzoek voor een beperkte periode stimuleren (zie: Exzellenzinitiative). Over alle andere zaken, zoals de organisatie van het onderwijs, personeelsbeleid of het heffen van collegegeld (zie hieronder), beslissen de deelstaten.

De vrees dat de deelstaten na 2006 allemaal een ander beleid zouden voeren, leek ongegrond. Over het algemeen trekken ze in goed overleg met elkaar op. Ze kampen allemaal met dezelfde problemen, zoals oplopende kosten, en die proberen ze in veel gevallen samen op te lossen.

Op 1 januari 2015 werd een wetswijziging van kracht die de centrale overheid en de deelstaten meer mogelijkheden geven wetenschap, onderzoek en onderwijs gezamenlijk te stimuleren. In Duitsland is dat geregeld in artikel 91b, lid 1 van de grondwet. De wetswijziging was een initiatief van de bondsregering en werd goedgekeurd door de Bondsdag en de Bondsraad, om een duurzame samenwerking in het Hoger Onderwijs mogelijk te maken. De wetswijziging betekent een duidelijke verbreding van de mogelijkheden voor de centrale overheid en de deelstaten om samen te werken. De centrale overheid en de deelstaten kunnen hogeronderwijsinstellingen nu beter ondersteunen.

Tot en met 31 december 2014 konden de centrale overheid en de deelstaten samen alleen niet-universitaire onderzoeksinstellingen institutioneel ondersteunen. Bij hogeronderwijsinstellingen kon dat slechts in de vorm van thematische en tijdelijke projecten. Met de aanpassing van de grondwet is het ook mogelijk geworden hogeronderwijsinstellingen, individuele instituten en instituutsverbanden voor langere periodes te ondersteunen. Dat geldt ook voor samenwerkingsverbanden van hogeronderwijsinstellingen en niet-universitaire instellingen. De federale basis is door de wetswijziging niet aangetast. De deelstaten blijven verantwoordelijk voor het Hoger Onderwijs.

Kultusministerkonferenz

De Kultusministerkonferenz (KMK) is het overlegorgaan van de deelstaatministers van Onderwijs. Kultus is een oude Duitse benaming voor bestuursorganen in het onderwijs. De ministers geven adviezen over lager, middelbaar en hoger onderwijs; het is aan de deelstaten om te bepalen wat ze daarmee doen. De KMK komt drie tot vier keer per jaar bijeen en probeert er onder meer voor te zorgen dat de voorwaarden voor scholieren, studenten, docenten en wetenschappers in de verschillende deelstaten zo gelijkwaardig mogelijk zijn.

Collegegeld

In 2005 werd het verbod op het heffen van collegegeld - in 2002 ingevoerd door Schröders regering van SPD en Groenen - door de hoogste Duitse rechter opgeheven. Sindsdien mogen de deelstaten zelf bepalen of en hoeveel geld ze van de studenten vragen. In eerste instantie voerden zeven van de zestien deelstaten collegegeld in: Beieren, Baden-Württemberg, Hamburg, Hessen, Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Saarland. Zij werden door de CDU geregeerd. Gemiddeld ging het om 500 euro Studiengebühr per semester. In de Oost-Duitse en de door de SPD geregeerde deelstaten bleef onderwijs gratis.

Inmiddels is het collegeld in alle Bundesländer weer afgeschaft, hoewel in sommige gevallen vervangen door een - lagere - 'semesterbijdrage'. Zo betalen studenten in Berlijn bijna 300 euro per semester, maar daar krijgen ze wel een kaart voor gratis openbaar vervoer voor. Op dit moment betalen alleen studenten in Beieren en Nedersaksen nog collegegeld.

De invoering van het collegegeld lijkt weinig invloed te hebben gehad op het aantal studenten. Dat is de laatste jaren juist sterk toegenomen. Ook lijken studenten niet voor gratis onderwijs te willen verhuizen. De meeste Duitse studenten blijven, zo blijkt uit verschillende onderzoeken, het liefst zo dicht mogelijk bij huis.

BAföG

BAföG is het Duitse stelsel van studiefinanciering. Het is een afkorting van Bundesausbildungsförderungsgesetz, de centrale overheidswet ter stimulering van onderwijs. In 2017 krijgt een uitwonende student aan een universiteit of hogeschool in principe 649 euro BAföG per maand. Het bedrag is echter afhankelijk van het eigen inkomen, dat van de ouders en van wat een eventuele partner verdient. Ongeveer de helft van het geld krijgt de student cadeau, de andere helft is een renteloze lening.

