Duitslandweb logo Duitslandweb

Kerst 1963: Eerste scheurtje in de Berlijnse Muur

Achtergrond - 23 december 2020 - Auteur: Marja Verburg

Veel mensen kunnen kerst dit jaar door de coronapandemie niet vieren met familie of vrienden over de grens. Het deed historicus Krijn Thijs denken aan de situatie in Berlijn in 1963. Toen maakte het Passierscheinabkommen, een speciale bezoekregeling voor de kerstdagen, voor even een eind aan een periode van twee jaar waarin Oost- en West-Berlijners elkaar niet konden ontmoeten.

Kerst 1963: Eerste scheurtje in de Berlijnse Muur
© Bundesarchiv, Bild 183-C1031-0044-009/Spremberg, Joachim/CC-BY-SA 3.0
West-Berlijners kunnen met een 'Passierschein' in 1964 bij station Friedrichstrasse naar Oost-Berlijn

“Het Passierscheinabkommen was eigenlijk het eerste scheurtje in de Berlijnse Muur”, zegt Krijn Thijs, historicus verbonden aan het Duitsland Instituut Amsterdam. “Dat ontstond omdat mensen samen kerst wilden vieren.”

Toen het DDR-regime op 13 augustus 1961 tot verbazing van de hele wereld een muur dwars door Berlijn liet bouwen, waren Oost- en West-Berlijn abrupt van elkaar gescheiden. Oost-Berlijners mochten sowieso niet naar het Westen. Voor West-Berlijners die naar het Oosten wilden, richtte de DDR speciale transitpunten in op West-Berlijnse S-Bahn-stations. Maar dat kon het stadsbestuur daar niet toestaan: Oost-Duitse loketten op West-Berlijnse stations betekenden een erkenning van de deling van de stad en daarmee ook een erkenning van de DDR. Dat ging in tegen het officiële beleid van de Bondsrepubliek. 

Zo bleven Oost- en West-Berlijners 28 maanden van elkaar gescheiden. De Bondsrepubliek en ook de burgemeester van Berlijn, SPD’er Willy Brandt, volhardden tot de bouw van de Muur in hun harde lijn om de DDR op geen enkele manier te erkennen. “Maar er ontstond twijfel over de vraag of zo’n harde confrontatie wel tot iets leidt. Dan kom je terecht op het punt dat er dus ineens een Muur voor je neus staat”, zegt Thijs. 

Kleine stapjes

Het werd tijd voor een nieuwe benadering. Thijs: “Brandt wilde kijken of je toch kon onderhandelen met de Oost-Duitsers, zonder je eigen positie op de weegschaal te leggen. Of je met kleine, lokale stapjes, vooruitgang kon boeken.” 

Het leidde in 1963 tot het eerste Passierschein-akkoord, ook wel Dezemberabkommen genoemd. Dat maakte het mogelijk dat West-Berlijners tussen 19 december en 5 januari na ruim twee jaar familie in Oost-Berlijn konden bezoeken en samen met hen kerst vieren. Zo’n 700.000 West-Berlijners brachten in deze korte periode in totaal 1,2 miljoen bezoeken aan het andere deel van de stad. Ze hadden er lange wachttijden voor over om aan een Passierschein te komen. 

Het Passierscheinabkommen betekende niet dat West-Berlijn de Muur of de DDR officieel erkende. Het had heel wat hoofdbrekens gekost om dat voor elkaar te krijgen. “West-Berlijn wilde niet met het Oost-Berlijnse stadsbestuur onderhandelen, want dan zouden ze de deling van de stad accepteren”, legt Thijs uit. Onderhandelen met de regering van de DDR was, hoewel ook ingewikkeld, voor West-Berlijn wel acceptabel. 

Stasi-medewerkers in postuniformen

Er kwamen loketten in West-Berlijn, waar de West-Berlijners een Passierschein - een document om naar Oost-Berlijn te gaan - konden krijgen. Maar wie moesten die loketten bemannen? West-Berlijn wilde geen Oost-Duitse overheidsfunctionarissen of politiemensen op het eigen grondgebied. Uiteindelijk werden het medewerkers van de DDR-Post die de Passierscheinen toekenden. Officieel dan, want in werkelijkheid waren het medewerkers van de Oost-Duitse geheime dienst de Stasi met postuniformen aan. 

“Het akkoord was het eerste tastbare succes van wat later neue Ostpolitik werd”, zegt Thijs. Willy Brandt werd in 1966 minister van Buitenlandse Zaken en in 1969 bondskanselier. Hij zette in die functies zijn beleid voort van voorzichtige toenadering - Wandel durch Annäherung - tot de DDR en de Sovjet-Unie. Thijs: “In Berlijn had hij gezien wat gesprekken met de DDR konden opleveren. Met het Passierscheinabkommen was de Muur toch ietsje doorlaatbaarder geworden.”

Aanzien

De DDR hoopte van haar kant met het akkoord aanzien te winnen als onderhandelingspartner en als legitieme staat. Ook in de drie jaren na 1963 konden West-Berlijners kerst en pasen vieren aan de andere kant van de Muur. Steeds weer maakten honderdduizenden West-Berlijners gebruik van de bezoekregeling. Maar toen het DDR-regime merkte dat het niet tot de gewenste erkenning leidde, wilde het op deze manier geen nieuwe akkoorden meer sluiten. Het West-Berlijnse stadsbestuur weigerde andere afspraken te maken. De grens was weer dicht. Alleen voor zakenreizen en dringende familieaangelegenheden mochten mensen nog naar Oost-Berlijn.

Berlijners moesten nog tot 1972 wachten tot ze hun familie aan de andere kant van de Muur weer konden zien. Toen kwam er een verdrag over de status van Berlijn. Daarbij hoorden ook reisversoepelingen: West-Berlijners konden voortaan een visum aanvragen voor bezoeken aan Oost-Berlijn, niet alleen voor familie, ook voor vrienden, of voor toeristische tripjes.

Reacties

Geen reacties aanwezig

Maximaal 500 tekens toegestaan

Lees meer over 'DDR':

Podcast: Andreas Blühm over Oost-Duitse kunst

Podcast: Andreas Blühm over Oost-Duitse kunst

Directeur van het Groninger Museum Andreas Blühm vertelt over Oost-Duitse kunst en zijn ervaringen met de DDR.

Lees meer

Expositie Oost-Berlijn: ‘Je kijkt naar ons leven’

Expositie Oost-Berlijn: ‘Je kijkt naar ons leven’

Bij de expositie 'Ost-Berlin, die halbe Hauptstadt' sprak Ingrid Bosman Oost-Duitsers over hun leven in de DDR.

Lees meer

Touwtrekken om DDR-tapes

Touwtrekken om DDR-tapes

Historicus Krijn Thijs stuitte op spannende DDR-tapes - en op de regels van een overbelast Oost-Duits archief.

Lees meer

Tijdlijn val van de Berlijnse Muur

Tijdlijn val van de Berlijnse Muur

Onder druk van massaal protest opende de DDR op 9 november 1989 de grenzen tussen Oost- en West-Berlijn.

Lees meer


top
Op deze site worden cookies gebruikt, wilt u hiermee akkoord gaan?
Accepteer Weiger