BAföG is bedoeld om iedereen gelijke kansen te geven om aan een universiteit of hogeschool te studeren, maar in de praktijk is het Duitse Hoger Onderwijs niet zo toegankelijk. Vergeleken met andere westerse landen scoort Duitsland slecht als het gaat om het aantal kinderen zonder academische achtergrond dat gaat studeren. Als een van de oorzaken geldt het feit dat Duitse kinderen al vroeg, vaak na de vierde klas van de lagere school - groep zes in het Nederlandse model - moeten kiezen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.

Elite-universiteiten / 'Exzellenzinitiative' / 'Exzellenzstrategie'

Duitsland besloot in 2005 het universitaire onderwijs op een hoger niveau te tillen met de Exzellenzinitiative. Doel is Duitse universiteiten aan de wereldtop te brengen. Een onderdeel daarvan is de elitestatus die universiteiten kunnen verwerven, waarmee ze als geheel miljoenen extra geld krijgen. Daarnaast worden extra financiële middelen in onderzoeksscholen en -projecten geïnvesteerd. Het ging tussen 2005 en 2010 om 1,9 miljard euro. Driekwart van het geld betaalde de regering in Berlijn, de rest namen de deelstaten op zich.

Tussen 2006/2007 en 2012 hadden negen universiteiten de elite-status: de TU Karlsruhe, de Münchener Ludwig-Maximilian-Universität, de TU München, de universiteiten van Aken, Heidelberg, Konstanz, Freiburg en Göttingen en de Freie Universität in Berlijn.

In 2009 besloot Duitsland de Exzellenzinitiative voort te zetten. Tot 2017 is er in totaal 2,7 miljard euro geïnvesteerd. In juni 2012 werd bekend welke onderwijsinstellingen zich elite-universiteit mogen noemen: naast de Münchener Ludwig-Maximilian-Universität, de TU München, de universiteiten van Aken, Heidelberg en Konstanz en de FU Berlin, die hun status behielden, zijn dat de universiteiten van Keulen, Tübingen en Bremen, de Humboldt-Universität zu Berlin en de TU Dresden. Karlsruhe, Freiburg en Göttingen verloren de status.

Het merendeel van de elite-universiteiten is West-Duits. Oost-Duitse onderwijsinstellingen lopen vaak nog achter als het gaat om onderzoekssamenwerking met bedrijven of internationale contacten, belangrijke criteria van de Exzellenzinitiative.

De Exzellenzinitiative werd in 2017 voortgezet met de Exzellenzstrategie, die door de wetswijziging van 2015 (zie hierboven bij ‘Deelstaten / federalisme’) mogelijk werd. Deze Exzellenzstrategie is voor onbepaalde tijd besloten. In 2017 wordt 80 miljoen euro in het programma geïnvesteerd, vanaf 2018 jaarlijks 533 miljoen euro. De middelen worden door de centrale overheid en de deelstaten ter beschikking gesteld in de verhouding 75:25. Het wetenschappelijke beoordelingssysteem en de selectieprocedure worden uitgevoerd door de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG) en de Wissenschaftsrat. Lees meer op de website van het Duitse onderwijsministerie

Dit factsheet is tot stand gekomen mede dankzij informatie van het Institut für Hochschulforschung Halle-Wittenberg

Gepubliceerd op 22 maart 2011, geactualiseerd op 15 maart 2017

Reacties

Louis Royen - 22 maart 2017 19:13

Zijn na ongeveer 10 jaar concrete prestaties te meten afgezet tegen de doelstellingen:
b.v. of inderdaad de "excellente" Duitse universiteiten beter zijn aangesloten bij de wereldtop?
En of de invloed van de deelstaten ook tot significante verschillen heeft geleid in de kwaliteit en effectiviteit van het hoger onderwijs per deelstaat?
Sowieso of en hoe een evaluatie van het indertijd ingezette beleid plaats vindt met mogelijke consequenties.
Kortom nog veel open einden.

Reageer
Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer:

Oorlog is 'heiß'

Oorlog is 'heiß'

Als je verveelde leerlingen wilt boeien, begin dan over de Tweede Wereldoorlog, schrijft docent Duits Iduna Paalman. Column.

Lees meer

‘Duitse schoolboeken over Holocaust genuanceerder’

‘Duitse schoolboeken over Holocaust genuanceerder’

Duitse schoolboeken behandelen de Holocaust beter dan Nederlandse, concludeert historicus Marc van Berkel.

Lees meer

Hilf mir!

Hilf mir!

Het is juni, de leerlingen zijn er klaar mee, maar docente Duits Iduna Paalman moet hen nog een maand bij de les houden.

Lees meer

UvA: Duits wordt Duitslandstudies

UvA: Duits wordt Duitslandstudies

De studie Duitse taal en cultuur aan de UvA wordt vanaf september de bachelor Duitslandstudies.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger